Omgevingsvergunning tot ontbossing

Omgevingsvergunning tot ontbossing

Voor ontbossingen geldt de omgevingsvergunningsplicht:

In principe is ontbossen verboden in Vlaanderen maar er gelden 4 uitzonderingen op het ontbossingsverbod. In deze  gevallen kan  je meteen  een omgevingsvergunning aanvragen samen met een voorstel tot boscompensatie. Na het bekomen van de omgevingsvergunning tot ontbossing met goedgekeurde boscompensatie, mag de ontbossing worden uitgevoerd.  

Voor alle andere ontbossingen die niet onder de 4 uitzonderingen op het ontbossingsverbod vallen, moet een ontheffing op het ontbossingsverbod worden aangevraagd. Wordt de ontheffing bekomen dan moet vervolgens een omgevingsvergunning tot ontbossing worden aangevraagd samen met een voorstel tot boscompensatie.

  

Een omgevingsvergunning tot ontbossing kan niet worden verleend zonder boscompensatie.

De omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt ook als omgevingsvergunning tot ontbossing, als de ontbossing voorzien is in de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden (VCRO art. 4.2.17). Indien de houder van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden de vergunde ontbossing niet heeft uitgevoerd, dan mag de individuele bouwheer op grond van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden deze ontbossing uitvoeren, zonder daarvoor een aparte omgevingsvergunning tot ontbossing aan te vragen. De vergunning is immers een zakelijk recht en dus verbonden aan het onroerend goed en niet aan de persoon.


Vrijstellingen omgevingsvergunningsplicht

Er zijn twee uitzonderingen op het verplicht aanvragen van de omgevingsvergunning tot ontbossing:

  • voor private bossen gelegen in het agrarisch gebied die binnen de 22 jaar na de aanplanting of na het ontstaan (indien spontane bebossing) gerooid worden, moet geen omgevingsvergunning tot ontbossing aangevraagd worden. Het rooien kan na eenvoudige  melding bij het ANB. Private bossen in agrarisch gebied die binnen de 22 jaar geëxploiteerd worden (bv. kaalkap) via een kapmachtiging kunnen binnen de 3 jaar na deze exploitatie weer in landbouwgebruik genomen worden. Ook dat is mogelijk met een eenvoudige melding.
  • er dient geen omgevingsvergunning tot ontbossing aangevraagd te worden voor een ontbossing in een natuurreservaat met een goedgekeurd beheerplan, als de ontbossing in dit beheerplan is opgenomen. Voor de beheerplannen goedgekeurd na 1 januari 2009 geldt deze vrijstelling van vergunningsplicht slechts als de ontbossing noodzakelijk is met het oog op de realisatie van vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen.

Opgelet! Het kappen van bomen is gevat door diverse wetgeving.

BINNEN bossen speelt de reden een rol:

  • bomen kappen in het kader van bosbeheer (bos blijft bos!) moet gemachtigd worden;
  • bomen kappen waarbij bos verdwijnt (ontbossing) volgt een specifieke regeling. 

BUITEN bossen kan het kappen van bomen gevat zijn door de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen én de omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie. Kijk goed na welke toelatingen je nodig hebt! Het beslissingsdiagram op www.natuurenbos.be/bomenkappen helpt je hierbij.

De definitie van bos vind je terug op www.natuurenbos.be/definitiebos.


Procedure

Wetgeving
De wettelijke bepalingen inzake ontbossing en de compensatie die daaruit moet volgen zijn in de eerste plaats te vinden in artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990. Nadere uitwerking van artikel 90bis van het decreet is vastgesteld in het Besluit van de Vlaamse Regering van 16 februari 2001 tot vaststelling van nadere regels inzake compensatie van ontbossing en ontheffing van het verbod op ontbossing
Art. 4.2.1 van de VCRO voert de omgevingsvergunningsplicht in bij ontbossing.