Veelgestelde vragen - Projectoproep Natuur in je Buurt

Veelgestelde vragen - Projectoproep Natuur in je Buurt

Ik heb een vraag: wie helpt mij verder?

Alle informatie is terug te vinden in het reglement of de FAQ. Vind je het antwoord hier (nog) niet terug, stuur dan een mail naar natuurinjebuurt.anb@vlaanderen.be. Wij formuleren dan een algemeen antwoord in de FAQ zodat anderen deze informatie ook kunnen terugvinden.

Ik weet te weinig van groenaanleg en natuurontwikkeling, hoe pak ik zo’n project aan?

Er zijn tal van lokale actoren (bv. natuurverenigingen, regionale landschappen of bosgroepen) of bedrijven met zeer veel kennis en ervaring in groenaanleg en natuurontwikkeling die je kunnen bijstaan. Met vragen over instandhoudingsdoelstellingen (IHD), bos (uitbreiding, aanleg, kap), beschermde soorten en vegetaties en bestaande natuurbeheerplannen kun je terecht bij Natuur en Bos. 

Neem zeker eens een kijkje bij de ‘nuttige links’ om zelf bij te leren over groenaanleg en natuurontwikkeling.

Ik ben een private persoon, kan ik een projectvoorstel indienen?

Ja, als vertegenwoordiger van een organisatie, vereniging of samenwerkingsverband. In dat geval moet je een document toevoegen dat je mandaat bevestigt. Door middel van dat mandaat ben jij aangeduid als aanvrager en beheer je ook de eventuele financiering met het rekeningnummer dat in de aanvraag vermeld staat. 

Ik ben geen eigenaar van de grond, kan ik een projectvoorstel indienen?

Ja, als beheerder kun je ook een projectvoorstel indienen. Belangrijk is dan wel dat je een mandaat van beheer toevoegt. Daaruit moet enerzijds blijken dat je het project mag uitvoeren van de eigenaar en anderzijds dat je het project voor minstens 10 jaar in stand kunt houden.

Mag ik voor een projectvoorstel type A twee maatschappelijke uitdagingen kiezen als focus?

Nee. De kans is groot dat het project een antwoord biedt op verschillende uitdagingen. Uit vorige projectoproepen blijkt echter dat de keuze voor één focus, en het project ten gronde uitwerken op basis daarvan, de kwaliteit van het project ten goede komt. Daarom is de keuze voor de projectoproep 2021 beperkt tot één focus per projectvoorstel type A.

Moet ik voor een projectvoorstel type B een maatschappelijke uitdaging formuleren?

Ja. Je geeft aan wat de maatschappelijke uitdaging is. Uiteraard is het vooral de natuuroplossing die je hiervoor uitwerkt door middel van je project die van belang is voor de beoordeling.

Wat is een mandaat?

Dat is een bewijs dat aantoont dat degene die het projectvoorstel namens de aanvrager heeft ingediend bij Natuur en Bos, door die aanvrager gemachtigd is om dit te doen.

In het geval meerdere partners het projectvoorstel indienen: naam van elke partner en een bewijs van het mandaat.

Voor elke partner wordt een bewijs als bijlage toegevoegd dat aantoont dat de aanvrager gemachtigd is om het projectvoorstel in te dienen namens de betrokken partner. Met een partner wordt een entiteit bedoeld die verantwoordelijkheid heeft in de uitvoering van het project en daarvoor mensen en middelen ter beschikking stelt zonder daarvoor door de aanvrager of een andere partner te worden vergoed.

In het geval noch de aanvrager noch een van de partners eigenaar is van de betrokken gronden, wordt een bewijs van de toestemming van de eigenaar voor het uitvoeren van de project op diens gronden en de garantie op de minimale instandhouding van de werken als bijlage toegevoegd.

Wat is een natuuroplossing? 

Een natuuroplossing is een ingreep die gebruik maakt van de ecosysteemdiensten van natuurlijke of aangepaste ecosystemen om maatschappelijke uitdagingen aan te pakken, en tegelijkertijd voordelen oplevert voor zowel de mens als de biodiversiteit. Die ingrepen omvatten de bescherming, de aanleg of het herstel van deze ecosystemen, en het duurzaam gebruik ervan. 

