Veelgestelde vragen - kappen van bomen

Natuur en Bos beheert in Vlaanderen ongeveer 88.000 hectare bos- en natuurgebied. We beheren onze eigen gebieden maar ook andere, in opdracht van eigenaars zoals lokale besturen.

Elke dag maken we werk van meer, betere en toegankelijke natuur. Dat dit ook betekent dat er bomen gekapt worden voor dat doel, ligt maatschappelijk gevoelig. We willen hier zeker niet blind voor zijn en graag ook enkele pertinente vragen helder beantwoorden. We vinden die maatschappelijke gevoeligheid trouwens zeker geen slecht signaal. Het toont aan dat onze samenleving het belang van bossen en bomen erkent. We staan dan ook open voor de vragen die we regelmatig in dit verband krijgen.

We hopen we je voldoende te informeren. Neem gerust contact met ons op als je bijkomende vragen hebt, we proberen zo snel mogelijk te antwoorden. Deze vraag- en antwoordenlijst wordt ook regelmatig bijgewerkt.

Algemene vragen over het kappen van bomen

Vragen over de bosuitbreidingsdoelstellingen

Vragen over de bosoppervlakte

Vragen over compensatie

Vragen over het klimaat

Vragen over hout


Algemene vragen over het kappen van bomen

Vraag 1. Wat zijn de algemene principes van Natuur en Bos?

Natuur en Bos heeft drie algemene denklijnen bij haar bos -en natuurbeheer:

  • We willen robuuste en veerkrachtige natuur en bossen, met de beste kansen op een gezonde biodiversiteit.
  • We willen de natuur en de bossen toegankelijk maken en veilig houden. Daarom kappen we bijvoorbeeld zieke bomen die kunnen omwaaien tijdens of als gevolg van een storm. Mensen genieten graag in de natuur, daarom willen we door in te zetten op toegankelijkheid ook de belevingswaarde verhogen. Zeker het laatste jaar werd duidelijk hoe belangrijk het is te kunnen vertoeven in de natuur dichtbij.
  • Hout is een prachtige hernieuwbare grondstof. Als het geoogst wordt in goed beheerde bossen, is het een van de meest duurzame materialen voor zeer uiteenlopende toepassingen.

Vraag 2. Waarom kappen jullie bomen in het kader van jullie beheer?

We kappen bomen om een beter bos te ontwikkelen (komt veruit het meest voor)
Heel wat bossen bestaan nog steeds uit eenzelfde boomsoort die ooit op een ruime oppervlakte werd aangeplant. Het doel was om snel grote bossen te krijgen met als doel veel hout te kunnen oogsten. Dat is wat we productiebossen noemen. Maar zulke bossen zijn kwetsbaar (denk maar aan de schorskever “letterzetter” van 2019, die heel wat bomen en bospercelen verwoestte) en hebben geen grote waarde. Daar willen we verandering in brengen.

Bij Natuur en Bos ijveren we voor bossen die gezonder, veelzijdiger en multifunctioneler zijn. Om dat te realiseren moeten we hun samenstelling veranderen en is het nodig om bomen te kappen. De technieken die we gebruiken worden al jarenlang wereldwijd toegepast.

Bomen hebben licht en ruimte nodig om te groeien. Door sommige bomen gericht weg te nemen, krijgen andere bomen meer kans en plaats om te groeien. Bos blijft dus in de meeste gevallen gewoon bos. Dat noemen we dunning. We behouden altijd de sterkste bomen of die die het meest kunnen bijdragen aan een gezond bos. We halen de exemplaren weg die dat verhinderen.

Na verschillende kappingen in het kader van dunning groeien de uitverkorenen uit tot waardevolle bomen. Ofwel worden ze geoogst, ofwel blijven ze staan tot ze afsterven. Het bos wordt als geheel robuuster, met meer variatie, een betere structuur en een grotere weerbaarheid tegen ziektes en plagen.

