Natuurbeheerplan aanpassen

Natuurbeheerplan aanpassen

De beheerder  mag afwijken van de beheermaatregelen die in het natuurbeheerplan opgenomen zijn, voor zover de realisatie van het globale kader en de beheerdoelstellingen niet in het gedrang komen. De beheerder moet er dan wel voor zorgen dat de voorwaarden inzake natuurbeheer die opgenomen zijn in het natuurbeheerplan gevolgd worden en de afwijking mag ook geen gevolgen hebben buiten het terrein. Als niet aan deze voorwaarden voldaan is, dan mogen de afwijkende beheermaatregelen pas uitgevoerd worden na een goedgekeurd wijziging van het natuurbeheerplan.

Die aanvraag tot wijziging wordt ingediend bij het ANB onder de vorm van een gecoördineerde versie van het natuurbeheerplan waarin de te wijzigen gegevens zijn aangeduid.

Wat kan de aanleiding zijn voor het indienen van een aanvraag tot wijziging van een natuurbeheerplan?

  • 1. Een initiatief van de beheerder:
    • voor wijziging  van het natuurbeheerplan voor de reeds deelnemende percelen
    • voor uitbreiding van het natuurbeheerplan met bijkomende percelen
  • 2. Een verzoek van het ANB:
    • naar aanleiding van de zesjaarlijkse evaluatie
    • als het ANB op het terrein heeft vastgesteld dat er afwijkende beheermaatregelen uitgevoerd werden die gevolgen hebben buiten het terrein of die de realisatie van het globale kader en de beheerdoelstellingen in het gedrang brengen
      • De beheerder heeft dan 180 dagen de tijd om een aanvraag tot wijziging van het natuurbeheerplan ter goedkeuring in te dienen bij het ANB.
      • Als de beheerder na deze termijn geen gewijzigd natuurbeheerplan heeft ingediend , kan het ANB zelf het natuurbeheerplan wijzigen. De beheerder wordt daarvan via een beveiligde zending op de hoogte gebracht.

Goedkeuringsprocedure voor de wijziging van een natuurbeheerplan

De goedkeuringsprocedure voor een wijziging is in principe dezelfde als voor een nieuw natuurbeheerplan. Zie goedkeuringsprocedure.

Tijdens de consultatie- en adviesronde kunnen alleen opmerkingen en adviezen worden gegeven die gaan over de te wijzigen gegevens.

De goedkeuring van een wijziging van het natuurbeheerplan geldt voor de resterende termijn van de oorspronkelijke looptijd van het natuurbeheerplan.

In volgende situaties is een beperkte goedkeuringsprocedure van toepassing:

  • 1. Beperkte wijziging: er zijn geen wijzigingen aan de volgende delen van het natuurbeheerplan:
    • Deel 1 : bespreking van de drie functies en het globaal kader
    • Deel 3 : beheervisie
  • Een wijziging voor de uitvoering van een actie of maatregel ter realisatie van:
    • de taakstelling in een goedgekeurd managementplan Natura 2000 of een planversie ervan
    • de Europese natuurdoelen
    • gebiedsgerichte doelstellingen inzake natuurbehoud in een goedgekeurd managementplan (ND art.48)
    • een vastgesteld soortenprogramma, voor zover dat duidelijk gelokaliseerd is in een terrein waarop het natuurbeheerplan van toepassing is

Wijziging : beperkte procedure:

Rood = procedurestap voor de indiener
Groen = procedurestap bij ANB
Oranje = procedurestap bij een andere instantie

De beheerder van het terrein kan een gemotiveerd beroep instellen bij de minister binnen een termijn van 30 kalenderdagen na de kennisgeving van de de afkeuring van een vraag tot wijziging van het natuurbeheerplan.

Opheffen van het natuurbeheerplan en overname van het beheer door het ANB

De verbintenis die is ontstaan door de goedkeuring van het natuurbeheerplan kan in bepaalde omstandigheden en onder bepaalde voorwaarden opgeheven worden. Dat kan zowel op initiatief van het ANB, als op vraag van de beheerder van een terrein.

In één specifiek geval wordt het natuurbeheerplan van rechtswege opgeheven, zonder dat de hieronder beschreven procedure doorlopen wordt. Dat is het geval voor een terrein van type één , dat na de goedkeuring in het VEN komt te liggen. Dan wordt het natuurbeheerplan van rechtswege opgeheven twee jaar na de afbakening van het VEN. Binnen die periode moet de beheerder een nieuw natuurbeheerplan indienen van type twee, drie of vier. Omdat het opstellen van een natuurbeheerplan meestal niet verplicht is kan de beheerder ook beslissen om geen nieuw natuurbeheerplan op te stellen. Eenmaal het natuurbeheerplan type één opgeheven is, kunnen de voorziene beheermaatregelen niet meer zonder machtiging of vergunning uitgevoerd worden.

