Hoogstamboomgaarden

Hoogstamboomgaarden

De hoogstamboomgaarden worden gewaardeerd om hun landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische waarde.  Het behoud ervan is dan ook zeer belangrijk. Sommige boomgaarden worden aangetast door het Little Cherry Virus. Indien dit als reden opgegeven wordt voor het kappen van bomen in een hoogstamboomgaard, zal steeds een bewijs van de aantasting aangeleverd moeten worden. Dit kan bv. een laboverslag van PC Fruit of een ander labo zijn waaruit duidelijk blijkt dat de genomen stalen positief zijn voor Little Cherry Virus. Indien de rooien dan toch wordt toegestaan, zal steeds de voorwaarde tot heraanplant opgelegd moeten worden. Hier adviseren we dan wel om andere hoogstamfruitbomen aan te planten zoals appel, peer, pruim. Het heraanplanten met kers is weinig zinvol omdat het virus nog aanwezig kan zijn in de bodem.

Hetzelfde principe geldt voor aanvragen voor het rooien van meidoornhagen o.w.v. aantasting met bacterievuur. Ook hier wordt een bewijs van de aantasting gevraagd. Meestal heeft de aanvrager in dergelijk geval wel al een brief van het FAVV ontvangen met de melding dat bacterievuur werd vastgesteld op zijn perceel en dat de getroffen hagen gesnoeid of gerooid moeten worden. Die brief wordt dan bij de aanvraag gevoegd. Ook hier wordt heraanplant als voorwaarde opgelegd.
 

Maatregelen

  • Binnen de perimeter van het perceel/de percelen moet per te kappen hoogstamfruitboom één nieuwe  hoogstamfruitboom (plantformaat 10/12) aangeplant worden.
  • De hoogstamfruitbomen dienen in een plantverband van ca. 10m x 10m aangeplant te worden.
  • Het heraanplanten met bomen dient uitgevoerd te worden binnen het jaar na het kappen van de bomen.
  • De aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt  een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed in, het gebruik van een steunpaal of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen wild- en/of veevraat.
  • Bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen opnieuw te worden ingevuld. In ieder geval moet de aanvrager op zijn perceel per te kappen boom één nieuwe hoogstammige boom tot volle wasdom brengen
  • Alle andere bomen en struiken op het perceel moeten gespaard blijven.
  • Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit). Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart tot 1 juli moet men er zich - vóór men overgaat tot de uitvoering van de werken - van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het werken aan (oude) constructies of het kappen van bomen dient men na te gaan vóór de werken beginnen of vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, moet je contact opnemen met het Agentschap voor Natuur en Bos.