We geven ook plaats aan nieuwe bomen. Dat heet bosverjonging.

We kappen bomen om plaats te geven aan een andere vegetatie
Om de biodiversiteit te herstellen willen we in Vlaanderen zeldzame en beschermde leefgebieden zoals heide, grasland, moeras en stuifduin weer gezond maken of ontwikkelen: in deze natuurtypes leven heel wat bedreigde dieren en planten. Een groot deel van dit biotoopherstel past ook in het halen van de Europese Natuurdoelen (Natura 2000). Dat is een belofte die alle Europese regio’s, ook Vlaanderen, wil en moet nakomen.

Intensief landgebruik deed de oppervlakte van deze natuurtypes in heel Europa slinken, maar ook in Vlaanderen. Wat overblijft, zijn vaak verspreide snippers of leefgebieden die te klein zijn voor kritische soorten om een degelijk bestaan te kunnen leiden. Daardoor komt het voortbestaan van waardevolle dieren en planten in gevaar. Waar ooit heide of moeras lag, werd eeuwen geleden dikwijls bos aangeplant. Door op die plaatsen bomen te kappen, herstellen we de oorspronkelijke vegetaties en creëren we opnieuw leefgebieden waar meerdere en bedreigde dier- en plantensoorten kunnen overleven. Dat natuurherstel is niet alleen een opsteker voor de biodiversiteit. Het brengt ook waardevolle cultuurhistorische landschappen terug.

Vraag 3. Wat is het verschil tussen een beheerd bos en een bos dat natuurlijk evolueert?

In een onbeheerd bos zullen de sterkste bomen overleven, of, de bomen die het best aangepast zijn aan hun standplaats. In een bos woedt er een voortdurende strijd om licht en energie. Dat leidt van nature tot eliminatie. Een jong bos start met tientallen kleine zaailingen per vierkante meter, en op het einde van de rit blijft er één boom over die vele vierkante meters inneemt. De bomen die de strijd verliezen, sterven af. Tal van organismen breken ze verder af.

In een beheerd bos spelen dezelfde krachten maar is het de beheerder die beslist welke bomen overeind blijven. Dat doet hij op basis van de gerichte doelstellingen uit het natuurbeheerplan. Het is niet alleen de sterkste maar ook de beste boom die behouden blijft. De beheerder speelt dus in op dezelfde krachten die al van nature gelden, maar hij laat het proces sneller verlopen.

Bij Natuur en Bos beheren we niet al onze bossen. De bosreservaten, bijvoorbeeld, laten we ongemoeid. De natuur kan daar ongestoord haar gang gaan.

Vraag 4. Is het verdedigbaar dat Natuur en Bos de verkoop van het hout regelt maar ook de kapmachtiging aflevert en instaat voor de handhaving?

Niet alleen Natuur en Bos krijgt kapmachtigingen, maar bijvoorbeeld ook Natuurpunt en burgers die een stukje bos bezitten. De taakverdeling is bij wet vastgelegd. We begrijpen dat dat vragen kan oproepen, maar het is een andere afdeling die de kapmachtigingen aflevert dan die die aan beheer doet of het hout verkoopt. Iedereen die een verzoek tot kapmachtiging indient, krijgt dezelfde behandeling. Daar wordt strikt op toegezien. Om onregelmatigheden te vermijden, bestaan er controlemechanismen zoals interne controle, audit en het Rekenhof. Ook voor kapmachtigingen voor aanvragen vanuit Natuur en Bos wordt een grondige motivatie voorzien en wordt steeds kritisch de vraag gesteld of de noodzaak om tot kappen aanwezig is.


Vragen over de bosuitbreidingsdoelstellingen

Vraag 5. Hoeveel bossen komen er in Vlaanderen in de komende jaren bij?

