Dam eens op hoog niveau

Dam eens op hoog niveau

De bever is in opmars in Vlaanderen, al zijn ze niet eenvoudig te spotten. Als ze niet aan het dammen zijn, spelen ze maar al te graag verstoppertje. Gelukkig zie je nog steeds hun knappe knaagkunstwerken en zelfgemaakte glijbanen waarlangs ze van de oever weer het water in roetsjen. Vergeet je zwembroek niet!

Bevers zijn in de zomer vooral tijdens de schemering en ’s nachts actief in waterrijke natuurgebieden. Van mei tot augustus verlaten ze de burcht in de vroege avond en keren tussen 3 en 6 uur ‘s morgens terug. Ze verraden hun aanwezigheid door afgebeten en geschilde takken, omgeknaagde bomen, een dam van takken en aarde, een burcht in of langs het water, wissels, glijplekken, geurposten en loopsporen. Maar ook als je ze niet te zien krijgt, zijn de afgeknaagde bomen en dammen vaak echte kunstwerken, die een wandeling meer dan waard zijn.

Waar kun je de bever spotten?

  • In Vlaams-Brabant heb je veel kans een bever te zien vanuit de vogelkijkhut van het natuurgebied Grootbroek in Sint-Agatha-Rode. Ook in andere natuurgebieden langs de Dijle kun je de vele boomkunstwerken van de bever bewonderen.
     
  • In Limburg kun je hiervoor langs de Maas terecht, vooral in de oude grindwinningsplassen tussen Kinrooi en Dilsen-Stokkem. Vanop het fietspad langs de Maas of vanop andere paden met zicht op de plassen heb je een goede kans een exemplaar te spotten.
     
  • In Oost-Vlaanderen vind je de bever onder andere in de Polders van Kruibeke. In de Rupelmondse Kreek vanop het fietspad ter hoogte van de uitlaatconstructie in de SIGMA-dijk heb je het meeste kans. Er is ook een echt Beverpad, waar je knaagsporen van bevers kunt ontdekken, of misschien zie je er zelfs eentje overzwemmen. Met een beetje geluk kom je ook reeën, zilverreigers, aalscholvers of een ijsvogel tegen onderweg. Langs het pad is er ook een uitkijkheuvel en vogelkijkwand.
     
  • Rond Antwerpen heb je het otter- en bevereiland in Blaasveldbroek, waar je ook heerlijk kunt picknicken en spelen. Op zondagnamiddag is er zelfs een beversafari!

Hoe doet de bever het in Vlaanderen?

In 2015 werd er een soortenbeschermingsprogramma voor de bever vastgesteld door minister Schauvliege. Sindsdien wordt het reilen en zeilen van deze beschermde diersoort nauwkeurig gemonitord en beheerd door het ANB. In 2016 groeide de beverpopulatie in Vlaanderen met meer dan 20%, vooral in het Maas-, Dijle-, Nete- en Zennebekken. Dat is fantastisch nieuws voor de Vlaamse biodiversiteit, ook al gaat dit gepaard met enkele uitdagingen, want de bever zet wel heel letterlijk zijn tanden in het landschap. De schade voor particulieren blijft echter beperkt en is met preventieve maatregelen vaak snel in te dijken. Waterbeheerders en landbouwers moeten wel een extra inspanning leveren, maar het ANB geeft hierbij advies en compenseert financiële schade waar nodig, want waterbeheerders investeren heel wat in controle van waterwegen en in het nagaan of er al dan niet schade is.

Het ANB heeft beslist om voorlopig geen bevers meer te vangen en te verplaatsen, enkel in noodsituaties, omdat dit vaak maar een tijdelijke oplossing is. Vaak dient er zich al snel een nieuwe beverfamilie aan op de oude plek, en ook op de nieuwe plek breidt de bever zijn territorium meestal zo ver uit dat er al snel nieuwe schade wordt aangericht. In 2017 voert het ANB verder onderzoek uit naar mogelijke oplossingen.

    Wist je dat...

    • Bevers zijn uitgesproken vegetariërs. Ze eten vooral (wortels van) waterplanten, moerasplanten en riet. Ook gras, kruiden en cultuurgewassen (zoals maïs, bieten,…) die dicht bij het water liggen moeten er al eens aan geloven. Bevers knagen ook bomen om. Ze hebben een voorkeur voor zachte houtsoorten (wilg, populier, els). Ze gebruiken de bast, twijgjes en bladeren als voedsel. Het hout zelf eten ze niet. De grote takken en bomen gebruiken ze om burchten en dammen te bouwen.
       
    • Als er gevaar dreigt, slaat de bever hard met zijn staart op het water. Alle bevers die die klap horen, verdwijnen dan snel.
       
    • Bevers houden niet van regen, dan blijven ze gewoon binnen.
       
    • De bever leeft altijd in en langs rivieren, vijvers, moerassen, beken, oude rivierarmen… Voorwaarde is dat de toegang tot water het hele jaar rond gegarandeerd is en dat er voldoende bomen langs de oever staan.
       
    • Een bever wordt 10 à 15 jaar oud. In de winter is de bever zeer dik. Hij bestaat dan voor de helft uit vet. De vetlaag beschermt hem tegen de barre koude.