Gebouwen en verhardingen

Gebouwen en verhardingen

Verbouwingen of uitbreidingen van bestaande constructies of verhardingen kunnen de omgeving ingrijpend veranderen. Per type bekijken we de effecten en hoe je deze kunt opvangen.


Inname, wijziging, of vernietiging van oppervlakte

Oppervlakte innemen kan een beschermde vegetatie, een poel, ven of vijver, een boom of een bos wijzigen of vernietigen.

Hoe deze effecten opvangen?
Om de effecten te beperken of te voorkomen kun je als vergunningverlener de volgende maatregelen nemen:

  • Compensatie kan verplicht zijn. De natuur mag er kwalitatief en kwantitatief niet op achteruit gaan.  Zie ook: artikel 90bis van het Bosdecreet en het Natuurdecreet
  • Je maakt gebruik van natuurtechnische milieubouw (NTMB) om de resterende oppervlakte optimaal in te richten. 
  • Op het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) vind je verschillende studies en vademecums. Klik door naar het thema Milieu en Infrastructuur.
  • Je past de periode van de werken aan en spaart zo de fauna en flora. 
  • Zie ook: ANB RICHTLIJN 2010/02 Afwegingskader toepassing schoontijd
  • Als er vermijdbare schade optreedt, mag je de vergunning weigeren. Probeer je beslissing te baseren op objectieve criteria. 


Veranderingen aan het gebouw

Veranderingen aan een gebouw kunnen beschermde soorten die er verblijven verjagen of vernietigen. Let op: bij bepaalde soorten (vb: zwaluwen) is het verboden om nesten te vernietigen.

Hoe deze effecten opvangen?
Om de effecten te beperken of te voorkomen neem je als vergunningverlener de volgende maatregelen:


Veranderingen aan de omgeving

Een veranderde omgeving kan leiden tot:

  • Lichthinder. Bijvoorbeeld: plaatsing van lichten aan parkings.
  • Versnippering. Bijvoorbeeld: plaatsing van omheiningen en andere bijkomende constructies en verhardingen.
  • Ook de herinrichting van een tuin en de aanplanting van planten, struiken en bomen heeft veranderingen tot gevolg.

Het belangrijkste is nagaan of deze wijzigingen betekenisvol zijn.

Effecten bij plaatsing van buitenverlichting
Hoe deze effecten opvangen? Het type, de locatie en de richting van de verlichting van gebouwen, parkings en dergelijke kan de aanwezige fauna zoals vleermuizen verstoren.

Dit is een belangrijk aandachtspunt in ecologisch waardevolle landschappen zoals bossen, dreven en valleigebied.

  • Beperk de buitenverlichting tot het hoogst noodzakelijke.
  • Gebruik verlichting die naar beneden gericht is, in combinatie met een goed doordachte plaatsing.

Verdere info:

Effecten bij plaatsing van omheiningen, muren of gebouwen
Hoe deze effecten opvangen? Een omheining plaatsen of een muur bouwen kan een gebied versnipperen. Dieren geraken nog moeilijk in of uit het gebied.

Met de volgende maatregelen beperk je de effecten:

  • Omhein eigendommen met natuurlijke hagen.
  • Pas kunstmatige omheiningen aan.
  • Wijzig de maasgrootte en de hoogte van de omheining.
  • Laat onderaan de omheining enkele openingen vrij.
  • Gebruik twee enkele gladde draden.
  • Door gebouwen of muren op een andere locatie te plaatsen, kan de toegankelijkheid van een gebied soms worden gevrijwaard.
  • Leg je een verharding aan, kies dan voor waterdoorlatende en inerte materialen. Een uitzondering daarop zijn verhardingen van bedrijven met een verontreinigingsrisico (lekken, spills).

Effecten bij de afbakening van percelen
Hoe deze effecten opvangen? Deze maatregelen zorgen voor een milieuvriendelijke afbakening van percelen:

  • Plant enkel streekeigen en standplaatsgeschikte boom- of struiksoorten langs de perceelranden.
  • Gebruik geen agressieve exoten.

Verdere info op www.provincieantwerpen.be


Indirecte beïnvloeding van de waterhuishouding

Een verbouwing of uitbreiding kan de omgeving indirect beïnvloeden en resulteren in een veranderde waterhuishouding.

Zo zijn er tijdens de aanlegfase er bij ondergrondse constructies vaak bemalingen van het grondwater nodig. Dit kan de grond verdrogen.

  • Bij aanleg: de aard van het grondwater kan wijzigen door een tijdelijke of permanente bemaling.
  • Bij gebruik: de hoeveelheid van het grond- en hemelwater kan wijzigen door een toegenomen of toegevoegde verharding.