De Vlaamse Regering beloofde dat er in Vlaanderen tegen 2024 4.000 hectare nieuw bos zou bijkomen. Tegen 2030 is dat zelfs 10.000 hectare. Dat betekent een forse toename van de bosoppervlakte. Het plaatselijk kappen van bomen in functie van het beheer staat dat doel niet in de weg, integendeel (zie vragen 1 en 2).

Vraag 6. Hoe zullen die extra hectaren aan nieuwe bossen gerealiseerd worden?

Nieuwe bossen ontstaan door jonge bomen aan te planten of door spontane verbossing. Idealiter vindt de bosuitbreiding plaats naast bestaande bossen, zodat er makkelijk en snel een connectie groeit tussen beide. Soms moeten we van nul af aan beginnen, bijvoorbeeld bij de aanleg van volledig nieuwe stadsbossen.

De bosuitbreiding wordt gerealiseerd door verschillende partners. Natuur en Bos is daar één partner van, maar binnen de Vlaamse Overheid zitten ook de Vlaamse Landmaatschappij (VLM), het Instituut voor Bos -en Natuuronderzoek (INBO) en het Departement Omgeving mee in de cockpit. Ze worden geflankeerd door tal van partners in de bosalliantie. De bijkomende bossen worden geregistreerd op de Bosteller. Daar vind je nog meer informatie rond het project bosuitbreiding. Hier vind je ook de projectnota.

Vraag 7. Welke rol zal Natuur en Bos spelen in de bebossing?

Natuur en Bos wil en zal hier een belangrijke rol in spelen door gronden aan te kopen om te bebossen en door quick wins te realiseren. Zo zullen we eerst inzetten op het bebossen van gronden die al in eigendom zijn of snel verworven kunnen worden. We mikken op om en bij de 1.000 hectare nieuw bos tegen 2024, een kwart van het vooropgestelde totaal.

De doelstelling van de regering is ambitieus, en dus is de samenwerking tussen vele partners heel belangrijk. Natuur en Bos zal zeker een rol spelen om ze allemaal actief te ondersteunen.


Vragen over de bosoppervlakte

Vraag 8. Hoeveel bos is er in Vlaanderen?

De bosoppervlakte in Vlaanderen bedraagt volgens de tweede Vlaamse bosinventaris (terreinwerk uitgevoerd tussen 2009 en 2018) om en bij de 140.000 hectare.


Vragen over compensatie

Vraag 9. Ontbossingen in Vlaanderen moeten doorgaans gecompenseerd worden. Maar helpt dat compenseren wel? Een ontbossing is toch niet ‘snel’ te herstellen door een nieuw jong bos aan te planten?

Het is belangrijk om te weten dat de meeste ontbossingen in Vlaanderen niet gebeuren om de ontwikkeling van natuur of bos te bevorderen. Meestal is de reden van de ontbossing het resultaat van maatschappelijke ontwikkelingen zoals de aanleg van woonwijken, de bouw van industrieterreinen of infrastructuurwerken. De initiatiefnemer van het bouwproject is dan telkens wettelijk verplicht om de ontbossing te compenseren door op een andere plaats nieuwe bomen aan te planten (zie verder). Die compensatie kan gebeuren in natura (door elders een bos aan te leggen) of door een financiële storting aan het boscompensatiefonds.

Op lange termijn zal een compensatiebos uitgroeien tot een indrukwekkend bos als het goed ‘gepland’ en zorgvuldig beheerd wordt. Het duurt een hele tijd voor nieuw aangeplante bossen rijpe bossen zijn met een grote biodiversiteit. Toch zien we ook op korte termijn al positieve effecten op het milieu, het landschap, de biodiversiteit en de opname van koolstof in bodem en vegetatie.

Vraag 10. Waarom moeten Natuurpunt en Natuur en Bos ontbossingen niet compenseren?

De algemene regel is dat ontbossing altijd verloopt via een omgevingsvergunning en gecompenseerd moet worden. Er zijn enkele uitzonderingen.

