Resultaten

Resultaten

Hieronder vind je de resultaten van een analyse op basis van de volledige dataset van de eerste (VBI1, veldwerk 1997-1999) en tweede bosinventaris (VBI2, veldwerk 2009-2019).

De resultaten beschrijven de toestand en evolutie van het bos in Vlaanderen, met focus op zes prioritaire beleidsvragen:

De resultaten worden continu verder aangevuld.

1. Karakteristieken bosareaal

Aan de hand van eerste bosinventaris (uitgevoerd in de periode 1997-1999) wordt de oppervlakte bos in Vlaanderen geschat op 140.380 ha. Op basis van de tweede bosinventaris (uitgevoerd in de periode 2009-2019) komen we uit op 140.279 ha bos in Vlaanderen. Ten opzicht van de eerste bosinventaris is er dus geen daling noch stijging waar te nemen.

Omdat we niet gebiedsdekkend meten, maar met een steekproef, moeten we immers rekening houden met een foutenmarge van ± 5.000 ha. Dat wil zeggen dat de werkelijke bosoppervlakte 5.000 ha lager of hoger kan zijn dan 140.279  ha. Uit de eerste en de tweede bosinventaris kunnen we dus besluiten dat de bosoppervlakte in Vlaanderen sinds 2000 constant is gebleven op afgerond 140.000 ha. Dit is 10% van Vlaanderen.

De derde bosinventaris is gestart in 2019. In deze derde ronde/meetcampagne zullen meer proefvlakken op exact dezelfde plaats kunnen opgemeten worden als 10 jaar geleden omdat de meettechnologie is verbeterd. Hierdoor zal de precisie op de trendbepaling verhogen. In 2025 is een tussentijdse rapportering van de gemiddelde oppervlakte bos gepland.

In dit rapport vind je meer cijfers over bosoppervlakte per eigenaarscategorie, bosoppervlakte per provincie, verdeling homogene en gemengde bestanden.

Zie ook Quataert, P., De Keersmaeker, L., & Van Daele, T. (2019). Advies over de inzet van de Vlaamse meetnetten om de trend van het bosareaal op te volgen. Een statistische evaluatie. (Adviezen van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek; Nr. INBO.A.3744). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek.

2. Boomsoortensamenstelling

Tussen beide meetcycli wijzigde de boomsoortensamenstelling substantieel. Loofhout neemt toe ten koste van naaldhout, zowel in stamtal als in grondvlakaandeel.

Waar Grove den in 2000 nog hoofdboomsoort was in een op drie bestanden, is dit in de periode 2009-2019 nog slechts in een op vier bestanden.

In dit rapport vind je meer info over het stamtal-, grondvlak- en volume-aandeel per boomsoort en het aandeel bestanden per hoofdboomsoort.

3. Bestandstype

Het bestandstype wordt door de veldwerkers op het terrein ingeschat. Het ingeschatte bestandstype heeft betrekking op het hele bestand waarin het proefvlak zich bevindt en wordt gedefinieerd door het relatieve aandeel loofhout en naaldhout in het totale bestandsgrondvlak.

  • loofhout: < 20 % bijmenging naaldhout
  • naaldhout: < 20 % bijmenging loofhout
  • gemengd loofhout: 20 % < bijmenging naaldhout < 50 %
  • gemengd naaldhout: 20 % < bijmenging loofhout < 50 %

Tussen de eerste en de tweede bosinventaris is het aandeel naaldhout significant gedaald van 37 % naar 27 % . Deze bestanden zijn opgeschoven richting gemengd naaldhout en gemengd loofhout, waar naaldhout nog maximaal 50 % van het grondvlak inneemt.

Het aandeel loofhout stijgt weliswaar (nog) niet significant.

In dit rapport vind je meer info over relatief aandeel en totale oppervlakte van de bestandtypes in Vlaanderen, bestandstypes per provincie en per eigenaarscategorie.

4. Biodiversiteit

De analyse in verband met deze meetvraag is nog gaande. Van zodra er meer resultaten beschikbaar zijn, wordt deze paragraaf verder aangevuld.

Dood hout

Dood hout is een belangrijke parameter voor de biodiversiteit van het bos. Dood hout is nodig voor talrijke planten, dieren, paddenstoelen en bacteriën die het als woonplaats of voedselbron gebruiken. Dood hout bestaat uit afgestorven, beschadigde en afstervende bomen en struiken, of delen ervan. Men onderscheidt staand en liggend dood hout. Beiden zijn ecologisch zeer waardevol.

De bosinventaris toont aan dat het aandeel en volume dood hout in bos is toegenomen tussen beide meetcycli.

Soortensamenstelling

In het kader van het natuurrapport 2020 van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) werd soortenrijkdom (bomen en kruiden) en het voorkomen van oud-bosplanten geanalyseerd.

Er is vastgesteld dat het aantal boomsoorten per bostype is toegenomen, maar het aantal kruidachtigen niet. Van die kruidachtigen neemt het aantal oud-bosplanten wel toe, zowel in oude als in meer recente bossen.

Natuurlijkheid

De authenticiteitsindex (AI) kwantificeert de natuurlijkheid van een bos en bestaat uit een aantal indicatoren die gegroepeerd worden in vier pijlers: de boomlaag, de bosstructuur, de kruidlaag en dood hout (Van Den Meersschaut e.a. 2001). In het kader van het NARA berekende het INBO de authenticicteitsindex van bossen in Vlaanderen.

De berekende indices wijzen erop dat de natuurlijkheidsgraad van de bossen is toegenomen sinds de eerste bosinventaris in 1997-1999.

De resultaten hiervan kan u op de website van het NARA 2020 bekijken.

Functionele diversiteit 

De functionele diversiteit is een maat voor de verscheidenheid van kenmerken van soorten (bv. groeisnelheid, bladoppervlakte, aanwezigheid nectar) die bijdragen aan bepaalde ecosysteemprocessen (bv. koolstofopslag, beschaduwing, bestuiving). 

Er is een duidelijke stijging te zien tussen beide bosinventarisaties, vooral door de omvorming van homogene dennen- en populierenbestanden naar gemengde bestanden (analyse NARA 2020, INBO). 

5. Evolutie onder invloed van milieuveranderingen

Om zicht te krijgen op de milieuveranderingen in het Vlaamse bos, wordt gebruik gemaakt van de Ellenberg indicatorwaardes, toegepast op de vegetatie-opnames van de Vlaamse bosinventarisatie. 

Enkel bij de Ellenbergwaarden voor stikstof en licht is een duidelijke trend waarneembaar tussen VBI1 en VBI2: de Vlaamse bossen verdonkeren (wat samengaat met het verouderen van de bestanden) en worden stikstofrijker. De impact van stikstof op de soortensamenstelling van kruidachtigen is duidelijk te zien: het aantal stikstofminnende soorten neemt toe, en het effect is groter in de bosrand.

Lees meer over de impact van de bosrand en hoe de Ellenbergwaardes variëren tussen de verschillende bostypes.  

6. Duurzaam bosbeheer en -gebruik

Het volume aan levend hout per ha is zeer duidelijk toegenomen tussen beide meetcycli. De bosinventaris stelt een stijging vast van 216.49 m³/ha naar 273.65 m³/ha.