Wolven

Wolven

In het begin van de 19de eeuw verdween de wolf uit ons land en onze buurlanden. De laatste decennia steeg het bewustzijn over de achteruitgang van onze biodiversiteit. Op Europees niveau leidde dat in 1992 tot de Habitatrichtlijn (92/43/EEC). Die richtlijn geeft de wolf een beschermd statuut. Door de verbeterde bescherming van de soort en van natuurgebieden neemt de Europese wolvenpopulatie opnieuw in aantal toe. De dieren leggen daarbij grote afstanden af. Sinds 2011 wordt de wolf opnieuw in Wallonië waargenomen, en sinds 2018 is dat ook in Vlaanderen het geval.

In Vlaanderen is de wolf beschermd door de Europese wetgeving en de Vlaamse wetgeving, meer bepaald door het Soortenbesluit. Doordat de wolf een beschermde soort is, geldt eveneens de soortenschaderegeling. Dat is een administratieve schaderegeling die, onder bepaalde voorwaarden, een tegemoetkoming regelt bij schade.

Schade

Wolven voeden zich in eerste instantie met wild, zoals everzwijnen, reeën, konijnen, hazen en zelfs bevers. In sommige gevallen wordt echter ook kleinvee als een (gemakkelijke) prooi gezien. In de praktijk betreft het bijna steeds schapen. Daarbij kunnen meer dieren worden gedood dan nodig voor de onmiddellijke voeding. Dit ‘surplus-doden’ vloeit voort uit een natuurlijke reflex tot het aanleggen van een voorraad. Ook vossen en steenmarters doen dat soms bij pluimvee.

Om schade te voorkomen is het belangrijk om extra waakzaam te zijn wanneer de aanwezigheid van een wolf is gekend. Er moeten dan preventieve maatregelen worden genomen.

In de praktijk blijkt dat ook honden vaak schapen doden. Schade door honden wordt niet vergoed door de overheid.

Maatregelen

Een wolf-werende afsluiting is een afsluiting waar een wolf niet onder, niet door en niet over kan, én die bovendien afschrikt. Dit laatste gebeurt door middel van een elektrische puls, die minstens onderaan (beneden 20 cm) en bovenaan (tot 120 cm) aanwezig is.

Voor de meest typische afsluitingen gelden daarbij de volgende normen:

  1. Een netvormig raster zonder stroom (ook wel ursusdraad of schapengaas genoemd) van minimaal 120 cm hoog. De afstand tot de grond bedraagt maximaal 3 cm. De buitenzijde wordt aangevuld met schrikdraden: tenminste één bovenaan, en één op ongeveer 15 cm hoogte. Een derde draad op ongeveer 40 cm is ook aan te raden. De spanning bedraagt minimaal 4.500 Volt.
    Bestaande rasters vanaf 90 cm kunnen bovenaan met schrikdraadvoorzieningen worden aangepast tot de aangewezen hoogte (bv. met behulp van afstandsisolatoren of aanvullende schrikdraadpalen).
  2. Een stroomvoerend schapennet (ook wel flexinet, elektronet of schrikdraadnet genoemd) van minimaal 120 cm hoog. Het net moet dicht aansluiten bij de grond. De spanning bedraagt minimaal 4.500 Volt.
    Bestaande netten vanaf 90 cm kunnen worden uitgebreid tot de aangewezen hoogte, of worden vervangen.
  3. Stroomvoerende schriklinten of -draden met tussenafstanden van maximaal 20 cm. De afstand tot de grond bedraagt maximaal 15 cm. De afsluiting is minimaal 120 cm hoog. De spanning op elk van de linten (draden) bedraagt minimaal 4.500 Volt.
    Bestaande afsluitingen vanaf 90 cm kunnen met aangepaste of aanvullende schrikdraadpalen worden uitgebreid tot de aangewezen hoogte.

Aanvullende schrikdraden aan de buitenzijde van bestaande rasters moeten voldoende zichtbaar zijn (bv. door middel van waarschuwingsbordjes).

Zorg ervoor dat de afsluiting voldoende strak gespannen is, en geef bijzondere aandacht aan poortjes, het dwarsen van sloten… Geef ook de nodige aandacht aan het onderhoud, inclusief het behoud van de elektrische spanning. Een ketting is maar zo sterk als de zwakste schakel!

Schadevergoeding

Om aanspraak te maken op een vergoeding van schade door wolven is het nemen van preventieve maatregelen huidig niet wettelijk verplicht. (Omdat de dieren grote afstanden kunnen afleggen op korte termijn, wordt de verplichting voor preventieve maatregelen in de huidige context niet als redelijk beschouwd.) Wel moet de schade aangetoond kunnen worden. Vergoedingen lager dan 50 euro worden niet uitbetaald. Iedereen kan een schadevergoeding aanvragen, niet enkel veehouders.

Opdat de bevoegde instanties snel een terreinbezoek kunnen organiseren, worden schadelijders verzocht om een vermoedelijk schadegeval zo snel mogelijk telefonisch te melden bij de inspectiedienst van Natuur en Bos. 

Om het schadedossier ten gronde te behandelen moet de schadelijder daarnaast een vergoedingsaanvraag indienen via het e-loket. Dat gebeurt binnen twaalf werkdagen nadat de schade werd vastgesteld.

Waarnemingen

Meldingen van mogelijke wolf-gerelateerde waarnemingen, anders dan schadegevallen, kunnen worden gericht aan het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek via wolf@inbo.be.