Hoe deze effecten opvangen? 
Beperk het verdrogingseffect met de volgende maatregelen:

  • Bij aanleg: bemaal buiten het vegetatieseizoen, dus vanaf 1 november tot 1 april.
  • Bij aanleg: gebruik nabij waardevolle natuurelementen bij voorkeur een retourbemaling.
  • Bij aanleg: bij zeer waardevolle vegetatie (vb. duinvegetatie) kan gebruikt gemaakt worden van gesloten bouwputten.
  • Bij aanleg: let op dat de chemische samenstelling en temperatuur van het pompwater niet te veel verschilt van de stand waarin het door de vegetatie onttrokken wordt.
  • Bij gebruik: vang oppervlaktewater afkomstig van daken en verhardingen op.
  • Bij zeer waardevolle vegetatie (vb. kwelafhankelijke vegetatie) kan gebruikt gemaakt worden van gesloten bouwputten.
  • Let op de chemische samenstelling en temperatuur van het pompwater.
  • Een bufferbekken of een wadi waar water geïnfiltreerd wordt, kan een milderende maatregel vormen door een natuurtechnische inrichting.
    • Een bufferbekken kan water op een regelbare wijze aan de omgeving afgeven (bijvoorbeeld: een waterput).
    • Een wadi is een voorziening voor een snellere infiltratie van opgevangen regenwater in de grond. Het is en laagte waarin het regenwater zich kan verzamelen. Meestal is een wadi beplant met gras of biezen (bijvoorbeeld een infiltratiegracht).


Indirecte beïnvloeding van de waterkwaliteit

In afvalwater zitten er regelmatig te grote hoeveelheden voedingsstoffen. Dit heeft negatieve effecten op de waterkwaliteit.

Bepaalde soorten, zoals de algen, gaan hierdoor sterk uitbreiden. De groei van de ene soort verstoort dan vaak de groei van een andere soort.

Hoe deze effecten opvangen? 
Waar geen aansluiting op de openbare riolering mogelijk is, moet je een kleinschalige waterzuivering laten aanleggen, zie zoneringskaart VMM.


Indirecte beïnvloeding van de bomen

De aanleg van en werken aan nutsleidingen van diverse soorten constructies en verhardingen kunnen nadelige effecten hebben op de bomen in de omgeving.

Hoe deze effecten opvangen? 
De volgende maatregelen kunnen de effecten van nutsleidingen, constructies en verhardingen op bomen opvangen of voorkomen.

  • Een goede planning : Een goede planning is essentieel om problemen te voorkomen.
    • Inventariseer de werfinrichting: bekijk de wortelbescherming, de wortelbeschoeiing en de uitvoeringsmethode van de werken.
    • Besteed voldoende aandacht aan de nazorg van de bomen. 
  • Gebruikte materialen . De volgende richtlijnen helpen de bomen te beschermen:
    • Stapel geen materialen onder de bomen en bovenop het wortelgestel en binnen de kroonprojectie.
    • Plaats geen werfwagens onder de bomen.
    • Rijd niet met machines onder de bomen.
    • Vul geen grond aan en graaf geen grond af binnen de kroonprojectie.
    • Giet geen spoelwater met cementresten, solventen, enz. uit in de omgeving van de boom. 
  • Wat met de bomen zelf? Neem de volgende maatregelen om de bomen te beschermen:
    • Behoud de bomen in hun natuurlijke omgeving.
    • Scherm de bomen tijdens de werken tot buiten de boomkruin af met een vast bouwhek.
    • Snoei de bomen niet enkel om de doorgang van kraanlasten of de plaatsing van stellingen te vergemakkelijken (let op: soms kan dit wel een betere oplossing zijn dan ingescheurde takken).
  • Maatregelen in verband met bemaling. Bij bouwactiviteiten moet men vaak bemalen:
    • Bemaal buiten het vegetatieseizoen (van 1 november tot 1 april). Indien je toch bemaalt tijdens dit seizoen, gebruik dan enkel de retourbemaling. Zo hebben de bomen tijdens droge perioden meer water ter beschikking.
    • Gebruik bronbemaling met retourbemaling alleen vanaf twee weken voor het begin van de werken.
    • Houd nauwlettend in het oog dat de bomen tijdens de retourbemaling niet verdrinken. Behoud voldoende zuurstofvoorziening van de wortels.

Verdere info:

  • Code voor goede landbouwpraktijk (pdf - 500 KB)
  • Brochures: WEGWIJS in de wetgeving op het wijzigen van vegetaties en kleine landschapselementen (actualisatie 2011) en de code voor goede natuurpraktijk (onderaan de pagina): www.provincieantwerpen.be
  • Vademecums natuurtechnische milieubouw LNE en studies:  Waterlopen, Wegen, Studies natuurtechniek: www.lne.be
  • Instituut voor natuur- en bosonderzoek: www.inbo.be
    • Standplaatsgeschiktheid (standplaatsonderzoek)
    • Autochtone bomen en struiken