Wat te doen met verzwakte of dode in het wild levende dieren?

Wat te doen met verzwakte of dode in het wild levende dieren?

Soms kan je in de natuur een ziek, gewond, verzwakt of dood dier aantreffen.

Je vindt een verzwakt dier. Wat moet je doen?

Raak het dier niet aan. Zieke, gewonde of uitgeputte dieren voelen zich vaak bedreigd wanneer ze worden aangeraakt en kunnen dan soms agressief reageren.  Ze kunnen eveneens besmet zijn met ziektekiemen.

We raden aan om het dier eerst even te observeren om er zeker van te zijn dat het wel degelijk verzwakt is. Het kan immers gebeuren dat dieren gewoon aan het uitrusten zijn. Ook kan het gaan om jongen van (roof)vogels die op de grond liggen omdat ze uit hun nest zijn gesprongen, maar die nog worden gevoederd door hun ouders. Of jonge reekalfjes die door hun moeder verstopt zijn in de vegetatie en die ook nog gevoederd worden door hun moeder en helemaal niet achtergelaten zijn.

Raak de dieren zeker niet aan, jouw geur kan ervoor zorgen dat de ouderdieren het jong verstoten.

Wanneer je toch denkt dat het dier in nood is, bel je best eerst een gespecialiseerd opvangcentrum voor in het wild levende dieren om te vragen hoe je best ingrijpt.

Je vindt een dood dier. Wat moet je doen?

Blijf op afstand en raak het kadaver zeker niet aan. Dode dieren kunnen besmet zijn met ziektekiemen.

Een elementaire hygiëneregel stelt dat de beheerder of eigenaar ervoor zorgt dat een kadaver niet ter plekke ontbindt. Sommige soorten zijn beschermd en worden zelfs wetenschappelijk opgevolgd, en dus is het best dat je de bevoegde instanties meldt dat je een kadaver hebt gevonden. Zeker ook wanneer je meerdere kadavers van dezelfde soort of van andere soorten samen aantreft. Er kan immers een gezondheidsprobleem of infectie aan de basis van die uitzonderlijke sterfte liggen.

Lees hieronder achtereenvolgens wat je moet doen als je dode vogels vindt, een dood everzwijn, dode amfibieën, of andere dode dieren.

Dode vogels?

Waakzaamheid voor vogelgriep bij wilde vogels
Sinds september 2020 is er in alle lidstaten in Europa een verhoogde waakzaamheid voor het voorkomen van H5N8-vogelgriep bij wilde vogels, en werd het virus in onze buurlanden al vastgesteld op verschillende plaatsen in Duitsland en Nederland. Vanuit de ANB passieve ziektebewaking werd op 13/11/20 de eerste besmettingen met het hoogpathogene H5N8-vogelgriepvirus vastgesteld bij wilde vogels in België. Het gaat om een knobbelzwaan, een kolgans en een wulp gevonden in de kustgemeenten Oudenburg, Bredene en Middelkerke. Gezien de verschillende vindplaatsen is het waarschijnlijk dat de er in de ganse kuststrook en mogelijk ook elders in het land vogelgriep circuleert bij wilde vogels. Omdat het H5N8-vogelgriepvirus heel besmettelijk is voor vogels en dus ook voor pluimvee, werden enkele verplichtingen opgelegd voor houders van gedomesticeerde vogels, zowel voor commerciële houderijen als voor de hobbysector, die terug te vinden zijn op de FAVV-website.

Om een goed beeld te krijgen van de virusstammen die circuleren bij wilde vogels en om de evolutie van de uitbraak op te volgen, is het belangrijk waakzaam te zijn voor zieke en dode wilde vogels. Wanneer men dode vogels aantreft in Vlaanderen of Wallonië, bel dan steeds de (gratis) influenzalijn op 0800/99777. Vervolgens zullen de kadavers in de ANB-ziektebewaking worden opgenomen en opgehaald voor onderzoek op vogelgriep en andere ziekteverwekkers. 

Wanneer men zieke vogels aantreft, contacteer dan een nabij gelegen opvangcentrum voor wilde dieren (VOC) zodat de dieren er verzorgd worden of indien nodig geëuthanaseerd en onderzocht op vogelgriep. Een overzicht van de adressen van de erkende VOCs in Vlaanderen staat op http://vogelbescherming.be/wild-dier-nood/opvangcentra-voor-wilde-dieren.

