Omgevingsvergunning tot ontbossing

Omgevingsvergunning tot ontbossing

Voor ontbossingen geldt de omgevingsvergunningsplicht:

  • voor ontbossingen die niet onder de 4 uitzonderingen op het ontbossingsverbod vallen, moet na het bekomen van de ontheffing op het ontbossingsverbod ook nog een omgevingsvergunning tot ontbossing worden aangevraagd

Een omgevingsvergunning tot ontbossing kan niet worden verleend zonder boscompensatie.

De omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt ook als omgevingsvergunning tot ontbossing, als de ontbossing voorzien is in de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden (VCRO art. 4.2.17). Indien de houder van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden de vergunde ontbossing niet heeft uitgevoerd, dan mag de individuele bouwheer op grond van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden deze ontbossing uitvoeren, zonder daarvoor een aparte omgevingsvergunning tot ontbossing aan te vragen. De vergunning is immers een zakelijk recht en dus verbonden aan het onroerend goed en niet aan de persoon.

Vrijstellingen omgevingsvergunningsplicht

Er zijn twee uitzonderingen op het verplicht aanvragen van de omgevingsvergunning tot ontbossing:

  • conform art. 87 van het Bosdecreet dient er geen omgevingsvergunning tot ontbossing aangevraagd te worden voor  private bossen gelegen in het agrarisch gebied die binnen de 22 jaar na de aanplanting of na het ontstaan (indien spontane bebossing) gerooid worden en opnieuw in landbouwgebruik genomen. Dat kan met een eenvoudige melding.
    Private bossen in agrarisch gebied die binnen de 22 jaar geëxploiteerd worden (bv. kaalkap) via een kapmachtiging (conform art. 81 Bosdecreet) kunnen binnen de 3 jaar na deze exploitatie weer in landbouwgebruik genomen worden. Ook dat is mogelijk met een eenvoudige melding.
  • er dient geen omgevingsvergunning tot ontbossing aangevraagd te worden voor een ontbossing in een natuurreservaat met een goedgekeurd beheerplan, als de ontbossing in dit beheerplan is opgenomen. Voor de beheerplannen goedgekeurd na 1 januari 2009 geldt deze vrijstelling van vergunningsplicht slechts voor zover de ontbossing noodzakelijk is voor het behoud, het herstel of de ontwikkeling van een of meerdere habitats, vermeld in bijlage I van het decreet Natuurbehoud of van een of meerdere habitats van soorten, vermeld in bijlage II, III of IV van het zelfde decreet.


Procedure

Wetgeving
De wettelijke bepalingen inzake ontbossing en de compensatie die daaruit moet volgen zijn in de eerste plaats te vinden in artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990. Nadere uitwerking van artikel 90bis van het decreet is vastgesteld in het Besluit van de Vlaamse Regering van 16 februari 2001 tot vaststelling van nadere regels inzake compensatie van ontbossing en ontheffing van het verbod op ontbossing
Art. 4.2.1 van de VCRO voert de omgevingsvergunningsplicht in bij ontbossing.