Aanpak wildbeheer in Drongengoed

Aanpak wildbeheer in Drongengoed

We kunnen het niet onder stoelen of banken steken: in het Drongengoed en de ruime omgeving doen reeën en damherten het zeer goed. Doordat de aantallen van deze dieren blijven toenemen, stijgt ook de kans op schade aan natuur en landbouw en de kans op ongevallen op de weg. Om de evolutie van deze twee diersoorten op te volgen werden wildtellingen uitgevoerd in het Drongengoed en de directe omgeving. De telresultaten tonen een duidelijke stijging van zowel het aantal reeën als damherten. Naast deze tellingen werkte het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) via een stakeholderstraject ook een wetenschappelijk onderbouwde visie uit over hoe we kunnen omgaan met deze populaties. 

Forse stijging bij de damherten en reeën

De resultaten van de wildtellingen tonen zowel voor ree als damhert een forse stijging aan. In de periode 2010-2014 bleven beide populaties nog relatief stabiel, maar sindsdien zijn de aantallen van beide soorten fors omhoog gegaan. Ook de telling in het voorjaar 2021 bevestigde dezelfde trend en dit bij elk van de gebruikte telmethodes. De dieren hebben geen natuurlijke vijanden in het gebied die hun aantal binnen de perken houdt. Ander grofwild, zoals everzwijn, werd niet waargenomen tijdens de tellingen.

Schade aan natuur

Te hoge aantallen reeën en damherten veroorzaken aanzienlijke schade aan de natuur. Spontane of aangeplante bosverjonging wordt dan tegengewerkt: veel jonge boompjes en zaailingen worden aangevreten. Typische bosplanten gaan achteruit of verdwijnen zelfs doordat er teveel aan geknabbeld wordt. Dit willen we voorkomen. Het versterken van de kwaliteit en de omvang van het bos is één van onze speerpunten in het gebied. Om die reden kan je in het Drongengoed tegenwoordig omheiningen zien staan rondom nieuwe bosaanplantingen, en houten reeblocks in het bos zelf. 

Verkeersveiligheid en economie

Een ander probleem is dat overstekende reeën en damherten de verkeersveiligheid in het gedrang brengen, zeker voor de gewestwegen in de buurt, maar evengoed op het militair vliegveld van Ursel. Op verschillende wegen zijn dan ook al meerdere aanrijdingen van overstekend wild gebeurd. Je snelheid aanpassen in een bosrijke omgeving is dan ook verstandig. Tot slot lijden omliggende landbouwers en boomkwekers economische schade wanneer de dieren hun gewassen of jonge boompjes voor een lekkernij aanzien.

Terug naar aanvaardbare aantallen

Sinds iets meer dan tien jaar geleden enkele ontsnapte exemplaren zich vestigden is er in het Drongengoed een populatie damherten aanwezig. Hoewel het geen inheemse soort is, wordt een beperkte populatie van deze dieren getolereerd. Voorwaarde hiervoor is dat de draagkracht van het gebied niet overschreden wordt en dat er geen duidelijke schade in omliggende gebieden wordt waargenomen. De damherten en reeën zijn sinds vele jaren heel karakteristiek voor het Drongengoed en voor veel bezoekers een extra reden voor een boswandeling. Dat zal ook zo blijven. De nieuwe telgegevens en de toenemende meldingen van schade in de buurt wijzen er echter op dat zowel de uitheemse damherten als de inheemse reeën fors in aantal zijn toegenomen. In die mate dat ze het draagvlak van het gebied ruim overschrijden. Dat er moet ingegrepen worden, is duidelijk. Welke ingrepen nodig en haalbaar zijn, werd uitgewerkt in het rapport van het INBO in samenspraak met verschillende stakeholders zoals de gemeenten, defensie, omliggende wildbeheereenheden en lokale (natuur)verenigingen.

Mix van maatregelen 

Natuur en Bos (ANB) vroeg aan het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) een wetenschappelijk onderbouwde aanpak uit te werken voor het beheer van reewild en damhert in Drongengoed en het militair domein Ursel, rekening houdend met de verschillende doelstellingen voor het gebied. Het INBO bracht via een stakeholderstraject in kaart welke doelstellingen bereikt moeten worden in en rond het kerngebied en onderzocht welke maatregelen hiervoor het meest in aanmerking kunnen komen. Het is duidelijk dat een mix van beheermaatregelen nodig zal zijn, waarbij zowel wordt ingezet op sensibilisatie, preventie, samenwerking als op actief populatiebeheer. De resultaten van de tellingen en conclusies uit de studie worden nu vertaald naar een wildbeheerplan voor het Drongengoed en militair domein Ursel. 

Wat brengt de toekomst?

Op korte termijn worden verder ingezet op preventieve maatregelen. Nieuwe bosaanplantingen worden zo goed mogelijk omheind zodat jonge boompjes en struiken de kans krijgen om uit te groeien tot grotere exemplaren. Op enkele plaatsen zorgen we er via houten reeblocks voor dat ook bosverjonging kan plaatsvinden. Natuur en Bos dringt bij alle betrokken partners aan om de problematiek op vlak van verkeersveiligheid hoog op de agenda te houden en pleit voor snelheidsverlaging in bosrijke omgevingen. Op dit ogenblik wordt reeds af en toe afschot van dieren georganiseerd door de Wildbeheereenheden (WBE’s) uit de omgeving en dit op private gronden, buiten de eigendommen van Natuur en Bos. Uit de monitoringsgegevens blijkt dit echter onvoldoende. Er moet vermeden worden dat de populatie damhert zich verder verspreidt naar omliggende bosgebieden zoals Keigat, Het Leen, Hooggoed of Burkel. Daarom wordt in overleg met alle betrokken partners bekeken op welke termijn, wanneer en hoe via jacht zal worden ingegrepen op de grootte van de populatie van deze dieren. Het wildbeheerplan voor Drongengoed zal hierbij de basis vormen. In de toekomst wordt ook verder ingezet op monitoring en het beheer zal telkens worden geëvalueerd en waar nodig bijgestuurd. 

Hieronder vindt u zowel het rapport van de wildtellingen als de studie van het INBO.