Monitoring bij vleermuizen

Monitoring bij vleermuizen

De bewaking van ziekten bij vleermuizen is gebaseerd op een passieve monitoring. Deze bewaking heeft als doel de tijdige detectie van ziekten ter bescherming van de openbare dierengezondheid en volksgezondheid.

De passieve monitoring heeft tot doel de circulatie van ziektekiemen (zoals rabiës) bij dood gevonden vleermuizen zichtbaar te maken door het inzamelen van kadavers voor autopsie en epidemiologisch onderzoek. De passieve bewaking gebeurt door ANB in samenwerking met 5 VOC’s, de Dierengezondheidszorg Vlaanderen en de laboratoria van het CODA.

Wanneer je een dode vleermuis in Vlaanderen aantreft, breng je deze steeds (op voorwaarde dat het kadaver nog niet in een verregaande staat van ontbinding verkeerd) best naar één van de volgende Opvangcentra voor Wilde dieren (VOC) zodat de doodsoorzaak kan onderzocht worden.

Regio/provincie

VOC

Telefoonnummer

Adres

Vlaams-Brabant

VOC Malderen

voc.malderen@gmail.com

052 33 64 10

Boeksheide 51, 1840 Malderen

Limburg

VOC Natuurhulpcentrum Opglabbeek

info@natuurhulpcentrum.be

089 85 49 06

Industrieweg Zuid 2051, 3660 Opglabbeek

Antwerpen

VOC Brasschaat-Kapellen

info@vocbrasschaatkapellen.be

ophaling in samenwerking met VOC Neteland

info@vocneteland.be

0473 48 48 97

 

014 51 40 41

Holleweg 43, 2950 Kapellen

 

Langstraat 29, 2270 Herenthout

Oost-Vlaanderen

VOC Merelbeke

voc.merelbeke@vogelbescherming.be

09 230 46 46

0495 42 84 77

Liedermeersweg 14, 9820 Merelbeke

West-Vlaanderen

VOC Oostende

voc.oostende@vogelbescherming.be

059 80 67 66

Nieuwpoortsesteenweg 642, 8400 Oostende


Let wel op bij het manipuleren van een vleermuiskadaver. Vleermuizen kunnen infecties met zich meedragen die ook op de mens kunnen worden overgedragen. Gezien het (kleine) risico op rabies, is het noodzakelijk dat er volgens een strikt veiligheidsprotocol gewerkt wordt om humane besmetting te voorkomen:

  •   Doe wegwerphandschoenen aan;
  •   Verzeker je ervan dat de vleermuis dood is en dus niet meer kan bijten;
  •   Plaats de vleermuis in een plastieken zakje;
  •   Plaats het zakje in een kartonnen of plastiek doosje;
  •   Trek de wegwerphandschoenen binnenstebuiten en gooi ze het doosje;
  •   Overhandig het kadaver aan 1 van de 5 deelnemende Opvangcentra voor Wilde dieren voor verder onderzoek door ANB.


Het WIV bevestigt een nieuw geval van atypische rabiës bij een vleermuis

Het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV) heeft na meerdere laboratoriumtesten opnieuw de diagnose van rabiës in een lokale vleermuis vastgesteld (Eptesicus serotinus of laatvlieger). Dit is de tweede keer dat de aanwezigheid van dit atypische rabiësvirus (European Bat Lyssavirus) aangetoond wordt bij deze diersoort in België.

Het verdachte dier werd op 14 oktober 2017 gevonden door iemand in de gemeente Étalle in de provincie Luxemburg. Het werd voor analyse opgestuurd naar het WIV, dat het enige wetenschappelijke instituut is in België dat de diagnose van deze dodelijke virale ziekte kan bevestigen. Het eerste geval werd ongeveer een jaar geleden aangetoond in de gemeente van Bertrix. Afgezien van de twee personen die de vleermuis hanteerden vooraleer deze naar het WIV werd gestuurd en hiervoor zoals gebruikelijk aangepaste veiligheidshandschoenen droegen, werd geen ander contact met mens of dier gerapporteerd. Het is dus aannemelijk dat elk risico op besmetting kan uitgesloten worden.