Wat is (half-) verharding?

Dit is feitelijk alles wat geen onverhard grondoppervlak is. Onder onverharde paden worden paden verstaan die ontstaan zijn door betreding van de ondergrond (door mens of dier) of door een mechanische handeling zoals maaien, herprofileren of beperkte bodembewerkingen. Er werden geen externe materialen toegepast bij de aanleg van het pad.

Onverharde paden zijn dus grondpaden, paden begroeid met gras of zijn een combinatie van beiden (bv. karrenspoor). Typische verhardingen bestaan uit beton, natuursteen of klinkers; halfverhardingen uit grind, dolomiet of gebroken puin. Minder voor de hand liggende voorbeelden van verhardingen of halfverhardingen zijn knuppelpaden, gefundeerd gras en aangevoerd zand. Voor meer informatie over verhardingen en halfverhardingen kun je terecht in het technisch vademecum ‘Paden en verhardingen’.

Wat valt onder kosten voor ‘voorbereiding en begeleiding van de werken’?

Overheadkosten voor voorbereiding en begeleiding zijn aantoonbare kosten die rechtstreeks verbonden zijn aan het project en die nodig zijn voor de goede uitvoering ervan, zoals personeelskosten (bijvoorbeeld projectcoördinatie en werfcoördinatie of opmaak van het administratief dossier), opmeting van het terrein (landmeter), opmaak van ontwerp/inrichtingsplannen, niet wettelijk verplichte (detail)studies/onderzoek na voorafgaande algemene haalbaarheidsstudie… dus geen kosten voor catering, de huur van zalen, opleiding en dergelijke.

Wat is waterinfiltratie en waterretentie?

Met waterinfiltratie wordt de doorsijpeling van regenwater naar het grondwater bedoeld. Voorbeelden van natuuroplossingen die de waterinfiltratie versterken, zijn het opbreken van verhardingen, wadi’s, groene infiltratiestroken, regentuinen en heel wat van onze natuurlijke vegetaties (bv. heide en graslanden).

Met waterretentie wordt het tijdelijk vasthouden van water bedoeld na bijvoorbeeld een wolkbreuk. Dit water kan dan infiltreren in de bodem of geleidelijk afgegeven worden om wateroverlast stroomafwaarts te beperken. Voorbeelden van natuuroplossingen die de waterretentie versterken, zijn natuurlijke buffer- of wachtbekkens, het gebruik van depressies in de bodem, regentuinen en de goedgekozen aanleg van onze natte natuurtypes zoals moerassen, natte bossen en graslanden, en bepaalde waterpartijen. 

Hoe weet ik wat inheemse planten en struiken zijn?

Via de zoekfunctie van ecopedia.be kun je van elke plant opzoeken of hij hier thuishoort. Vind je een struik of plant niet terug op Ecopedia, dan komt hij niet van nature bij ons voor. Je kunt ook afgaan op het label ‘plantvanhier’. Ook of het een (invasieve ofwel gevaarlijke) exoot is kun je terugvinden op ecopedia.be.

Hoe weet ik wat inheemse bomen zijn?

Via ecopedia.be kun je onze inheemse boomsoorten ontdekken. Vind je een boom niet terug op Ecopedia, dan komt hij niet van nature bij ons voor.

Wat zijn exoten en cultivars?

Exoten zijn planten en bomen die van nature niet bij ons voorkomen. Cultivars zijn veredelde plant- en boomsoorten die gekweekt zijn om ‘mooi’ te zijn, eerder dan functioneel voor bijvoorbeeld insecten.

Wat is een ecosysteem?

Het samenhangend geheel van levende (bv. planten en dieren) en niet-levende elementen (bv. water, bodem en rotsen) die het samenleven van levende organismen in een bepaald gebied kenmerken. Typerend voor een ecosysteem is de aanwezigheid van een netwerk van relaties tussen soorten (bv. een voedselweb) en van kringlopen (voedingsstoffen, water…). Grote ecosystemen zijn bossen en moerassen en rivieren; kleine zijn poelen en zelfs individuele boomholtes. Voor meer informatie kun je terecht op Ecopedia

Wat zijn spontane natuurlijke processen?

