Berekening boscompensatie

Berekening boscompensatie

Om een gelijkwaardig bosareaal te bekomen, wordt de oppervlakte van de ontbossing in m² vermenigvuldigd met een boscompensatiefactor. Deze factor is afhankelijk van de ecologische waarde van het bos, waarbij de boomsoortensamenstelling bepalend is. Ze varieert van 1 tot 3 zoals weergegeven in onderstaande tabel.

De hoogste compensatiefactor (3) geldt voor bossen met aanwezigheid van één of meerdere Europees te beschermen boshabitats. Bestanden die voor minstens 80% uit cultuurpopulier bestaan, vallen in de klasse niet-inheems loofbos (factor 1).

Type bos Boscompensatiefactor
Niet-inheems loofbos en/of naaldbos: grondvlak bestaat uit minstens 80% niet - inheems loofhout, naaldhout of een menging hiervan                    1
Gemengd bos: grondvlak inheems loofhout ligt tussen 20 en 80%                   1,5
Inheems loofbos: grondvlak bestaat uit minstens 80% inheems loofhout                    2

Bos dat beantwoordt aan een of meerdere van de volgende habitat-codes:

2160: Duinen met Hyppophae rhamnoides 2170: Duinen met Salix repens ssp. Argentea (Salicion arenariae)

2180: Beboste duinen van het Atlantische, Continentale en Boreale kustgebied

9110: Beukenbossen van het type Luzulo-Fagetum

9120: Zuurminnende Atlantische beukenbossen met ondergroei van Ilex of soms Taxus (Quercion robori-petraeae if Ilici-Fagion)

9130: Beukenbossen van het type Asperulo-Fagetum

9150: Midden-Europese kalkminnende beukenbossen behorend tot het Cephalanthero-Fagetum

9160: Sub-Atlantische en midden-Europese wintereikenbossen of eikenhaagbeukbossen behorend tot het Carpinion-betuli

9190: Oude zuurminnende eikenbossen met Quercus robur op zandvlakten

91D0: Veenbossen

91 E0: Alluviale bossen met Alnion glutinosa en Fraxinus excelsior (Alno-Padion, Alnion incanae, Salicion albae)

91 F0: Gemengde eiken-iepen-essenbossen langs de oevers van grote rivieren met Quercus robur, Ulmus laevis, Fraxinus excelsior of Fraxinus angustifolia (Ulmenion minoris)

                   3

Het grondvlak wordt gedefinieerd als de som van de gezamenlijke oppervlakte van de stamdoorsneden van de bomen op een perceel, gemeten op 1,5 m hoogte en uitgedrukt in m² per hectare.
 

Verschillende manieren van boscompensatie
De aanvrager van de omgevingsvergunning tot ontbossing of omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan kiezen uit drie mogelijkheden om aan de boscompensatievoorwaarde te voldoen: 

  1. een bosbehoudsbijdrage betalen (financiële boscompensatie)
  2. zelf een compenserende bebossing uitvoeren (boscompensatie in natura)
  3. een compenserende bebossing uitvoeren via een derde die zich daarvoor garant stelt (boscompensatie in natura door een derde, www.boscompenseren.be)

Ook een combinatie van die drie maatregelen is mogelijk.
 

Compensatie in natura
Als de aanvrager een compenserende bebossing wil (laten) uitvoeren dan moet een beplantingsplan van de voorgestelde percelen worden toegevoegd. Die percelen moeten volgens het geldende bestemmingsplannen een van de volgende ruimtelijke bestemmingen hebben: groengebied, parkgebied, buffergebied, bosgebied, bosuitbreidingsgebied, natuurontwikkelingsgebied, recreatiegebied, agrarisch gebied in de ruime zin,gebied voor gemeenschaps- en openbare nutsvoorzieningen of een met een van die zones vergelijkbaar gebied. 

