Bos in cijfers

Bosinventarisatie

Worden de bossen langzaam diverser? In welke mate is de eentonigheid van de Kempense naaldhoutaanplantingen doorbroken? Komt er meer inheems loofhout voor dan voorheen? Hoeveel dood hout ligt er eigenlijk in het bos in Vlaanderen?

De laatste grote bosinventarisatie dateert van 1997-1999, nu al bijna twintig jaar geleden. Daarom startte het Agentschap voor Natuur en Bos in 2009 met een tweede meetcampagne, een nieuwe bosinventarisatie. Omdat meten weten is.

Moeten we om te weten te komen wat er in onze bossen staat alle bomen en planten opmeten? Nee, gelukkig niet! Een goed uitgekiende steekproef volstaat. Daartoe moeten we een voldoende aantal metingen uitvoeren, evenwichtig verspreid over het Vlaamse boslandschap. 

Een netwerk van meetpunten, gelegen op een raster van 1 km x 0.5 km geeft een strakke, symmetrische vorm aan het meetnet van de bosinventarisatie. Zo zijn er 26.730 punten waarvan we controleren of deze in bos liggen of niet. Tijdens de eerste gewestelijke bosinventarisatie zijn er zo 3281 proefvlakken bezocht en opgemeten. Dit gebeurde in één keer en nam drie jaar in beslag. Deze keer meten we continu. Elk jaar bezoeken we 10% van de meetpunten. 

Een meetploeg bezoekt elk rasterpunt dat in bos valt minstens tweemaal. Een eerste keer in de zomermaanden voor de inventarisatie van de kruiden en struiken, een tweede keer voor het opmeten van de bomen en struiken. Dit gebeurt in de wintermaanden omdat anders het loof het zicht te veel hindert om nauwkeurige hoogtemetingen te doen. 

Hoewel we op dit moment nog geen 10 jaar aan het (her)meten zijn, kunnen we toch al betrouwbare uitspraken doen op basis van 75% van de meetpunten. Tijd dus om deze eerste tussentijdse resultaten aan u voor te stellen.

Dat gebeurt op 13 oktober 2017, tijdens een studiedag georganiseerd door het Agentschap Natuur en Bos. Dan kijken we vanuit verschillende invalshoeken naar de resultaten van de eerste tussentijdse verwerking.