Waarom tijdelijke natuur?

Waarom tijdelijke natuur?

Voordelen voor de eigenaar

  • Je projecten lopen geen vertraging meer op als gevolg van de tijdelijke natuur die zich heeft ontwikkeld.
  • Je werkt mee aan ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’ op een zichtbare en tastbare wijze.
  • Participatie aan tijdelijke natuur kan het imago van je product of dienst ten goede komen. Je kunt het tijdelijke natuurgebied openstellen voor het publiek, waardoor je de relatie met de buurtbewoners optimaliseert.
  • Je draagt met tijdelijke natuur bij aan het voortbestaan van (zeldzame en beschermde) planten en dieren in Vlaanderen.
  • Je mag de planten en dieren op je grondgebied verwijderen zodra de uitvoering van je project van start gaat.
  • Het preventief weren van zeldzame en beschermde flora en fauna heeft ook een kostprijs, die kun je vermijden.


Gevolgen voor de natuur

Ecologisch gezien zorgt een project van tijdelijke natuur voor een tijdelijke uitbreiding van habitats en potentiële leef- of voortplantingsgebieden van planten en dieren, zowel beschermd als niet-beschermd. Tijdelijke natuur kan daarbij tijdelijk een onderkomen bieden aan (zeldzame) soorten die moeilijkheden hebben met het vinden van een geschikte habitat. Tijdelijke natuur kan ook fungeren als een stapsteen of corridor tussen permanente natuurgebieden zodat de kans verhoogt dat het ene gebied vanuit het andere gekoloniseerd raakt, of dat er een uitwisseling van genetisch materiaal tussen populaties uit beide gebieden mogelijk is. Tijdelijke natuur kan ten slotte dienst doen als een extra rust- of foerageergebied voor trekkende dieren, zoals vogels. Meer info >

Mogelijke negatieve effecten zijn ofwel afhankelijk van de evoluties uit de omgeving en kunnen in dat geval niet verweten worden aan de tijdelijke natuur, ofwel zijn ze niet typisch voor tijdelijke natuur, maar gelden ze voor elke vorm van natuurontwikkeling. Meer info >

Om de mogelijke negatieve effecten te vermijden zal elke afwijking voor tijdelijke natuur specifieke  vergunningsvoorwaarden opnemen, zodat de effecten van tijdelijke natuur positief tot neutraal zijn voor de wilde fauna en flora in Vlaanderen.

POSITIEVE EFFECTEN 

1. Tijdelijke natuur geeft een impuls aan pioniers- en vroege soorten
In veel gevallen is tijdelijke natuur een geschikte biotoop voor pioniers- en vroege soorten. Ze zijn namelijk aangepast aan de korte beschikbaarheid van hun leefgebied. Ze koloniseren het gebied snel, gebruiken het als stapsteen of als tijdelijke populatiekern en verdwijnen weer door natuurlijke successie of door de verwijdering van de tijdelijke natuur.

Tijdelijke natuur kan stapstenen genereren die de verbondenheid van een populatienetwerk (cf. de metapopulatietheorie) verbeteren en zo de te overbruggen afstanden verminderen. Of dat in werkelijkheid zo is, hangt af van de omgeving. Als in de omgeving nog overig bereikbaar pioniershabitat voorkomt en de tijdelijke natuur dus deel uitmaakt van een habitatnetwerk, zal er een reële kans zijn op langdurige of blijvende positieve effecten.

2. Een tijdelijke stijging in aantallen kan zorgen voor een verduurzaming van een populatie
Door een sterke groei van een populatie in een tijdelijk natuurgebied verstevigt de populatie in aantal of neemt de genetische diversiteit minder snel af, wat bijdraagt aan het behoud van de genetische variatie van een populatie.

Kleine populaties hebben een grotere kans op uitsterven door toevalseffecten (milieuomstandigheden, toevalsprocessen met betrekking tot geboorte en sterfte) dan grote populaties. Door toeval gaat ook genetische diversiteit verloren in populaties (genetische drift), waardoor het aanpassingsvermogen van een soort aan veranderende omstandigheden kan afnemen. Vanaf een bepaalde populatiegrootte wordt het verlies aan genetische diversiteit gecompenseerd door het ontstaan van nieuwe mutaties in de populatie. Men spreekt dan van een minimale levensvatbare populatie. Door de bijdrage van de tijdelijke natuur (bv. als stapsteen tussen meerdere kleinere populaties die dan samen tijdelijk een grotere populatie vormen) kan het zijn dat die minimumaantallen bereikt worden.