Reservaten
Er is geen compensatie vereist als de ontbossing voorzien werd in een beheerplan opgesteld na 1 januari 2009 en als ze kadert in de realisatie van de Europese Natuurdoelen. Dat geldt voor alle reservaten, niet enkel voor die van natuurverenigingen en Natuur en Bos.

Privébos in agrarisch gebied
Er is geen omgevingsvergunning en dus ook geen compensatie vereist als het bos jonger is dan 22 jaar en als op die plek opnieuw aan landbouw zal worden gedaan. Dat geldt voor iedereen die in aanmerking komt.

In de volgende gevallen is er wel een omgevingsvergunning nodig maar verplicht de wetgeving niet tot compensatie:

  • bij sociale vrijstelling in woongebied
  • bij spontane bosontwikkeling jonger dan 22 jaar
  • bij de realisatie van de Europese Natuurdoelen, als er ontbossing voorzien is in een goedgekeurd beheerplan
  • bij ontbossing door de bouwheer in goedgekeurde verkavelingen: de compensatie gebeurde hier vaak al door de verkavelaar

Vraag 11. Wat gebeurt er met het geld van het boscompensatiefonds?

Het boscompensatiefonds dient voor de financiering van nieuwe bossen en voor de aankoop van te bebossen gronden. Het is dus geen slapend maar een dynamisch fonds. De inkomsten en uitgaven worden over de jaren heen apart geregistreerd, zoals bij een gewone bankrekening.


Vragen over het klimaat

Vraag 12. Waarom worden oude bomen gekapt? Ze zitten toch vol koolstof?

Het kappen van bomen gebeurt altijd overdacht en zorgvuldig, zie vragen 1, 2 en 3.

Oude bomen hebben CO₂ opgeslagen gedurende hun volledige groeiproces. Gemiddeld bevat 1 kubieke meter hout ongeveer 2 ton opgeslagen CO₂. Deze opslag blijft bewaard zolang dit hout niet dient als een bron van energie, bijvoorbeeld als biomassa of bij verbranding. Onze maatschappij vraagt veel hout als grondstof. In bijvoorbeeld meubels, bouwstructuren of vloeren blijft de gecapteerde CO₂ nog decennialang zitten. In die zin blijven oude bomen nog na de kap hun diensten bewijzen. Door hout te gebruiken in plaats van kunststof, beton of metaal vermijden we de CO₂-uitstoot van deze energievretende materialen.

Door oude bomen te kappen komt er meer ruimte vrij voor jonge aanplant of natuurlijke verjonging. Ook jonge bossen slaan CO₂ op, al is dat niet meteen in dezelfde hoeveelheden – de natuur heeft tijd nodig. Op lange termijn verkrijg je zo wel de meeste opslagcapaciteit in totaal.

Vraag 13. Wat is het nut van open plekken? Staan daar niet beter bomen?

Op een open plek krijgt de bodem meer (zon)licht. Dat biedt groeikansen aan jonge bomen, planten en struiken. Zij zijn de biotoop van diersoorten (waaronder insecten) die meer licht, ruimte of een andere bodem verkiezen.

Open plekken komen niet enkel voor in een beheerd bos maar ontstaan ook van nature. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat 5 tot 30 procent van het bosoppervlak van nature open is. De variatie valt te verklaren door het bostype en de bodemstructuur, en door externe factoren als storm. Een beheerd bos vraagt wel wat meer actief beheer om open plekken te maken en te behouden.

Vraag 14. Waarom moeten Amerikaanse eiken gekapt worden? Hebben zij ook niet hun eigen waarde?

In een omvormingsbeleid wordt de Amerikaanse eik inderdaad gekapt. Deze uitheemse boomsoort verdringt andere bomen door zijn overvloedige en concurrentiekrachtige verjonging. Hij laat nog weinig andere begroeiing toe. Bovendien heeft de Amerikaanse eik zure bladval die traag afbreekt. Dat leidt tot bodemverzuring en een verarming van het bosecosysteem. Omdat hij een exoot is, kunnen ook minder inheemse dieren zoals insecten nuttig gebruikmaken van deze boom.