Opheffing op initiatief van het ANB

Als het ANB vaststelt dat de beheerder de beheermaatregelen niet uitvoert of andere maatregelen uitvoert dan voorzien in het natuurbeheerplan, en dat daardoor de realisatie van de beheerdoelstellingen in het gedrang komt, kan het ANB de procedure voor opheffing van het natuurbeheerplan starten.

Bij een gezamenlijk natuurbeheerplan: het voornemen tot opheffing slaat enkel op dat deel van het terrein dat in beheer is van de persoon bij wie het ANB de vaststellingen heeft gedaan. Het ANB moet hierbij aantonen dat de mogelijkheid van overname van het beheer van het terrein door de overige beheerders onderzocht is, waarbij de overige beheerders op de hoogte zijn gebracht van de gevolgen van de opheffing inzake de voorwaarden voor type twee, drie of vier.

Opheffing op initiatief van de beheerder

De beheerder van een terrein kan het ANB verzoeken om het natuurbeheerplan op te heffen.

Voorwaarden voor private terreinen:

  • type één: altijd
  • type twee, drie of vier: enkel vanwege overmacht, waardoor de beheerder definitief onmogelijk het beheerplan kan uitvoeren (bijv. omwille van ziekte, overlijden, faillissement, onteigening, enz.)

Voorwaarden voor openbare terreinen:

  • de opheffing is noodzakelijk voor maatregelen die een maatschappelijk belang dienen

Bij een gezamenlijk natuurbeheerplan: het verzoek tot opheffing slaat enkel op het terrein in beheer van de persoon die om de opheffing verzoekt. Het akkoord van de overige beheerders moet bij het verzoek gevoegd worden.

Wat zijn de gevolgen?

  • Het verlenen van subsidies wordt stopgezet. De verleende subsidies worden geheel of gedeeltelijk teruggevorderd.
  • Als het beheer van het terrein van belang is voor het realiseren van de Europese natuurdoelen kan het ANB voorstellen aan de Vlaamse Regering om het beheer van het terrein over te nemen gedurende de resterende looptijd van het natuurbeheerplan. Bij overname van het beheer door ANB ontvangt de beheerder van een privaat terrein een vergoeding die overeenkomt met het KI van het terrein, aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk (art. 518 Wetboek van Inkomstenbelastingen).
  • Bij verkoop van een terrein waar het ANB het beheer overgenomen heeft, heeft de Vlaamse grondenbank het voorkooprecht (ND art.37, §1, 5°).

Procedure voor opheffing van het natuurbeheerplan of overname van het beheer door ANB:

(1) Hoorzitting: Zowel de betrokken beheerder als de overige beheerders van het gezamenlijke natuurbeheerplan worden uitgenodigd. De betrokken beheerder kan zich op de hoorzitting laten vertegenwoordigen en bijstaan door de personen die hij daarvoor aanwijst. Alle aanwezigen krijgen binnen de tien kalenderdagen een verslag van deze hoorzitting.

(2) Bij een verzoek tot opheffing is de normale behandeltermijn 60 kalenderdagen, maar als het ANB een voorstel tot overname van het beheer doet wordt deze termijn geschorst tot de minister een beslissing genomen heeft over de overname.

(3) Bij een voorstel tot overname van het beheer door het ANB: het ANB nodigt de beheerder uit om binnen de 60 kalenderdagen mee te delen of het beheer van het terrein kan worden overgenomen door een andere beheerder, die aantoont of aangetoond heeft op een deskundige manier aan natuurbeheer te kunnen doen.

(4) Zowel de betrokken beheerder als de overige beheerders van het gezamenlijke beheerplan krijgen een afschrift van de beslissing over de opheffing van het natuurbeheerplan of over de overname van het beheer en/of over de schorsing van de subsidies. Bij overname van het beheer door ANB wordt in deze beslissing ook de vergoeding vermeld (ND art. 16decies, §3).

De beheerder van het terrein kan een gemotiveerd beroep instellen bij de minister binnen een termijn van 30 kalenderdagen na de kennisgeving van de opheffing van het natuurbeheerplan op initiatief van het ANB of de weigering tot opheffing van het natuurbeheerplan op vraag van de beheerder.

Opheffen van de erkenning als natuurreservaat

Het initiatief voor opheffing van de erkenning als natuurreservaat kan enkel uitgaan van het ANB, wanneer vastgesteld wordt dat niet meer aan de voorwaarden van erkenning wordt voldaan. De beheerder zelf kan niet de opheffing van de erkenning als natuurreservaat aanvragen.

De beslissing over de opheffing wordt genomen door de minister, tegelijk kan de minister, op voorstel van het ANB, beslissen over de gehele of gedeeltelijke terugvordering va de verleende subsidies.

Procedure voor de opheffing van de erkenning als natuurreservaat:

De beslissing tot opheffing van de erkenning wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, met opgave van de naam van het natuurreservaat, de gemeente of gemeenten in kwestie en de kadastrale gegevens van de percelen waarvan de erkenning wordt opgeheven.