De nu circulerende vogelgriepvirusstam is niet zoönotisch en dus niet gevaarlijk voor de mens. Maar vanuit het voorzorgsprincipe is het aangeraden bij manipulatie van zieke vogels wegwerphandschoenen en een mondmasker te dragen, en er eveneens op toe te zien dat personen met verminderde immuniteit geen zieke vogels manipuleren. Zieke vogels kunnen vervoerd worden in een afgesloten plastieken bak of kartonnen doos. Karton wordt nadien afgevoerd via papier, een plastieken bak moet nadien ontsmet worden voor hergebruik.

Opmerking over het voederen van vogels
Ook al werd het H5N8-vogelgriepvirus vastgesteld bij in het wild levende vogels in Vlaanderen, je mag tuinvogels blijven voederen via een voedertafel of -silo. Door het aanbieden van voedsel verhoog je natuurlijk wel het risico dat een besmette vogel andere vogels kan besmetten, maar daarnaast help je de vogels met voedsel de koude wintermaanden door.

Let er wel op dat eventueel gedomesticeerde vogels zoals gehouden kippen, eenden of ganzen niet in contact kunnen komen met de voederplaatsen en uitwerpselen die zich rond deze voederplaatsen bevinden!

Vogelbescherming Vlaanderen geeft op hun website meer voedertips en drinkwatertips voor tuinvogels (zie deze webpagina en deze webpagina).

Wat met de jacht op waterwild?
Door de federaal afgekondigde ophokplicht is de jacht met de roofvogel de facto niet toegelaten. De jacht met het geweer op waterwild blijft mogelijk. Het is echter raadzaam dat de jager in deze omstandigheden extra waakzaamheid heeft voor de populatietoestand en conditie van het waterwild op zijn jachtterrein. Zo kan de jager zijn afschot aanpassen om minder bijkomende sterfte te veroorzaken in vogelpopulaties die onder druk staan door het hoog pathogene virus en om minder bijkomende verstoring te creëren in de vogelpopulaties. Tenslotte is het ook in lijn met de afgekondigde federale maatregelen voor pluimvee(hobby)houders dat er een minimaal contact wordt nagestreefd tussen mens en wilde vogels/virus om verspreiding van de infectie naar gedomesticeerde vogels te vermijden.

Indien er toch gejaagd wordt op waterwild, volg dan volgende bioveiligheidsmaatregelen op:

  • draag handschoenen bij het manipuleren van kadaver;
  • ontsmet het gebruikt materiaal ontsmet;
  • vermijdt contact met gedomesticeerd pluimvee of vogels tot 4 dagen na de manipulatie van wilde vogelkadavers.

Het vervoer van geschoten wild, consumeren of aanbieden aan een derde of aan een erkende wildverwerkingseenheid is nog steeds toegelaten. De algemene regel geldt hierbij dat dieren die abnormaal gedrag of afwijkingen (inwendige of uitwendige) vertonen, niet voor consumptie geschikt zijn.

Heb je een dood everzwijn gevonden?

Na de uitbraak van Afrikaanse varkenspest bij everzwijnen in Wallonië, worden alle dood gevonden everzwijnen in Vlaanderen ingezameld voor analyse, tenzij ze een duidelijk slachtoffer zijn van jachtactiviteiten.

Blijf op afstand en raak het kadaver niet aan!

Bel zo spoedig mogelijk het contactpunt voor jouw provincie:

  • Limburg: 089/85 49 06
  • Antwerpen: 03/376 45 15
  • Vlaams-Brabant: 052/33 64 10
  • Oost-Vlaanderen: 09/230 46 46 of 0495/42 84 77
  • West-Vlaanderen: 059 80 67 66

De gecontacteerde medewerker van het provinciale opvangcentrum voor wilde dieren zal vragen naar jouw precieze locatie en de situatie ter plaatse (ziet het kadaver er nog intact uit, of is het al deels vergaan, ligt het in een bos of langs de weg, is het een klein big of een groter zwijn, …).

De medewerker zal vervolgens verdere instructies geven. Deze persoon zal jou eventueel vragen om niet weg te gaan tot wanneer een ploeg ter plaatse komt om het kadaver op te halen voor onderzoek. Op die manier proberen we samen om eventuele ziekten bij wilde zwijnen snel vast te stellen en verdere spreiding te voorkomen.

Dode amfibieën?

