Om de natuur te beschermen

Vooral in de lente is de natuur heel kwetsbaar. De natuur is dan één grote kraamkliniek. Een groot deel van het leven in de natuur speelt zich laag tegen de grond af. Daar vind je broedende vogels, kleine zoogdieren, fazanten… en ook reekalfjes. Die liggen tijdens hun eerste levensdagen stil in het gras of tussen bladeren en struiken in het bos. Rondsnuffelende honden die van het pad gaan, kunnen hen dan in hun rust opschrikken. Sommige dieren lopen zich uit angst letterlijk te pletter, raken gekwetst of worden zelfs gedood. Het geurspoor dat een hond achterlaat, maakt dieren angstig, waardoor een ouderdier niet (tijdig) terugkeert naar het jonge dier.

Je hond laten spelen of zwemmen in poelen en plassen mag ook niet, omdat het watervogels opschrikt. Die rusten, vooral tijdens de trekperiode, graag uit op een mooie waterplas om weer op krachten te komen. Als een hond hen verstoort, vliegen ze met grote groepen tegelijk op en verliezen ze onnodig veel energie. Net die energie is noodzakelijk om hun lange reis tot een goed einde te brengen.

Elk jaar sterven er bovendien verschillende dieren omdat ze doodgebeten worden door een loslopende hond.