Onderzoek toont ook aan dat bostypes die de natuurlijke bossamenstelling zo dicht mogelijk benaderen de stabielste zijn. Deze bostypes hebben dus een veel grotere draagkracht bij verstoringen zoals een wijziging van de waterhuishouding, brand, verzuring en vermesting.

Vraag 15. Exoten worden bestreden omdat ze een bedreiging kunnen vormen voor inheemse soorten. Maar zijn sommige exoten net niet beter bestand tegen de klimaatverandering?

Natuur en Bos bestrijdt niet overal exoten maar alleen waar ze een probleem vormen voor de natuur of de duurzame houtproductie. De exoten die we op grote schaal kappen zijn vooral invasieve soorten zoals de Amerikaanse eik, de Amerikaanse vogelkers en de Pontische rododendron. Ze veroorzaken een reeks negatieve effecten. Hier volgen er enkele:

  • Over het algemeen zijn de afgevallen bladeren en naalden van deze exoten moeilijker afbreekbaar. Dat heeft een negatieve impact op het bodemleven en laat maar een kleinere opslag toe via bodemorganische koolstof.
  • De afgevallen bladeren van de Pontische rododendron verhinderen dat andere boomsoorten kiemen. Dat bemoeilijkt spontane processen die kunnen leiden tot een grotere diversiteit aan soorten en structuur.
  • Deze soorten werden in het verleden vaak aangeplant in homogene groepen omdat dat economisch efficiënter was.
  • Er bestaat meer brandgevaar in homogene bossen van bijvoorbeeld Corsicaanse den dan in gemengde inheemse bossen. Natuurbranden verstoren de CO₂-opslag snel en drastisch.

Door vooral deze invasieve exoten terug te dringen, vergroten we dus de vitaliteit en de stabiliteit van onze bossen. We creëren mogelijkheden en ruimte voor adaptatie. We geven ook meer plaats aan onze eigen soorten, die lijden onder de effecten van de klimaatverandering.

Sowieso wordt steeds bekeken of andere boomtypes dan diegenen die we gewoonlijk aanplanten ook zouden kunnen gedijen in onze regio.

Vraag 16. Waarom zijn gemengde bossen beter? Kunnen we niet beter bossen aanplanten met bomen waarvan we weten dat ze een hoge capaciteit voor CO₂-opslag hebben?

We willen de bestaande koolstofvoorraden beschermen en waar mogelijk vergroten, en onze bossen weerbaarder maken tegen de effecten van de klimaatverandering. Daarom kiezen we ervoor om de biodiversiteit, de variatie in boomsoorten en de diversiteit van de structuur uit te breiden. Onder meer de groeiende kennis over de effecten van de klimaatverandering heeft een invloed op de beheertechnieken en -strategieën (zoals dunningstechnieken en boomsoortkeuze) en doet die voortdurend evolueren. Daar wil Natuur en Bos in de komende jaren bijkomend in investeren.

Sommige boomsoorten groeien sneller dan andere. Om de koolstofvoorraden te beschermen en te vergroten lijkt het logisch om alleen deze soorten te gebruiken. Maar ook bijvoorbeeld in de bodem wordt koolstof opgeslagen. Naaldbomen groeien dan wel sneller dan loofbomen, maar door hun effect op de bodem ligt de opslag van koolstof daar vaak lager. We willen dus robuuste bossen met een breed soortenpalet met de focus op inheemse soorten.

