Groote Oorlog

Klaproosvelden en vredesbomen herdenken de Groote Oorlog

Tot eind 2018 legt het Agentschap voor Natuur en Bos de link tussen natuur en oorlog in het project 'Taking care of Flanders Fields'. Daarin staat de klaproos, het herdenkingssymbool van de Groote Oorlog, centraal. Steden, gemeenten en andere partners kunnen ook dit jaar weer klaprooszaad bestellen om velden in te zaaien, samen met het ANB. Dankzij die bloeiende klaproosvelden staan we stil bij wat 100 jaar geleden is gebeurd en belichten we de kracht van de natuur, die vanuit de vernieling nieuw leven doet ontstaan.


Tientallen hectare klaproosakkers ingezaaid over heel Vlaanderen

Het Agentschap voor Natuur en Bos zaait tijdens de herdenkingsperiode ‘100 jaar Groote Oorlog’ elk jaar klaproosvelden in binnen en rond zijn natuurgebieden. Tijdens de zomer kleuren de Vlaamse velden rood en vormen ze een perfecte uitnodiging om stil te staan bij wat 100 jaar geleden gebeurd is. Ontdek ze tijdens je wandelingen maar ook tijdens fietstochten, dankzij de klaproosfietsroutes langs de West-Vlaamse heuvels, het Mastenbos in Kapellen en dwars door Limburg via de groene oorlogsroute. Vanaf 1 mei 2018 kun je de folders met de trajecten downloaden op deze site.

Take care of Flanders Fields - partners gezocht!

Tijdens de WOI-herdenkingsperiode doet het Agentschap voor Natuur en Bos ieder jaar een oproep naar partners om samen met ons de Vlaamse velden klaproosrood te kleuren. We bezorgen gratis klaprooszaad en een ontwerp voor een infobord aan elk ingeschreven openbaar bestuur, bedrijf, vzw of privépersoon met een project rond de Eerste Wereldoorlog. Meer info >

In 2016 konden we rekenen op de medewerking van 37 partners die met hun projecten en evenementen een gezamenlijke oppervlakte van 17,5 ha inzaaiden. Samen met onze eigen klaproosvelden was 2016 goed voor 68 ha klaproosplezier verspreid over Vlaanderen. 

In 2017 hadden we maar liefst 73 partners uit de openbare en privésector die van ons gratis klaprooszaad kregen. Hun projecten en evenementen zijn goed voor een gezamenlijke oppervlakte van 30,5 ha klaproosvelden. Samen met 53 ha van het Agentschap voor Natuur en Bos is 2017 goed voor 83,5 ha klaproosplezier in Vlaanderen.

Vredesbomen in 2018

Op 11 november 2018 doen we mee aan de eeuwenoude traditie om bij een belangrijke gebeurtenis een herinneringsboom aan te planten. Na overleg met het Agentschap Onroerend Erfgoed kozen we voor de winterlinde en de zomereik. In de Galgebossen, het Polygoonbos, het Koppenbergbos, Mastenbos, Drie Fonteinen, Houtembos en Mechelse heide planten we in 2018 vredesbomen aan. We richten ons ook tot steden en gemeenten om met ons mee te doen. Meer info >

Oorlog en natuur

Bij de herdenking van de Groote Oorlog verwacht je niet meteen een natuurverhaal. Toch is het verband logisch, want ook de natuur draagt nog de sporen van wat 100 jaar geleden is gebeurd. Er is uiteraard het negatieve verhaal, van de bossen die zijn verdwenen, maar het is niet allemaal kommer en kwel. Bunkers doen nu dienst als overwinteringsplaats voor vleermuizen. En er zijn er ook heel wat plaatsen waar kraters van toen in de loop der jaren zijn geëvolueerd tot poelen die vandaag de perfecte plek zijn voor zeldzame amfibieën, zoals de kamsalamander. De oorlog heeft dus op een vreemde manier ook gezorgd voor nieuw leven in de natuur.

Klaprozen: het internationaal symbool

De klaproos is het internationale symbool dat herinnert aan de menselijke tol van oorlogen. John Mc Crae beschreef pakkend het beeld van de klaproos in het gedicht ‘In Flanders Fields’, dat hij in 1915 schreef in de schaduw van het Ieperse front. Het door bommen en granaten omwoelde land bood de perfecte omstandigheden waarin een pioniersplant als de klaproos kon gedijen.

Mastenbos: de sporen van de oorlog nog steeds zichtbaar

De eerste klaproosakker werd ingezaaid in 2014 in het Mastenbos in Kapellen. Dat is niet toevallig, het Mastenbos herbergt, zó ver van het westelijke front, indrukwekkende relicten van de Eerste Wereldoorlog. De goed bewaarde loopgraven en een reeks bunkers maakten deel uit van de afweergordel aangelegd door de Duitse troepen om mogelijke aanvallen vanuit het neutrale Nederland op te vangen. Het hele complex werd vrijgemaakt en opengesteld voor het publiek.