Van roodkopwinteruil tot eikenpalpmot: nachtvlinders inventariseren met Johan en Gunther

Van roodkopwinteruil tot eikenpalpmot: nachtvlinders inventariseren met Johan en Gunther

Johan Glibert en Gunther Groenez zijn ‘lepidopteristen’, ofte vlinderkundigen. Ze zijn meer bepaald gepassioneerd door nachtvlinders. Het is een uit de hand gelopen hobby die ze op vrijwillige basis uitoefenen, onder andere voor Natuur en Bos. Gunther was er al jaren mee bezig bij een werkgroep binnen de Vlaamse Ardennen, terwijl Johan ‘motten’ ving in zijn eigen tuin. Ze besloten om samen nachtvlinders te inventariseren in onontgonnen natuurgebieden. Regiobeheerder Xavier Coppens gaf hun de kans om de inventarisatie te doen van het Sint-Pietersbos, vlak naast het Muziekbos. (Foto Sint-Jacobsvlinder: Vilda - Yves Adams)

Johan: “We wonen dichtbij, in Ronse en Oudenaarde, dat is heel handig. Als we nachtvlinders gaan inventariseren, wandel ik vaak naar het bos. Onderweg raap ik wat zwerfvuil op of maak ik hondeneigenaars erop attent om hun hond aan de leiband te houden. Zo help ik de boswachter een handje.”

Hoe gaat zo’n nachtvlinderinventarisatie concreet in zijn werk?

Johan: “We hebben een generator en enkele skinnervallen, dat zijn de typische lichtbakken die gebruikt worden om nachtvlinders te vangen. Daarin staat een kwikdamplamp, dat is de meest efficiënte lamp om nachtvlinders te vangen vanwege zijn brede spectrum. Onze generator draait trouwens op aspen alkylaatbenzine, met minder schadelijke stoffen voor het milieu dus. We zetten ’s avonds enkele vallen klaar – één in het bos en de andere in een open vlakte vlak naast het Sint-Pietersbos - en doen een laatste check rond middernacht. Daarna proberen we toch even te slapen, want een uur voor zonsopgang zijn we alweer ter plaatse voor de inventarisatie. Daarna vliegen alle vlinders weer weg natuurlijk.”

Hoe vaak voeren jullie zo’n inventarisatie uit?

Johan: “In het Sint-Pietersbos doen we dat 5 à 6 keer per jaar, in alle seizoenen, want er zijn het hele jaar door nachtvlinders. In de winter zijn er minder nachtvlinders, maar vliegen er wel heel specifieke soorten rond, zoals de roodkopwinteruil. De topmaanden zijn mei en juni. Dan vang je wel 150 à 200 verschillende soorten per nacht, in de winter slechts een dertigtal. Daarnaast gaan we af en toe in Wallonië nachtvlinders vangen, in de natuurgebieden van DNF, de Waalse tegenhanger van Natuur en Bos. Jaarlijks krijgen we er een attest om in bepaalde natuurgebieden nachtvlinders te mogen inventariseren. Net zoals in het Sint-Pietersbos proberen we ook daar de impact op de natuurlijke omgeving zo beperkt mogelijk te houden, met slechts enkele lichtbakken en een heel stille generator.”

Welke soorten vangen jullie het meest in het Sint-Pietersbos, en welke het minst?

Johan: “In het Sint-Pietersbos zitten veel Sint-Jacobsvlinders, gamma-uiltjes, grasmotten en stro-uiltjes. De bijzonderste nachtvlinder die we er gevangen hebben, was de getande spanner enkele jaren geleden. Op dat moment was het de meest westelijke waarneming ooit voor die soort. Tegenwoordig komen ze hier al iets vaker voor. Ook redelijk uniek zijn de dubbelkelkbladroller en de eikenpalpmot die we er gespot hebben. We geven al onze waarnemingen in op www.waarnemingen.be. Als je daarop naar de oude site surft, en bij overzichten/gebieden het Sint-Pietersbos ingeeft, zie je onze resultaten.”

Komen jullie veel medewerkers van Natuur en Bos tegen?

Johan: “We maken elk jaar een verslag van onze nachtvlinderinventarisatie voor Xavier Coppens, maar we kennen hem persoonlijk al heel lang. Boswachter Yvan Desseyn, onder andere van het Muziekbos, komt ook soms langs. En we kennen uiteraard enkele nachtvlinderexperts binnen Natuur en Bos, zoals boswachter Björn Deduytsche en landschapsdeskundige Bart Van Camp.”

Wat vinden jullie zo fijn aan nachtvlinders vangen?

Johan: “Als vrijwilliger kom je op plaatsen waar je anders niet zou komen. Het is de volledige natuurervaring die het inventariseren zo boeiend maakt, niet alleen de nachtvlinders. Het mooiste dat we ooit hebben meegemaakt was een reebok die, ’s morgens vroeg, minutenlang luid blaffend rond ons en onze vallen kwam cirkelen om zijn territorium te verdedigen. Dat was ongelooflijk. Maar ook het nachtelijke geluid van de oehoe of de baltsvlucht van de houtsnip laat in de avond zijn extra’s die je er zomaar bij krijgt. Je hebt het bos een beetje voor jezelf alleen. Dat is een fantastische belevenis.”