Binnen de fossiele duinen van Adinkerke vind je twee deelgebieden: de Cabourduinen en het Garzebekeveld.
In de Cabourduinen (89 ha) kon de regen eeuwenlang de oorspronkelijk aanwezige kalk uit het duinzand wegspoelen. Je vindt er nu een heel specifieke fauna en flora. Zandzegge- en korstmossteppes, duingraslanden, struwelen, duinheidevegetatie en bosjes wisselen elkaar af. In deze oude duinen vinden we typische planten terug, zoals klein tasjeskruid, duin- en hondsviooltje, geel zonneroosje en vele mossen en korstmossen. Blauwvleugelsprinkhaan en zanddoorntje trakteren je er op een symfonisch getsjirp.
In het Garzebekeveld en de randzones van de fossiele duinen heeft de mens doorheen de eeuwen een grotere invloed gehad. Ze vormen een overgangsgebied tussen hooggelegen, meer of minder ontkalkte, voedselarme duinen en laaggelegen, soms kalkrijke, voedselrijke kleiige poldergraslanden. De natuurwaarde in dit gebied was tot voor enkele jaren vrij beperkt. De verschillende percelen in het Garzebekeveld werden in het verleden immers sterk bemest.
Door een maai- en graasbeheer zonder bemesting ziet de toekomst er voor dit gebied een pag beter uit. De afgeschuinde, drassige oevers van de Ringsloot rond De Moeren, ooit een uitgestrekt lagune- en moerasgebied, vormen een uitgelezen verblijfplaats voor watersnippen, blauwe en kleine zilverreigers, enz. Verscheidene zeldzame zeggen en russen, fraai duizendguldenkruid en wilde selder doen het hier bijzonder goed.