Subsidies, voordelen en engagementen

Subsidies, voordelen en engagementen

De goedkeuring van het natuurbeheerplan houdt voor de beheerder van het terrein een verbintenis in tot uitvoering van de in het beheerplan opgenomen beheermaatregelen (ND, art.16novies §1).

Tegenover deze verbintenis vanwege de terreinbeheerder staat de verbintenis van de Vlaamse overheid tot financiering  (binnen de perken van de begroting) van die in het natuurbeheerplan opgenomen maatregelen die voor subsidie in aanmerking komen.  

De beheerder mag afwijken van de beheermaatregelen die in het natuurbeheerplan opgenomen zijn, voor zover de realisatie van het globale kader en de beheerdoelstellingen niet in het gedrang komen. De beheerder moet er dan wel voor zorgen dat de voorwaarden inzake natuurbeheer die opgenomen zijn in het natuurbeheerplan gevolgd worden en de afwijking mag ook geen gevolgen hebben buiten het terrein. Als niet aan deze voorwaarden voldaan is, dan mogen de afwijkende beheermaatregelen pas uitgevoerd worden na een goedgekeurde wijziging van het natuurbeheerplan.

Vergunningen – ontheffingen - afwijkingen

Het beheerplan zorgt ook voor administratieve vereenvoudiging omdat minder vergunningen en ontheffingen moeten aangevraagd worden voor de beheermaatregelen die opgenomen zijn in een goedgekeurd natuurbeheerplan:

  • geen machtiging in toepassing van het Bosdecreet meer nodig
  • vrijstelling van de natuurvergunningsplicht voor wijzigen van vegetatie of voor wijziging van kleine landschapselementen, op voorwaarde dat een natuurtoets conform artikel 16 ND is uitgevoerd, op voorwaarde dat desgevallend een voortoets of passende beoordeling is uitgevoerd, en op voorwaarde dat de uitvoerder van de wijziging de zorgplicht naleeft tijdens de uitvoering.
  • Mogelijkheid tot integratie van de afwijkingen van de verboden opgenomen in het Soortenbesluit, op voorwaarde dat de voorwaarden vermeld in artikel 23, eerste lid, Soortenbesluit zijn ingevuld. Indien een afwijking niet is geïntegreerd in het beheerplan, moet een aparte afwijking worden aangevraagd bij het Agentschap voor Natuur en Bos.
  • Voor terreinen gelegen in het VEN zorgt het natuurbeheerplan voor vrijstelling van het vragen van een individuele ontheffing op een aantal VEN-verboden:
    • wijziging van vegetatie, meerjarige cultuurgewassen of kleine landschapselementen (Natuurdecreet, art.25, §3, 2°,2):
    • Zaaien of planten van niet-inheemse planten, bomen of struiken (BVR van 21 november 2003 houdende maatregelen ter uitvoering van het gebiedsgericht natuurbeleid, art.6, 1°).

      Voor alle andere VEN-verboden (zie Natuurdecreet art.25, §3 en art. 6 van het BVR van 21 november 2003 blijft het VEN-verbod wel gelden, maar kan de individuele ontheffing verleend worden tegelijkertijd in één besluit met de goedkeuring van het natuurbeheerplan.  Indien een individuele ontheffing niet tegelijk met het beheerplan is aangevraagd, moet een aparte ontheffing worden aangevraagd bij het Agentschap voor Natuur en Bos.

  • Er is geen voortoets of passende beoordeling vereist voor een natuurbeheerplan van een terrein in een speciale beschermingszone, als het beheer gebeurt in functie van het realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen voor de betrokken SBZ  (natuurdecreet, art.36ter, §3). Als voor een deel van het terrein geen beheer  dat verband houdt met de instandhoudingsdoelstellingen uitgestippeld wordt, moet voor dat deel toch een voortoets gebeuren.
  • vrijstelling van omgevingsvergunningsplicht voor het vellen van hoogstammige bomen (zie BVR vrijstelling, art. 6.1, 3°)
  • vrijstelling van omgevingsvergunningsplicht  voor de volgende kleine inrichtingswerken (zie BVR vrijstelling, art. 6.2):
    • het aanleggen of herinrichten van perceelsopritten en perceelsovergangen, inclusief de eventueel hiervoor strikt noodzakelijke inbuizing van grachten;
    • het aanleggen, inbuizen, openleggen, herprofileren of geheel of gedeeltelijk dempen van grachten voor de detailontwatering van een gebied, voor zover de bodem van de aan te leggen grachten niet dieper is dan 1,5 meter, gemeten vanaf het maaiveld;
    • het uitvoeren van reliëfwijzigingen van minder dan een meter die de aard en de functie van het terrein niet wijzigen;
    • het plaatsen of herinrichten van kleinschalige toeristisch-recreatieve infrastructuur zoals zitbanken, picknicktafels, vuilbakken, fietsenrekken, speeltoestellen, infopanelen en infokiosken;
    • het plaatsen of herinrichten van kleinschalige faunavoorzieningen;
    • het aanleggen of herinrichten van infiltratie- of buffervoorzieningen met een maximale oppervlakte van 100 vierkante meter;
    • het aanleggen of herinrichten van poelen in functie van natuur- of landschapsbeheer met een maximale oppervlakte van 100 vierkante meter.

Deze vrijstelling geldt niet als:

  • de werken strijdig zijn met voorschriften van stedenbouwkundige verordeningen, ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP’s)
  • er voor de werken een MER, passende beoordeling of een mobiliteitsstudie moet opgemaakt worden
  • de werken liggen in:
    • een vijf meter brede strook, te rekenen vanaf de bovenste rand van het talud van ingedeelde onbevaarbare en bevaarbare waterlopen;
    • de erfdienstbaarheidszone langs grachten van algemeen belang, opgelegd in toepassing van artikel 32quaterdecies, §2, van  de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging;
    • een afgebakende oeverzone als vermeld in artikel 3, § 2, 43°, van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid.