3. Een tijdelijk natuurgebied is een extra ‘patch’ in een metapopulatie en draagt bij aan de overlevingskans van een soort
Een metapopulatie wordt gevormd door deelpopulaties die verspreid zijn over verschillende habitatvlekken (‘patches’) omdat de geschiktheid van een habitat kan wisselen naargelang de milieuomstandigheden. Een tijdelijk natuurgebied kan een extra habitatvlek bevatten waar soorten zich kunnen vestigen als andere habitatvlekken minder geschikt geworden zijn, en draagt dus bij aan de overleving van die soort.

Opdat een bijkomende patch een positief effect kan hebben, is het eerst nodig dat die landschappelijk ingebed is in een functioneel netwerk van habitatpatches zodat individuen kunnen migreren tussen al die patches. Tijdelijke natuur kan daarbij de samenhang van het netwerk positief beïnvloeden door het creëren van bijkomende stapstenen. Hoe groter het aantal patches of hoe beter de verbindingen daartussen, hoe groter het positieve effect.


NEGATIEVE EFFECTEN 

1. Vernietiging van tijdelijk habitat en aanwezige soorten of (deel)populaties
Bij vernietiging van de tijdelijke natuur worden uiteraard planten verwijderd en dieren verdreven. Er is mogelijk ook een indirect effect door het wegvallen van een stapsteen of wanneer soorten massaal een optimaal tijdelijk natuurgebied verkiezen boven een nabijgelegen suboptimaal permanent gebied. In dat geval kunnen soorten in problemen komen bij de vernietiging van de tijdelijke natuur.

Hoe groot is dit effect?
In de ontwikkeling van de tijdelijke natuur spelen spontane processen een rol: plantenzaden verspreid door de wind vinden er een geschikte voedingsbodem, dieren trekken weg uit het oorspronkelijk habitat vanwege een te hoge populatiedichtheid (competitie voor voedsel, territorium of sekspartner) of er is toevallige uitwisseling van individuen. In dergelijke gevallen heeft de verwijdering van de tijdelijke natuur geen invloed op de bronpopulatie of op de staat van instandhouding van de metapopulatie, aangezien ze er bij aanvang ook niet toe bijdroeg.

Soorten uit de vroege successiestadia en zeker pionierssoorten zijn juist afhankelijk van dynamische milieus en zijn aangepast aan de korte beschikbaarheid van hun leefgebied. Aangezien pionierssoorten en ‘vroege’ soorten toch verdreven zouden worden als gevolg van natuurlijke successie, is het verdwijnen van een tijdelijk natuurgebied geen probleem als ze zich hebben kunnen voortplanten.

Wat kunnen we eraan doen?
Het opleggen van specifieke voorwaarden bij het opruimen van tijdelijke natuur kan eventuele negatieve effecten tegengaan.

  • 1° het beperken van de periode waarin tijdelijke natuur mag worden verwijderd, meer bepaald buiten het voortplantings- of broedseizoen
  • 2° het verplaatsen van minder mobiele soorten, wanneer dat relevant en praktisch mogelijk is


2. Tijdelijke natuur kan fungeren als ecologische val
Het kan zijn dat tijdelijke natuur een hoge aantrekkingskracht heeft op koloniserende soorten, maar uiteindelijk onvoldoende geschikt is om voldoende voedsel te vinden of om jongen voort te brengen. Dan spreekt men van een ecologische val. In een dergelijk gebied kan een populatie niet standhouden zonder instroom van immigranten vanuit een bronpopulatie.

Hoe groot is dit effect?
Het valt moeilijk te voorspellen in welke mate deze processen zullen optreden in tijdelijke natuur. Het functioneren als ecologische val of predatorval valt niet uit te sluiten. Welke impact dat kan hebben op de totale metapopulatie is zeer situatie-afhankelijk. Het kan een grote impact hebben bij soorten die nu maar een beperkte verspreiding en kleine populaties hebben. Ook voor soorten die zich soms massaal vestigen op nieuw ontwikkelde locaties kan het effect groot zijn.

Het probleem van de ecologische val is niet typisch voor tijdelijke natuur, maar geldt voor elke vorm van natuurontwikkeling. Bij de ontwikkeling van permanente natuurgebieden is het zelfs belangrijker dan bij tijdelijke natuur. Hoe langer een ecologische val blijft bestaan, hoe groter immers het effect op de populatie kan zijn.

Wat kunnen we eraan doen?
Een eventueel negatief effect kan worden tegengegaan door in de vergunningsvoorwaarden op te leggen dat de tijdelijke natuur vroegtijdig kan worden stopgezet als een ecologische val optreedt.