Boscompensatie als bindende voorwaarde bij een omgevingsvergunning tot ontbossing

Boscompensatie als bindende voorwaarde bij een omgevingsvergunning tot ontbossing

Om een gelijkwaardig bosareaal te behouden in Vlaanderen geldt er een boscompensatieplicht voor: 

  • de houder van de omgevingsvergunning tot ontbossing (tenzij er al werd gecompenseerd door de houder van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden)
  • de houder van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden als de verkaveling in een deels of geheel bebost terrein is gelegen

In die gevallen waar ontbossing toch mogelijk is, ondanks het ontbossingsverbod in Vlaanderen, moet een omgevingsvergunning worden bekomen vooraleer er ontbost kan worden. Gebeurt de ontbossing in het kader van één van de uitzonderingen op het ontbossingsverbod dan vraagt de ontbosser onmiddellijk een omgevingsvergunning aan. In alle andere gevallen moet er eerst een ontheffing op het ontbossingsverbod gevraagd worden bij het ANB. Wordt de ontheffing toegekend dan moet vervolgens een omgevingsvergunning worden bekomen vooraleer er ontbost kan worden.

Een omgevingsvergunning tot ontbossing kan niet worden verleend zonder goedgekeurde boscompensatie. Dit betekent dat bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning tot ontbossing een compensatievoorstel moet bijgevoegd zijn. Hoe de compensatie berekend moet worden en welke keuzes je hebt inzake de effectieve compensatie, lees je hier. Hieronder vind je wie het voorstel indient en hoe de procedure verloopt.

Procedure boscompensatievoorstel
Op het ogenblik van de aanvraag van de omgevingsvergunning tot ontbossing of de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden moet de aanvrager een boscompensatievoorstel indienen. Dit gebeurt op het formulier ‘Boscompensatievoorstel bij de aanvraag van een omgevingsvergunning tot ontbossing of een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden’ dat hij volledig invult, ondertekent en bij zijn aanvraag voegt. Daarop vermeldt hij de te ontbossen oppervlakte en de manier waarop de compensatie zal uitgevoerd worden. 

De vergunningverlenende overheid bezorgt het formulier samen met de adviesaanvraag over de ontbossing aan het ANB.

Vrijstelling compensatieplicht voor ontbossing ter realisatie van Europese natuurdoelen
De compensatieplicht geldt niet voor ontbossing ter realisatie van Europese natuurdoelen, op voorwaarde dat die ontbossing is opgenomen in een goedgekeurd beheerplan. Er blijft wel een omgevingsvergunning nodig voor de ontbossing.

Vrijstelling compensatieplicht voor spontane bebossing
De compensatieplicht geldt niet voor gronden die spontaan zijn bebost na de invoering van het Bosdecreet (1990), als die spontane bebossing jonger is dan 22 jaar. Gronden die al spontaan waren bebost vóór 1990 blijven wel aan de compensatieplicht onderworpen. Voor de ontbossing van spontane bebossingen blijft wel een omgevingsvergunning tot ontbossing vereist (behalve voor spontane bebossingen van private bossen in het agrarisch gebied). Ook moet ANB een advies formuleren over de ontbossing.

Vrijstelling compensatieplicht voor sociale redenen
Daarnaast wordt om sociale redenen een uitzondering toegestaan op de compensatieplicht met het oog op woningbouw. Die uitzondering geldt voor het ontbossen van de eerste 5 are op een kavel kleiner dan 12 are in zones met als bestemming woongebied in de ruime zin of daarmee gelijk te stellen gebied. De uitzondering kan maar eenmaal worden verkregen. Bovendien moet de aanvrager een natuurlijk persoon zijn, die op datum van de aanvraag nog over niet de volle eigendom van een woning beschikt.

Verkavelingen
De compensatieplicht voor de verkavelaar werd ingevoerd door een wijziging van het Bosdecreet en geldt voor alle verkavelingen aangevraagd na 23 maart 2001. 

De verkavelaar moet compensatie geven voor iedere beboste oppervlakte binnen de verkaveling, zowel de oppervlakte van de kavels als de oppervlakte waarop werkzaamheden door de verkavelaar moeten worden uitgevoerd (de aanleg van wegen, van ruimten van openbaar nut en dergelijke meer). De verkavelaar kan in zijn verkavelingsaanvraag wel de te behouden beboste groene ruimten aanduiden. Die mag hij in mindering brengen van de te compenseren oppervlakte. De verkavelaar duidt dus zelf aan wat ontbost kan worden en wat als bos behouden moet blijven.

De compensatieplicht wordt gekoppeld aan de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden en bovendien kunnen de kavels alleen worden doorverkocht als de verkavelaar volledig voldaan heeft aan de opgelegde compensatievoorwaarden. Het behoud van deze groene ruimten wordt in de verkavelingsvoorschriften opgenomen. 

Voor de aanvraag van een omgevingsvergunning tot ontbossing in die verkavelingen moet de gemeente niet opnieuw de vergunning tot ontbossing voorleggen voor advies aan ANB. Bovendien vervalt de compensatieplicht, omdat die al ten laste valt van de verkavelaar. Ontbossing in verkavelingen die vóór 23 maart 2001 zijn aangevraagd, moeten nog altijd worden gecompenseerd door de houder van de omgevingsvergunning tot ontbossing.

Ontbossing in verkavelingen van de ‘als bos te behouden groene ruimten’ is alleen mogelijk na een verkavelingswijziging en de bijhorende compensatie.
 

Wetgeving
De wettelijke bepalingen inzake ontbossing en de compensatie die daaruit moet volgen zijn in de eerste plaats te vinden in artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990. Nadere uitwerking van artikel 90bis van het decreet is vastgesteld in het Besluit van de Vlaamse Regering van 16 februari 2001 tot vaststelling van nadere regels inzake compensatie van ontbossing en ontheffing van het verbod op ontbossing.