Dit zijn de processen die een ecosysteem maken tot wat het is: het voedselweb, primaire productie (plantengroei via fotosynthese) en afbraakprocessen van organisch materiaal, bodemvormingsprocessen, de verschillende kringlopen (o.a. de stikstofkringloop, de koolstofkringloop, de waterkringloop en de biogeochemische kringloop). Deze processen zijn een gevolg van de aanwezigheid van soorten, de interactie van die soorten met hun leefomgeving en met elkaar, of de natuurlijke chemische processen in de bodem.

De afbraak van organisch materiaal bijvoorbeeld is cruciaal voor het behoud van bodemvruchtbaarheid en waterzuivering en ondersteunt zo de groei van planten, de dieren die planten eten en dus ook onze voedselproductie.

Waarom is een onverstoorde bodem zo belangrijk?

De bodem is letterlijk de basis van alles. De eigenschappen van een bodem worden bepaald door de wisselwerking tussen aan de ene kant het substraat (bv. zand of leem) en het water, en aan de andere kant de vegetatie en het bodemleven. Door die wisselwerking vinden er allerhande chemische en ecologische processen (bv. verwering en afbraakprocessen) plaats en ontstaan er kringlopen (bv. de water- en nutriëntenkringloop). Door die wisselwerking vind je in een natuurlijke bodem verschillende lagen (bv. de humuslaag) met verschillende eigenschappen en een eigen typisch bodemleven (bv. bacteriën, schimmels, wormen en insecten) afgestemd op die laag. In deze natuurlijke situatie functioneert de bodem optimaal op vlak van bijvoorbeeld koolstofopslag, bodemvruchtbaarheid en waterbeschikbaarheid. Bij de verstoring van de bodem worden deze lagen en het bijhorende bodemleven vermengd, of in het slechtste geval verwijderd, waarbij het hele systeem zich eerst moet reorganiseren of herstellen, een proces van jaren, vooraleer de optimale conditie terug wordt bereikt.

Wat zijn beschermde vegetaties?

Beschermde vegetaties zijn vegetaties die bedreigd, zeldzaam of kwetsbaar zijn en daardoor door de Vlaamse natuurbehoudsregelgeving beschermd worden. Voorbeelden hiervan zijn bossen, vennen, heiden, moerassen, slikken en schorren, duinvegetaties, bepaalde graslanden, en kleine landschapselementen zoals hoogstamboomgaarden, houtkanten en holle wegen. Dit zorgt ervoor dat activiteiten in, bij of aan natuur - die de natuur wijzigen of schaden - verboden of vergunningsplichtig kunnen zijn. Meer informatie vind je hier.

Wat zijn beschermde soorten?

Beschermde soorten zijn soorten planten en dieren die bedreigd zijn en daardoor door de Vlaamse natuurbehoudsregelgeving beschermd worden. Dergelijke soorten mag je in principe niet doden, vangen, plukken en hun nesten, voortplantingsplaatsen en rustplaatsen mogen niet worden vernietigd of beschadigd. Meer informatie vind je hier.

Wat houdt de focus ‘Gezondheid door natuurcontact’ in?

De projectaanvrager werkt een zorgaanbod uit op basis van natuurcontact of van een natuurgebaseerde gezondheidsinterventie gekoppeld aan natuuraanleg en/of natuurbehoud. Een zorgaanbod is meestal specifiek voor een doelgroep met een zorgnood. Een gezondheidsinterventie speelt in op preventieve gezondheidszorg en op gedragswijziging van een doelgroep. De gezochte projecten bestaan uit het verbeteren of verhogen van het natuurcontact door de omgeving aan te passen. Op basis van dat mogelijke natuurcontact kan dan een zorgaanbod voor een doelgroep met een zorgnood worden ontwikkeld. Zorgverleners kunnen het zorgaanbod toepassen in hun praktijk of in de visie op hun werking. Tegelijk levert deze interventie een bijdrage aan het versterken van onze biodiversiteit. Voorbeelden daarvan zijn de creatie van een prikkelarme omgeving voor mensen met een zorgnood zoals een snoezelbos, een veilige en rustgevende buitenruimte voor dementerende mensen, een wachtkamer in de natuur…

