Oproep tot extra waakzaamheid voor ziekte en sterfte bij pimpelmezen en andere zangvogels

Het voorjaar van 2020 brengt niet enkel een virale Covid-19 pandemie voor de mens. In het westen van Duitsland werden de laatste weken vele duizenden zieke en dode pimpelmezen aangetroffen. Ze hebben allemaal een vergelijkbaar ziektebeeld en de ziekteverwekker is naar alle waarschijnlijkheid de bacterie Suttonella ornithocola die longontsteking veroorzaakt. Ook in Nederland werden reeds meldingen genoteerd met hetzelfde ziektebeeld. In Vlaanderen zijn er op dit moment nog geen aanwijzingen van deze besmetting, maar waakzaamheid is geboden. Deze bacterie is niet gevaarlijk voor de mens.

De Vogelopvangcentra voor Wilde dieren zijn paraat om zieke dieren op te vangen. En het Agentschap voor Natuur en Bos zal de ziekteverwekker opsporen zodra deze opduikt in Vlaanderen. Om de reikwijdte van een eventuele besmetting op te volgen is het aangewezen om dode mezen die je aantreft in de tuin of andere natuur te melden op het meldpunt van Vogelbescherming Vlaanderen.

De zieke pimpelmezen zitten bol, zijn suf, mager en uitgeput. Ze hebben vaak ademhalingsproblemen en zijn hun schuwheid verloren. Daardoor kunnen ze tot op zeer korte afstand worden benaderd. Er wordt ook gemeld dat ze een vuile snavel hebben. 

De ziekteverwekker is de bacterie Suttonella ornithocola. Deze bacterie is pas sinds 1996 bekend toen hij werd aangetroffen bij sterfte bij vogels in Engeland en Wales. 

In Duitsland zijn het vooral pimpelmezen die geïnfecteerd blijken, en van deze bacterie is geweten dat ze bijna uitsluitend meessoorten treft en dan vooral de kleinere meesssoorten zoals de pimpelmees. 

Omdat de regio’s in Duitsland en Nederland waar besmetting werd vastgesteld grenzen aan Vlaanderen, is het aannemelijk dat de besmetting ook in Vlaanderen kan opduiken.

Omdat het om een infectieziekte gaat is het daarom belangrijk om te voorkomen dat vogels elkaar direct of indirect via een voederplek of drinkplek besmetten. Daarom raden we het volgende aan:

  • Als er sprake is van vogelsterfte in je tuin, haal dan de voederbakjes en/of drinkbakjes weg gedurende een tweetal weken. Ontsmet ze vooraleer je ze nadien terug gebruikt. Dit kan je doen met een huishoudontsmettingsmiddel zoals bijvoorbeeld een verdunde huishoudbleekwater oplossing (5% natriumhypochloride), of een ander desinfectiemiddel. Daarna goed afspoelen met water en goed laten drogen.
  • Als er géén vogelsterfte is in je tuin, is het ter preventie in ieder geval belangrijk om algemene hygiënemaatregelen in acht te blijven nemen op voeder- en drinkplaatsen. Zo voorkom je dat de vogels doodgaan door ziekten die via een voerplaats worden overgedragen. We raden ten stelligste af het voederen te stoppen, vanaf april is het bijvoederen van vogels sowieso niet aangeraden.
    Daarnaast:
    • Maak voedertafels en vogelbaden iedere dag schoon door ze grondig te spoelen. Laat ze daarna eerst opdrogen alvorens ze opnieuw te gebruiken.
    • Ontsmet voedertafels en vogelbaden regelmatig. Dit kan je doen met een huishoudontsmettingsmiddel zoals bijvoorbeeld een verdunde huishoudbleekwater oplossing (5% natriumhypochloride), of een ander desinfectiemiddel. Daarna goed afspoelen met water en goed laten drogen.
    • Verplaats de voedertafels regelmatig om te voorkomen dat ziekteverwekkers zich onder de voedertafel kunnen ophopen.


Het Agentschap voor Natuur en Bos en Vogelbescherming Vlaanderen willen de mogelijke verspreiding van de ziekte en het ziektebeeld kunnen opvolgen en de ernst van de situatie in Vlaanderen kunnen beoordelen.

Daarom volgende oproep: vind je een verzwakte mees, stop ze dan in een kartonnen doos en contacteer het dichtstbijzijnde opvangcentrum voor vogels en wilde dieren. De medewerkers van deze centra zullen jou deskundig verder helpen. Was steeds grondig jouw handig na het vastnemen van een ziek dier. 

Vind je een dode mees, dan kan je dit melden aan het meldpunt via een mail aan meldpunt@vogelbescherming.be . Vermeld zeker waar en wanneer je de vogel(s) hebt gevonden en stuur een foto mee als bijlage. Zo kan er worden opgevolgd wat de verspreiding en impact is van een eventuele infectie op onze Vlaamse vogelpopulaties.