Wanneer je een dode amfibie in Vlaanderen aantreft waarbij het kadaver relatief vers is én intact is zonder traumatische doodsoorzaak (dus géén aangereden amfibieën, kadavers die zijn aangepikt door dieren en géén verdronken amfibieën) breng je deze best steeds naar één van de volgende Opvangcentra voor Wilde dieren (VOC) zodat de doodsoorzaak wordt onderzocht:   

  • Limburg: VOC Natuurhulpcentrum, Industrieweg Zuid 2051, 3660 Oudsbergen, tel. 089/85 49 06
  • Antwerpen: VOC Brasschaat-Kapellen, Holleweg 43, 2950 Kapellen, tel. 03/376 45 15 of 0473/48 48 97
  • Vlaams-Brabant: VOC Malderen, Boeksheide 51, 1840 Malderen, tel. 052/33 64 10
  • Oost-Vlaanderen: VOC Merelbeke, Liedermeersweg 14, 9820 Merelbeke, tel. 09/230 46 46 of 0495/42 84 77
  • West-Vlaanderen: VOC Oostende, Nieuwpoortsesteenweg 642, 8400 Oostende, tel. 059 80 67 66

Verpak het kadaver in een dubbele plastic zak of berg het op in een plastieken doosje. Volg steeds het veiligheidsprotocol om ongewilde verspreiding van het virus te voorkomen.

Ander dood dier?

Ligt het kadaver in een gewestelijk park of een groene ruimte in beheer van ANB, waarschuw dan ANB op telefoonnummer 02/553 81 02.

Ligt het kadaver in een groene ruimte beheerd door de gemeente, alsook een openbare weg, een niet-openbare weg of een privé-eigendom, contacteer dan de gemeentediensten of lokale politie.


Juridische informatie aangaande kadavers van dieren zonder (gekende) eigenaars

In het wild levende dieren noemt men juridisch ‘res nullius’ dieren, dit zijn dieren zonder eigenaar. De definitie van ‘res nullius dieren’ is ‘dieren die niet onder eigendom van een persoon vallen en die leven op terreinen of plaatsen die niet afgesloten zijn door een doorlopende constructie die erop gericht is de verspreiding van de dieren naar omliggende terreinen en plaatsen onmogelijk te maken, ongeacht de aard of de bedekking van die plaatsen’.

Wettelijk gezien vallen de kadavers van deze res nullius dieren zowel buiten de bevoegdheid van ANB als van OVAM. De juridische definitie van een afvalstof is ‘elke stof of elk voorwerp waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen’. Aangezien het hier gaat om dieren zonder eigenaar is er geen houder die zich er zou kunnen of willen van ontdoen. Een uitzondering hierop is dood ongedierte dat vrijkomt bij ongediertebestrijding (bv. in een voedingsbedrijf, want dat wordt door de wetgeving wel aanzien als een afvalstof, meer bepaald een bedrijfsafvalstof. De houder wil er zich van ontdoen en mag dit dood ongedierte bijgevolg verwijderen als restafval.

De kadavers van res nullius dieren worden uitgesloten uit het toepassingsgebied van de Europese verordeningen 1069/2009 en 142/2011 die richtlijnen bevatten voor het verwijderen van afval en kadavers. OVAM en ANB zijn dan ook van mening dat, slechts indien kadavers/delen van kadavers van res nullius dieren hinderlijk zijn voor mens en milieu, de verwijdering ervan in analogie met deze wetgeving moet gebeuren.

In deze tabel res nullius (pdf - 82 KB) zijn de aanbevelingen opgenomen voor het verwijderen van kadavers van res nullius dieren om mogelijke hinder te voorkomen.

Wanneer kadavers zich bevinden op privéterrein, is de eigenaar van het terrein verantwoordelijk voor de opruiming van de kadavers.  Wanneer de kadavers zich bevinden op openbaar domein, is de gemeente verantwoordelijk voor de opruiming van de kadavers (cfr. de nieuwe gemeentewet art 135). 

Opgelet! Indien door een bepaalde ziekte bij in het wild levende dieren een risico ontstaat voor de volksgezondheid, voor de diergezondheid of voor de natuur, treedt het Wildedierenziektedecreet in werking. Dan kunnen specifieke bioveiligheidsmaatregelen worden opgelegd. 

Zo worden sinds de uitbraak van Afrikaanse varkenspest bij everzwijnen in Wallonië, alle dood gevonden everzwijnen in Vlaanderen ingezameld voor analyse, tenzij ze een duidelijk slachtoffer zijn van jachtactiviteiten (zie hierboven).

Daarnaast worden ook dode vogels onderzocht op vogelgriepvirussen en andere ziektekiemen (zie hierboven), en amfibieën op Chytridiomycose (zie hierboven).

Hieronder nog een stappenplan om te verduidelijken wat je best met een verzwakt, gewond of dood dier doet: