Ministers schenken Ecoduct Groenendaal aan de dieren

Vlaams minister van Mobiliteit en Dierenwelzijn Ben Weyts, Brussels minister voor Leefmilieu Céline Fremault en administrateur-generaal Marleen Evenepoel van het Agentschap voor Natuur en Bos hebben het gloednieuwe Ecoduct Groenendaal met een symbolische knoop afgesloten voor de mens. Het ecoduct is vanaf nu exclusief voorbehouden  aan dieren, die zo de Ring rond Brussel veilig kunnen oversteken. Sporen op de brug en foto’s met wildcamera’s bewijzen dat dieren de weg naar het Ecoduct al gevonden hebben.

Ben Weyts, Céline Fremault en Marleen Evenepoel sloten niet alleen het ecoduct af, ze onthulden ook nog een natuurkunstwerk van kunstenaar Koen Vandewalle dat bovenop de zestig (!) meter brede dierenbrug staat. Samen met het graffitikunstwerk van DZIA onder de brug en de tekst “Ecoduct Groenendaal” in grote letters, geeft het kunstwerk de weggebruiker een beetje duiding bij de zandkleurige brug die een natuurgebied van ongeveer vijfduizend hectare zal “ontsnipperen”. Ben Weyts: “Dit Ecoduct maakt het verkeer veiliger voor dier én mens. Dieren worden naar een veilige oversteek geloodst. Chauffeurs worden niet meer gedwongen tot gevaarlijke manoeuvres om een overstekend dier te ontwijken. En twee versnipperde stukken Zoniënwoud, doorkliefd door de Ring rond Brussel, worden opnieuw met elkaar verbonden via het Ecoduct”, aldus de minister bevoegd voor Mobiliteit, Vlaamse Rand en Dierenwelzijn. Marleen Evenepoel: “Op de graffiti onder de brug zie je niet voor niets afbeeldingen van reeën, boommarters, loopkevers, salamanders en vleermuizen. Dat zijn maar enkele van de diersoorten die gebruik zullen maken van dit ecoduct. Een ecoduct heeft immers een heel brede ecologische werking. Door de omvang en doordachte inplanting in het landschap kunnen er meerdere diersoorten tegelijkertijd van genieten”.  

Corridors voor amfibieën en vleermuizen

Een brug van zestig meter breed over de Ring rond Brussel is op zich al bijzonder, maar niet alleen haar afmetingen maken deze brug speciaal. Er werd veel aandacht besteed aan de natuurlijke integratie van de brug in het bos en bovenop de brug werden struiken en zelfs bomen geplant die ook elders in het Zoniënwoud voorkomen. Alles werd afgestemd op de voorkeuren van de diersoorten. Er is bijvoorbeeld een vochtige corridor voor amfibieën en een strook met hogere struiken en bomen waarop vleermuizen zich zullen oriënteren. Op die manier halen we zoveel mogelijk profijt uit onze investering.  

In een ruimer perspectief

Ook de omgeving van de brug werd stevig onder handen genomen. De voorbije maanden werden meer dan 10.000 struiken en bomen aangeplant die zorgen voor natuurlijke aansluiting tussen brug en omliggend landschap. De voormalige renbaan van Groenendaal werd gedeeltelijk omgevormd tot een begrazingsblok waar een achttal Schotse Hooglanders jaar in jaar uit zullen instaan voor ecologische begrazing.  Er werd ook een kijkhut gebouwd met zicht op de wilde grazers en de aanloophelling naar het ecoduct.

De Vlaamse en Brusselse overheden legden eerder al een boombrug, ecotunnels en 25 kilometer geleidend ecoraster aan in het Zoniënwoud. De bedoeling is om van een gebied dat vandaag opgesplitst is in groene eilandjes weer één groot natuurgebied te maken. Al deze ontsnipperingsmaatregelen kaderen in het project LIFE+ OZON en de structuurvisie van het Zoniënwoud.

Brussels minister voor Leefmilieu Céline Fremault: “In deze gewestoverschrijdende structuurvisie wordt sinds 2008 samengewerkt aan ecologische ontsnippering, recreatieve en ecologische netwerken en uitgebouwde onthaalpoorten voor de bezoekers”.  

Europees project

De bouw van het ecoduct kadert in het project OZON en het Europese LIFE+ programma. Het werd gebouwd tussen mei 2016 en mei 2018 en kostte 6,6 miljoen euro. Het project is een samenwerking tussen het Agentschap voor Natuur en Bos, het Agentschap Wegen en Verkeer, het Departement Omgeving van de Vlaamse overheid en Leefmilieu Brussel. Ook de gemeenten Hoeilaart, Overijse en Tervuren namen een deel van de financiering op zich. Het Département de la Nature en des Forêts (Wallonië), het United Nations Environment Programme en de gemeente Sint-Genesius-Rode ondersteunen het project symbolisch.