De beoordeling zal rekening houden met de kwaliteit van het projectvoorstel (contactmogelijkheden met de natuur en de aanwezigheid van aangepaste infrastructuur of inrichting) en de effectiviteit van de natuuroplossing (het effectieve aandeel groen, de cocreatie met de doelgroep, en de aanwezigheid van een concreet zorgaanbod).

Wat houdt de focus ‘Natuurbeleving’ in?

De essentie van een natuuroplossing voor natuurbeleving ligt in de aanwezigheid, inrichting en toegankelijkheid van natuur voor het stimuleren van natuurbeleving. Ook communicatie over het aanbod is daarbij belangrijk. De beleving zelf is afhankelijk van de doelgroep en de bijhorende doelstelling zoals kinderen buiten laten spelen in de natuur, mensen stimuleren tot dagelijks natuurcontact door te wandelen, te bewegen in de natuur, enz. Hier geldt: hoe beter afgelijnd de doelgroep, hoe meer kans op een effectief project en hoe beter afgelijnd de doelstelling geformuleerd wordt, hoe meer kans op een kwalitatief ontwerp. Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan over het creëren van groene speelzones, de aanleg of verbetering van parken, het vergroenen van publieke ruimtes…

De beoordeling zal rekening houden met de kwaliteit van het projectvoorstel (contactmogelijkheden met de natuur en de aanwezigheid van aangepaste infrastructuur of inrichting) en de effectiviteit van de natuuroplossing (de bruikbaarheid voor de doelgroep en de communicatie, infoverstrekking over het aanbod en over de natuur aan de doelgroep).

Wat houdt de focus ‘Vergroening van de bebouwde omgeving’ in?

De essentie van de problematiek van de bebouwde omgeving waar natuuroplossingen een oplossing kunnen bieden, ligt in de verstening van de omgeving met de bijhorend negatieve gevolgen: hittestress, wateroverlast, gebrek aan sociale contacten, fysieke en mentale gezondheid. Groen versterkt de verdwenen evapotranspiratie en schaduw, het zicht op groen en andere gezondheidsbevorderende aspecten, sociale interactie, biodiversiteit... Dit type van projecten gaat dan ook over de vergroening van de bebouwde omgeving in brede zin: stads- en dorpskernen, grote bedrijvenzones… Kortom: de gebieden met veel bebouwing en verharding.

De beoordeling zal rekening houden met de kwaliteit van het projectvoorstel (de kwaliteit van de structuur van het ontwerp en de groeiomstandigheden voor natuurelementen) en de effectiviteit van de natuuroplossing (het relatieve aandeel aan groen, het schaaleffect van de natuuroplossing en de reeds bestaande groenheid van de omgeving). 

Wat houdt de focus ‘Waterinfiltratie en waterretentie’ in?

De doelstelling van dit type projecten is een verbetering van de lokale infiltratiecapaciteit en/of de lokale retentiecapaciteit door groenaanleg en natuurontwikkeling en daardoor enerzijds de vermindering van wateroverlast en anderzijds de bijdrage aan de droogteproblematiek.

De beoordeling zal rekening houden met de kwaliteit van het projectvoorstel (de natuurkwaliteit en de mate van ontharding) en de effectiviteit van de natuuroplossing (het relatieve aandeel aan groen, het schaaleffect van de natuuroplossing en het effect op de waterkwaliteit).

Een situatieschets op macro-niveau, wat is dat?

Deze situatieschets geeft inzicht in de relaties van het project met de ruime omgeving en met bovenliggende kaders (bv. een gemeentelijk groenplan). 
Daarbij worden die relaties visueel weergegeven. Denk hierbij aan de relatie met onder andere: landschappelijke structuren, nagestreefde ecologische verbindingen en ruimtelijke opportuniteiten of probleemgebieden gerelateerd aan de maatschappelijke uitdaging.