Op het ogenblik van de aanvraag moet de aanvrager in het bezit zijn van alle wettelijk vereiste vergunningen, adviezen en machtigingen die noodzakelijk zijn om over te gaan tot de bebossing van de voorgestelde percelen. 

De compenserende bebossing moet uitgevoerd zijn uiterlijk twee jaar na de datum waarop de omgevingsvergunning tot ontbossing mag worden gebruikt. Normaal is dat 35 dagen na de aanplakking van de vergunning (de aanplakking gebeurt maximaal 10 dagen na de datum van de vergunning).

De compenserende bebossing moet minstens 25 jaar in stand worden gehouden en uitgevoerd worden volgens een door ANB goedgekeurd plan.

Degene die de compenserende bebossing uitvoert moet dat minstens 30 dagen voor de start ervan melden aan ANB.
 

Financiële compensatie
De financiële boscompensatie wordt als volgt berekend:
Oppervlakte ontbossing (in m²) x boscompensatiefactor x 3,50 euro/m²
Opgelet! Dit bedrag werd op 08/05/2017 verhoogd van 1,98 naar 3,50 euro door de Vlaamse Regering. De bosbehoudsbijdrage van 3,5 euro kan jaarlijks geïndexeerd worden.

Concreet houdt dit in dat je €10,50/m² betaalt als financiële boscompensatie voor Europese boshabitats, €7,00/m² voor inheems loofbos, €5,25/m² voor gemengd bos en €3,50/m² voor naaldbos of niet-inheems loofbos.

De bosbehoudsbijdrage moet worden betaald binnen vier maanden na de datum waarop de omgevingsvergunning tot ontbossing mag worden gebruikt. Normaal is dat 35 dagen na de aanplakking van de vergunning (de aanplakking gebeurt maximaal 10 dagen na de datum van de vergunning). De betalingstermijn begint dus te lopen ten laatste 45 dagen na de datum van de vergunning. De compensatie wordt betaald via het bij de vergunning gevoegde overschrijvingsformulier.

Attest / Controle compensatie
Als de compenserende bebossing volledig is uitgevoerd en door ANB ter plaatse werd gecontroleerd, kan dat op verzoek van de vergunninghouder door ANB geattesteerd worden.

Bij een verkavelingsaanvraag kan op verzoek van de vergunninghouder een attest worden afgeleverd door ANB, dat bevestigt dat de compensatiemaatregelen vervuld zijn (zowel bij een compensatie in natura als bij een financiële compensatie). Dat attest moet bij de verkoopakte van de kavel gevoegd worden. Zonder dit attest mogen de kavels niet verkocht worden!

Vijf jaar na het afleveren van een attest voor een compenserende bebossing voert ANB een controle ter plaatse uit. Als ANB vaststelt dat de aanplanting niet geslaagd is, kan het de bebossing ambtshalve uitvoeren of een beroep hiervoor doen op derden. De kosten van die werkzaamheden en van het onderhoud gedurende vijf jaar na de aanplanting zijn voor de aanvrager. Een aanplanting wordt pas als geslaagd beschouwd als ten minste 80% van het aangeplante stamtal bij de controle nog in leven is en die levende bomen en struiken regelmatig gespreid over het terrein voorkomen.

Goedgekeurde compensatiemaatregelen die niet worden uitgevoerd binnen de voorziene termijnen, zijn een schending van de voorwaarden waaronder de vergunning werd afgeleverd. De overtreder stelt zich dan ook bloot aan vervolging voor het begaan van een bouwmisdrijf. 

Wetgeving
De wettelijke bepalingen inzake ontbossing en de compensatie die daaruit moet volgen zijn in de eerste plaats te vinden in artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990. Nadere uitwerking van artikel 90bis van het decreet is vastgesteld in het Besluit van de Vlaamse Regering van 16 februari 2001 tot vaststelling van nadere regels inzake compensatie van ontbossing en ontheffing van het verbod op ontbossing.