Begrippenlijst Natuurbeheerplan

Begrippenlijst Natuurbeheerplan

Geïntegreerd natuurbeheer

Het begrip ‘geïntegreerd natuurbeheer’ is ontstaan uit het Natuurdecreet art.12bis : ‘Bij het beheer van terreinen ten behoeve van het natuurbehoud, wordt gestreefd naar een geïntegreerd beheer waarbij rekening gehouden wordt met de ecologische, de economische en de sociale functie.’

Het is de verzamelnaam voor de principes waarop het nieuwe natuurbeheerplan steunt. Dit is een integratie van de vroegere regelgeving rond bosbeheerplannen en rond beheerplannen van erkende natuurreservaten, waarbij de kerngedachte is dat in alle terreinen die beheerd worden ten behoeve van het natuurbehoud rekening moet gehouden worden met de ecologische, de sociale en de economische functie.

Niet te verwarren met het begrip ‘geïntegreerd beheersplan’ dit begrip wordt enkel gebruikt voor een beheerplan dat een combinatie is van een natuurbeheerplan en het beheersplan van beschermd onroerend erfgoed.

Beheerder

Het begrip ‘beheerder’ wordt in de hele regeling rond natuurbeheerplannen gebruikt in de betekenis zoals bepaald in het Natuurdecreet (art. 2, 56°): “de eigenaar of mede-eigenaar, de houder van andere zakelijke rechten of de houder van een persoonlijk recht die belast is met het beheer van het terrein.”

Natuurdomein

Een terrein in beheer van het agentschap voor Natuur en Bos (Natuurdecreet, art.2, 55°).

Openbare terreinen beheerd ten behoeve van het natuurbehoud en waar Europese natuurdoelen moeten gerealiseerd worden

Een openbaar terrein is een terrein in eigendom of mede-eigendom van een publiekrechtelijke rechtspersoon (Natuurdecreet, art. 2, 53°).

‘Waar Europese natuurdoelen moeten gerealiseerd worden’: dit wordt geïnterpreteerd als : als het opgenomen is als habitat of in de zoekzone ligt op de richtkaart van het Managementplan Natura 2000.

Bestuur

Een gemeente, een gemeentebedrijf, een vereniging van gemeenten, een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, een intercommunaal centrum voor maatschappelijk welzijn, een vereniging van openbare centra voor maatschappelijk welzijn, een provincie, een provinciebedrijf, een polder, een watering, een vereniging van polders en wateringen, een kerkfabriek en elke andere rechtspersoon die voor de uitoefening van een openbare eredienst of voor verenigingen van vrijzinnigen onroerende goederen beheert (BVR subsidies, art.1, 6° besturen)

In bijgaande tabel "openbaar terrein - administratieve overheid - bestuur" (pdf - 44 KB) vind je een overzicht van eigenaars van terreinen, met aanduiding of het over een openbare eigenaar, administratieve overheid en/of bestuur gaat. Als de instelling/instantie niet voorkomt op de lijst en je kunt het niet afleiden uit de definities, neem contact op met het aanspreekpunt voor natuurbeheerplannen in je provincie.

Administratieve overheid  

Het Vlaamse Gewest, de openbare instellingen die ervan afhangen, de publiekrechtelijke en privaatrechtelijke instellingen die belast zijn met taken van openbaar nut en de andere besturen die onderworpen zijn aan het administratief toezicht van het Vlaamse Gewest (Natuurdecreet, art.2, 55°).

Globaal kader

Het ‘globaal kader’ is een onderdeel (hoofdstuk 3) van deel 1 verkenningvan een natuurbeheerplan.

Het globaal kader beschrijft op hoofdlijnen:

  • de invulling van de drie functies van het terrein en differentiatie ervan
  • de gewenste natuurstreefbeelden (te kiezen uit bijlage 3 van het BVR natuurbeheerplannen)
  • het ambitieniveau (type 1, 2 ,3 of 4)
  • eventuele doelstellingen in het kader van het Onroerenderfgoeddecreet en beschermingsbesluiten onroerend erfgoed

Het globale kader kan opgesteld worden voor een ruimer gebied dan de in het natuurbeheerplan effectief deelnemende percelen, als dat nuttig is om een betere inschatting te maken van de voorgestelde keuzen in een ruimer landschappelijk kader. Dat ruimer gebied dient op logische wijze samen te hangen met de in het natuurbeheerplan opgenomen percelen.

Voor type 4 (erkend natuurreservaat): bij het globaal kader kan een ruimer gebied afgebakend worden dan de effectief deelnemende percelen. Op dit gebied kan een doelmatigheidstoets worden uitgevoerd (art. 34 BVR subsidies).

Lees meer over de manieren waarop een ‘globaal kader’ goedgekeurd kan worden  en over de voordelen/gevolgen verbonden aan de goedkeuring van het globaal kader in deze nota.

Natuurterreinen die ecologisch een samenhangend geheel vormen

In een gezamenlijk beheerplan kunnen enkel natuurterreinen opgenomen worden die ecologisch een samenhangend geheel vormen (BVR natuurbeheerplannen, artikel 2, §1.) Noch het BVR Natuurbeheerplannen, noch het Natuurdecreet voorzien een definitie van ‘ecologisch samenhangend geheel’. In dat geval moet je zo’n term ‘gewoon’ in zijn taalkundige betekenis lezen.

Er moet een ecologisch verband tussen de terreinen bestaan, zodat ze echt als één geheel beheerd kunnen worden. Dat vergt dus een beoordeling in de feiten, en die kunnen van geval tot geval verschillen. Aan elkaar grenzende terreinen zullen wellicht zonder uitzondering aan die bepaling kunnen voldoen. Aan het andere uiterste zal die bepaling niet voldaan kunnen zijn in het denkbeeldige voorbeeld dat een beheerder aan de Maas en een beheerder in de polders samen een gezamenlijk beheerplan zouden indienen. Dan zou er duidelijk geen ecologisch samenhangend geheel zijn.