Voor bijna alle ecosystemen geldt: hoe groter de biodiversiteit, hoe groter de globale biomassaproductie en dus hoe groter de koolstofopslag. Een grotere biodiversiteit voor een bos betekent: veel verschillende soorten bomen, struiken, kruidachtigen, mossen, schimmels en bacteriën en een rijk dierlijk leven dat een rol speelt in het ecosysteem. De verschillende niches in het ecosysteem krijgen dan een maximale invulling.

Sowieso zijn bossen die maar uit één boomsoort bestaan meer vatbaar voor plagen en ziektes. Zie vraag 2.

Vraag 17. Houdt een beheerplan voor een periode van 24 jaar voldoende rekening met nieuwe inzichten en ontwikkelingen met betrekking tot het klimaat? Werd de nodige flexibiliteit ingebouwd om te kunnen bijsturen?

Een natuurbeheerplan geeft aan hoe in een natuurgebied doelstellingen i.v.m. onder meer biodiversiteit, bosbeheer, landschap, cultuurhistorie en recreatie gerealiseerd kunnen worden. Het bevat de juiste informatie om het beheer van een terrein te onderbouwen en concreet uit te werken. Het geeft een antwoord op vragen als: Waar willen binnen 24 jaar met dit gebied staan? Welke ingrepen zijn daarvoor nodig? Bij de uitwerking van die doelen gaat er veel aandacht naar het behoud en herstel van het natuurlijk milieu en naar meer biodiversiteit. Volgens wetenschappelijke inzichten zijn dat belangrijke maatregelen om natuurterreinen aan te passen aan de klimaatverandering.

Bosbeheer loopt altijd over een termijn van tientallen jaren. Voor natuur- en zeker voor bosontwikkeling is 24 jaar een redelijke periode. In die periode kunnen we afhankelijk van de evolutie van de natuur ter plaatse beslissen om beheermaatregelen al dan niet uit te voeren of bij te stellen. We kunnen het beheerplan tussentijds ook altijd bijsturen bij grotere veranderingen ten opzichte van het oorspronkelijke plan, bijvoorbeeld naar aanleiding van een nieuw inzicht.

Vraag 18. Wat is het nut van heideherstel als je kan verwachten dat we hetere en drogere zomers krijgen, waarvan heide snel het slachtoffer wordt?

Open vegetaties zoals heide zijn cruciaal voor de biodiversiteit. Het herstel daarvan verzekert het duurzaam voortbestaan van dieren en planten die alleen daar leven. Daarom is het geen optie om heide ‘op te geven’. De leefgebieden moeten ook groot genoeg zijn. Enkel zo zullen er voldoende dieren en planten zijn om genetische aanpassingen aan de klimaatverandering mogelijk te maken.

Net deze open landschappen worden waarschijnlijk het sterkst bedreigd door de klimaatverandering. De typische soorten die hier leven staan nu al erg onder druk door vermesting, verzuring, verdroging en versnippering.

Vraag 19. Slaan bossen niet meer CO2 op dan heide en andere graslanden?

Heide neemt bovengronds weinig koolstof op in vergelijking met een bos. Maar ook de bodemorganische koolstof speelt een rol en nuanceert het verhaal. Uit recente metingen van de KU Leuven (link toevoegen) blijkt dat sommige bossen niet noodzakelijk een grotere voorraad CO2 opslaan dan (natte) heide.

In het algemeen is vooral de combinatie van textuur en de grondwaterstand belangrijk. Voor de bijkomende opname van CO2 telt de al aanwezige hoeveelheid bodemorganische koolstof. Ook de voorgeschiedenis zoals het historisch landgebruik en de leeftijd van de vegetatie is van groot belang in Vlaanderen, waar het landgebruik sterk wijzigde in de loop der tijden.

Over de exacte jaarlijkse veranderingen in de bodem van de meeste natuurtypes is op dit moment weinig bekend. Daarom wordt er nu een netwerk opgezet dat de bodemkoolstof meet.


Vragen over hout

Vraag 20. Waarom mag ik geen hout sprokkelen in een vrij toegankelijk bos?