       Deze bepalingen zijn niet van toepassing op werken, uitgevoerd door of in opdracht van de beheerder van de waterloop of gracht.

  • vrijstelling van de omgevingsvergunningsplicht voor ontbossing ter realisatie van Europese natuurdoelen in natuurreservaten (type vier): zie ‘ontbossing in een natuurbeheerplan’ 
     

Subsidies

Om de opmaak van natuurbeheerplannen en de effectieve uitvoering ervan te stimuleren is er een nieuwe subsidieregeling uitgewerkt. > Meer info

Fiscale voordelen

Om beheerders van natuurterreinen te stimuleren tot de keuze voor een hoger ambitieniveau (minstens type twee) en tot een snelle opmaak van een natuurbeheerplan zijn er diverse fiscale voordelen voorzien.

Concreet kunnen volgende fiscale voordelen worden verleend:

Vrijstellingen in het kader van een natuurbeheerplan Type twee Type drie Type vier
Erfbelasting 50% 75% 100%
Schenkbelasting 75% 100% 100%
Verkooprecht     100%
Onroerende voorheffing     100%


Het fiscaal voordeel dat verkregen wordt door de gehele of gedeeltelijke vrijstelling van erfbelasting, schenkbelasting of verkooprechten wordt omgezet in een (fictieve) subsidie. Het voordeel blijft behouden indien gedurende een periode van vierentwintig jaar een natuurbeheerplan van kracht is voor het onroerend goed waarop het fiscaal voordeel betrekking heeft. Deze vierentwintigjarige termijn is gebaseerd op de looptijd van de natuurbeheerplannen.

Indien in de loop van deze vierentwintigjarige periode het natuurbeheerplan wordt opgeheven, zij het vrijwillig of verplicht, of het beheer ervan wordt overgenomen door het ANB, dan zal het toegekend fiscaal voordeel teruggevorderd worden a rato van de nog resterende periode van vierentwintig jaar.

Wanneer het natuurbeheerplan afloopt gedurende deze vierentwintigjarige periode zal een hernieuwing van het natuurbeheerplan aangevraagd en toegekend moeten worden. Indien de hernieuwing niet wordt aangevraagd of niet wordt goedgekeurd omdat de voorwaarden niet zijn voldaan, gaan de fiscale voordelen verloren. Indien de aanvraag tot hernieuwing wordt goedgekeurd, blijven de fiscale voordelen behouden.

Voor de erfbelasting, de schenkbelasting en de verkooprechten wordt het voordeel ook verleend wanneer er nog geen natuurbeheerplan is goedgekeurd. De periode tussen respectievelijk het overlijden van de erflater, de schenkingsakte en de authentieke akte tot aan het goedkeuren van het natuurbeheerplan, ten belope van maximaal 4 jaar, telt in deze gevallen mee voor de bepaling van de termijn van 24 jaar. De respectievelijke erfgenaam, legataris, begiftigde of koper dient een overeenkomst te sluiten met het ANB waaruit de intentie blijkt om een natuurbeheerplan van minstens type twee af te sluiten.

De onroerende voorheffing is een directe belasting die jaarlijks wordt geheven. Het fiscaal voordeel wordt niet toegekend aan natuurbeheerplannen in aanvraag, enkel aan effectief goedgekeurde natuurbeheerplannen. Omwille van het jaarlijks karakter van de onroerende voorheffing wordt de voorwaarde van het bestaan van een natuurbeheerplan jaarlijks geëvalueerd.

De fiscale voordelen voor een natuurbeheerplan worden geregeld in het Ontwerp van decreet betreffende de fiscale gunstmaatregelen die verbonden zijn aan natuurbeheerplannen (link pas beschikbaar als het decreet van kracht is). Dit ontwerp van decreet werd definitief goedgekeurd door de Vlaamse regering op 10 oktober 2017. Voor het in werking kan treden moet het nog bekrachtigd worden door het Vlaams parlement.

Wat bij verkoop of overerving van het terrein?

Een goedgekeurd natuurbeheerplan is bindend voor de opeenvolgende beheerders. Dat betekent dat bij een verkoop of een overdracht van rechten, de nieuwe eigenaar of beheerder het bestaande beheerplan moet uitvoeren. Als dat een probleem is moet hij de wettelijk voorziene procedures volgen om het beheerplan te wijzigen of op te heffen.

De overname van het beheer van een terrein met een goedgekeurd natuurbeheerplan door een nieuwe beheerder wordt binnen een termijn van dertig kalenderdagen na de overname door de vorige beheerder aan het ANB gemeld (ND art. 16novies, §1).

De notaris moet het bestaan van het natuurbeheerplan vermelden in volgende akten voor een onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen een terrein waarop een goedgekeurd natuurbeheerplan van toepassing is:

  • verkoop of verhuring voor meer dan negen jaar van een onroerend goed
  • inbreng van een onroerend goed in een vennootschap
  • vestiging of overdracht van vruchtgebruik, erfpacht of opstal
  • elke andere eigendomsoverdracht ten bezwarende titel, met uitzondering van huwelijkscontracten en hun wijzigingen

Volgende gegevens moeten in de akte opgenomen worden:

  • de datum van goedkeuring en de geldigheidstermijn
  • de verplichtingen die het natuurbeheerplan meebrengt voor de verwerver van het onroerend goed
  • indien van toepassing: de erfdienstbaarheid ten gevolge van de erkenning als natuurreservaat

(ND art. 16novies, §2)