VEN / IVON

Doelstellingen van het Natuurverwevingsgebied

In natuurverwevingsgebieden kan de natuur duurzaam in stand gehouden worden zonder dat dit zware gevolgen heeft voor andere functies zoals landbouw, bosbouw of recreatie. Deze functies verdringen op hun beurt de bestaande natuurwaarden niet. In natuurverwevingsgebieden is de natuur dus evenwaardig aan de andere functies. Voorbeelden hiervan zijn recreatiebossen, overstromingsgebieden, weidevogelgraslanden en kleinschalige landbouwlandschappen met verspreide, meestal kleinere natuurgebieden.

Vaak sluiten deze natuurverwevingsgebieden aan op de gebieden van het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN). Door hun ligging vormen ze dan een buffer tegen nadelige invloeden van buitenaf voor de belangrijkere en/of kwetsbaardere gebieden van het VEN.

Overheden moeten in natuurverwevingsgebieden de nodige maatregelen nemen om de bestaande natuur te beschermen en te ontwikkelen en de biologische diversiteit te bevorderen. Zij moeten dit doen door onder meer bij de uitvoering van hun beleid zorg te dragen voor:

  • het behoud van de kwaliteit van de habitats en de kwantiteit van de natuurwaarden
  • het behoud van een voor de natuurwaarden gunstige waterhuishouding
  • het tegengaan van risico van verdroging en van aantasting van reliëf en bodem
  • het behoud of het herstel van voor de natuur gunstige structuurkenmerken van de waterlopen

Het Decreet Natuurbehoud stelt expliciet dat de overheid in natuurverwevingsgebied enkel een stimulerend beleid kan voeren. Er wordt geen gebiedsspecifiek beleid met gebods- of verbodsbepalingen gevoerd.

De Vlaamse overheid zal daarom ten aanzien van de eigenaars en grondgebruikers in een natuurverwevingsgebied stimulerende maatregelen nemen:

  • ter bevordering van een natuurgerichte bosbouw en ecologisch verantwoorde bebossing
  • gericht op de bescherming en het beheer van de vegetatie van kleine landschapselementen, de fauna en de flora
  • gericht op het behoud of het herstel van voor de natuur gunstige structuurkenmerken van de waterlopen
  • ter bevordering van een verenigbaar recreatief medegebruik

De Vlaamse overheid neemt binnen de groengebieden, parkgebieden, buffergebieden en bosgebieden uit de ruimtelijke ordening stimulerende maatregelen. Die maatregelen zijn gericht op het behoud van een voor de natuur gunstige waterhuishouding, het tegengaan van risico van verdroging, het voorkomen van aantasting van reliëf en bodem, uiteraard zonder dat dit disproportionele gevolgen heeft voor de overige functies in het gebied.