Er bestaat inderdaad een verbod op het sprokkelen van hout, maar een beheerder kan dat voor zijn bos toelaten door een toegankelijkheidsregeling. Het verbod wil vermijden dat het bos wordt ‘leeggehaald’. Dood hout is immers cruciaal voor een bos. Veel organismen leven daarop en verwerken het tot het helemaal verdwenen is. Het gaat om dikke staande of liggende bomen, maar ook om fijne afgebroken takken verspreid over een grotere oppervlakte. Zij bevatten bijvoorbeeld veel voedingsstoffen zoals koolstof of mineralen, die de bodem opnieuw kan opnemen en andere bomen kunnen opslaan.

Vraag 21. Zijn er niet genoeg bouwmaterialen beschikbaar, waardoor de houtkap overbodig wordt?

Bossen hebben nog altijd een belangrijke economische functie. Hout is ook een ecologisch duurzaam materiaal als het komt uit een duurzaam beheerd bos. Hout geldt als een van de beste bouw- en constructiematerialen in de strijd tegen hoge broeikasemissies en negatieve milieueffecten.

Vraag 22. Wat gebeurt er met het hout dat in de gebieden van Natuur en Bos gekapt wordt? Waar gaat het geld van de opbrengst van de houtverkopen concreet naartoe?

Wat we verdienen met het hout dat in onze gebieden gekapt wordt, investeren we in onze Vlaamse natuur. Natuur en Bos richtte hiertoe Natuurinvest op. Wat doet deze organisatie?

  • Natuurinvest zorgt ervoor dat de burgers onze natuurgebieden beter kunnen beleven. Daarom investeert de organisatie in bezoekersinfrastructuur. Die van het Zwin Natuurpark is ruim bekend, maar in heel Vlaanderen gaat er geld naar onder meer kleinschalige horeca, vergaderlocaties in een groen kader en voorzieningen voor sociaal toerisme.
  • Via de opleidingsorganisatie Inverde investeert Natuurinvest in de competenties van de beheerders van natuur-, park- en bosgebieden. Niet enkel ons eigen personeel geniet permanente vorming: iedereen die actief is in de Vlaamse natuur kan zijn skills verder ontwikkelen.
  • Natuurinvest brengt de kennis over de natuur over naar het bredere publiek. Via het digitaal kennisplatform Ecopedia gebeurt dat op een digitale manier.
  • Natuurinvest investeert ook heel wat middelen in innovatie om het natuurbeheer verder te optimaliseren. Een voorbeeld: er loopt een experiment dat gras van onze bloemrijke hooilanden verwerkt in biogebaseerde isolatiematerialen. We hopen dat dit natuurvriendelijke product binnenkort voor iedereen beschikbaar zal zijn.

Vraag 23. Waarom wordt bij ons gekapt hout ook verscheept naar verre landen voor verwerking? Is een lokale toepassing niet beter voor de ecologische voetafdruk?

Hout uit openbare bossen moet via een openbare verkoop verkocht worden. Wie het meest betaalt, krijgt het hout, los van bestemming. We hebben dus weinig impact op wat er met het hout gebeurt na de verkoop.

Met enkele initiatieven proberen we er toch voor te zorgen dat het hout van de beste kwaliteit voor lokale bedrijven of bedrijven uit de omliggende landen beschikbaar is voor duurzame toepassingen.

Zo organiseren we sinds 2019 jaarlijks een houtpark met hoogkwalitatieve stammen uit Vlaamse bossen. Lokale producenten kunnen zich makkelijker hout aanschaffen via deze kleinere verkoop. Ook is Natuur en Bos partner in het Interreg-project eco2eco. Dat onderzoekt hoe we meer van ons hout voor speciale toepassingen kunnen laten gebruiken door lokale bedrijven, bijvoorbeeld voor houtdraaiwerk, restauratie van historische gebouwen en decoratie.