Voorzorgsmaatregelen en nuttige informatie
De vleermuis is een beschermde diersoort in Europa en vormt zelden een gevaar voor de gezondheid van mens of dier. Het wordt nochtans ten sterkste afgeraden vleermuizen met blote handen aan te raken, zeker als het dier ziek lijkt en tekenen toont van agressie, het niet kan vliegen, herhaaldelijk op de rug valt of willekeurige bewegingen doet.

Het manipuleren van vleermuizen gebeurt best met stevige handschoenen. Mensen die op regelmatige basis in contact komen met vleermuizen of die omwille van professionele redenen meer risico lopen (boswachters, personeel van revalidatiecentra voor wilde dieren, chiropterologen, …) laten zich best op voorhand tegen rabiës vaccineren.

Indien u gebeten werd of in contact kwam met een verdacht dier, contacteert u best zo snel mogelijk een arts of de spoeddiensten. De arts kan dan contact opnemen met:

  • Het Instituut voor Tropische geneeskunde voor de medische opvolging na blootstelling aan een verdacht dier (rabiësprofylaxis)
  • Het WIV (02/373.31.11), dat via laboratoriumanalyses de diagnose van rabiës kan stellen

Geen geval van rabiës bij de mens in België sinds de jaren dertig  
In West-Europa is rabiës vooral een geïmporteerde ziekte. In België dateert het laatste autochtone geval van rabiës bij de mens van vóór 1930. De Wereldgezondheidsorganisatie verklaarde België in 2001 vrij van klassieke rabiës na een doorgedreven orale vaccinatiecampagne onder vossen, die van 1966 tot 1999 zowel reservoir als vector van deze ziekte waren. Sinds de uitroeiing van rabiës bij vossen heeft België slechts twee geïmporteerde gevallen van rabiës gekend (in 2007 en 2008), telkens omwille van een illegaal geïmporteerde hond. Dankzij een intensieve surveillance heeft ons land telkens zes maanden na elk incident zijn rabiësvrije statuut herwonnen. Dit statuut slaat enkel op het klassieke rabiësvirus bij honden en wilde carnivoren en niet op de verwante rabiësvirussen bij vleermuizen.

Rabiës en vleermuizen
Rabiës is een zoönose: een ziekte die van dieren op mensen kan worden overgedragen. De ziekte komt voornamelijk voor bij honden en een aantal wilde carnivoren zoals vossen en wasbeerhonden. De ziekte wordt typisch veroorzaakt door het klassieke rabiësvirus. De enige gekende zoönose die voorkomt bij vleermuizen in België is het atypische rabiësvirus of ‘European Bat Lyssavirus’. Dat is een virus dat nauw verwant is aan het klassieke rabiësvirus en dat dezelfde dodelijke ziekte kan veroorzaken. Het WIV volgt al meerdere decennia het voorkomen van deze virussen bij vleermuizen op. De overdracht van deze ziekte door vleermuizen op mensen is erg zeldzaam, maar een niet behandelde infectie is altijd dodelijk.

Atypische rabiës en huisdieren
De overdracht van atypische rabiës op huisdieren door een beet van een besmette vleermuis is relatief zeldzaam. Zelfs terwijl huisdieren de infectie onderling niet kunnen doorgeven aan elkaar, is het toch belangrijk om enkele specifieke voorzorgsmaatregelen in acht te nemen, voor het geval uw hond of kat een gekwetste of dode vleermuis meebrengt:

Raak de vleermuis nooit aan met blote handen. Verwittig het WIV (02/373.31.11) om een analyse van de vleermuis aan te vragen.

Indien uw hond of kat gebeten werd, raadpleeg dan zonder aarzelen uw dierenarts, zodat uw gezelschapsdier een behandeling na blootstelling kan krijgen.