Een situatieschets op meso-niveau, wat is dat?

Deze situatieschets geeft inzicht in de relaties van het project met de nabije omgeving en situeert het project in het omringende landschap. 
Daarbij worden die relaties visueel weergegeven. Denk hierbij aan de relatie met onder andere: belanghebbenden, ruimtelijke opportuniteiten of probleemgebieden gerelateerd aan de maatschappelijke uitdaging, en de voor het project belangrijke landschapskenmerken, denk aan onder andere naburige bossen en natuurgebieden, waterlopen en plassen, dreefstructuren, woonwijken en wegen, visueel weergegeven.

Een inrichtingsplan, wat is dat?

Dat is een concreet inrichtings- en beplantingsplan, voldoende gedetailleerd om enerzijds het project uit te kunnen voeren en anderzijds om toe te laten de gevolgen van de werken in te schatten. Het plan moet daarom duidelijke ruimtelijke referenties hebben en inzicht geven in volumes, oppervlaktes en afstanden.

Worden voedselbossen als bos gekwalificeerd? Kunnen voedselbossen wel onder de NIJB-subsidie vallen?

Een voedselbos heeft geen formele definitie. Een veel gebruikte is deze: “Een voedselbos is een door de mens ontworpen systeem, gericht op duurzame voedselproductie. Het ontwerp van een voedselbos is geïnspireerd op de opbouw van een natuurlijk bos: een meerlaags ontwerp, divers en duurzaam.” Meer info over voedselbossen >

Artikel 3 van het Bosdecreet definieert juridisch een bos. Alle “grondoppervlakten waarvan de bomen en de houtachtige struikvegetaties het belangrijkste bestanddeel uitmaken, waartoe een eigen fauna en flora behoren en die een of meer functies vervullen” worden juridisch beschouwd als bossen. Daarbij worden verschillende vergelijkbare vegetaties in het Bosdecreet uitgesloten, onder meer fruitboomgaarden en fruitaanplantingen, en agroforestry (combinatie landbouwteelt/-gebruik met bomen) aangelegd na 1 juni 2012 en als dusdanig geregistreerd in de landbouwaangifte. Een voedselbos kan dus als bos gekwalificeerd worden als je werkt met voldoende dichte aanplantingen van voornamelijk boom- en struiksoorten zoals hazelaar, tamme kastanje, walnoot, vlier, winterlinde, lijsterbes en eetbare bessenstruiken. De meeste fruitbomen hebben echter veel licht nodig en lenen zich niet echt tot een gesloten bosverband. De aanplant van bossen heeft zijn eigen specifiek subsidiekanaal. Ontdek de subsidies voor bebossing en herbebossing op onze overzichtspagina subsidies >

Een voedselbos met een meer open structuur met vooral fruitbomen valt dus niet onder de definitie van een bos. Komt dit in aanmerking voor een NIJB-subsidie? Het reglement stelt dat enkel projecten in het Vlaamse Gewest die leiden tot een netto-toename van de oppervlakte natuur, tot een verbetering van de natuurkwaliteit of de realisatie van een effectieve natuuroplossing in aanmerking komen. Onder natuur verstaan we de levende organismen, hun habitats, de ecosystemen waarvan zij deel uitmaken en de daarmee verbonden uit zichzelf functionerende ecologische processen, ongeacht of die al dan niet voorkomen in aansluiting op menselijk handelen, met uitsluiting van de cultuurgewassen, de landbouwdieren en de huisdieren. Hoogstamboomgaarden zijn door de natuurwetgeving beschermde landschapselementen. Als het project aanleunt bij een hoogstamboomgaard en een duidelijk multifunctionele inrichting kent waarbij de nadruk niet ligt op de productie van voedsel (als landbouwactiviteit) en met aandacht voor uit zichzelf functionerende ecologische processen en toegankelijkheid door derden, dan kan dit in aanmerking komen voor de NIJB-subsidie.