Ontheffing op het ontbossingsverbod

Ontheffing op het ontbossingsverbod

Voor alle ontbossingen die niet vallen onder de 4 uitzonderingen op het ontbossingsverbod vallen, kan de Vlaamse minister van Omgeving een ontheffing verlenen op het ontbossingsverbod. In de praktijk heeft de minister deze bevoegdheid gedelegeerd naar de Administrateur-Generaal van het Agentschap voor Natuur en Bos.

De aanvraag tot ontheffing gebeurt op individueel en gemotiveerd verzoek van de aanvrager d.m.v. een aangetekend schrijven aan ANB. Hiervoor wordt het volgende formulier (doc - 267 KB) gebruikt.

Als de aanvrager ontheffing wordt verleend op het verbod tot ontbossing, moet hij een eensluidend verklaard afschrift van die beslissing bij zijn aanvraag voor een omgevingsvergunning tot ontbossing voegen.

Als de ontheffing op het verbod tot ontbossing niet wordt toegekend, dan blijft het verbod op ontbossing geldig en kan er geen omgevingsvergunning tot ontbossing worden afgeleverd.
WetgevingDe wettelijke bepalingen inzake ontbossing en de compensatie die daaruit moet volgen zijn in de eerste plaats te vinden in artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990. Nadere uitwerking van artikel 90bis van het decreet is vastgesteld in het Besluit van de Vlaamse Regering van 16 februari 2001 tot vaststelling van nadere regels inzake compensatie van ontbossing en ontheffing van het verbod op ontbossing
De wettelijke bepalingen inzake de meest kwetsbare waardevolle bossen zijn terug te vinden in artikel 90ter van het Bosdecreet van 13 juni 1990.
Art. 4.2.1 van de VCRO voert de stedenbouwkundige vergunningsplicht in bij ontbossing.