Bomen planten

Bomen planten

Bij het planten van bomen moeten een aantal regels gerespecteerd worden. In bepaalde zones kan het verboden zijn of moet een vergunning aangevraagd worden. Omdat de regels verspreid zijn over verschillende wetgeving geven we hieronder een overzicht.

VELDWETBOEK: afstandsregels en vergunningsplicht voor bosaanplantingen in het agrarisch gebied

Het Veldwetboek voert een vergunning in voor bosaanplantingen in het agrarisch gebied. Het Bosdecreet voegt hier een aan te vragen advies van Departement Landbouw en Visserij aan toe.

Bijgevolg is voor bebossing in agrarisch gebied een vergunning van het college van burgemeester en schepenen vereist van de gemeente waar de bebossing plaats zal vinden en een advies van Departement Landbouw en Visserij - Afdeling Beleidscoördinatie en Omgeving (ABCO).

  • Het advies moet binnen de 20 dagen – vanaf datum verzending - afgeleverd worden. Bij gebrek aan een advies wordt het verondersteld gunstig te zijn.
  • Het college beslist binnen 30 dagen na indiening van de aanvraag. Doet het dit niet binnen die termijn, dan wordt de vergunning geacht verleend te zijn. De weigering van de vergunning is met redenen omkleed en binnen een maand na de kennisgeving kan beroep worden ingesteld bij de bestendige deputatie.

Het Veldwetboek regelt ook de plantafstanden die gerespecteerd moeten worden bij het planten van bomen en hagen.

Als er in een regio of gemeente ‘vaste, erkende gebruiken zijn’ bij het planten van bomen en hagen, dan kunnen die gebruikt worden. Deze vaste, erkende gebruiken kunnen nagegaan worden bij o.a. de milieu-ambtenaar, griffie van de rechtbank, verkavelingsvoorschriften,….

‘Erkend gebruik’ wil zeggen dat het langdurig, bestendig, eenvormig en openbaar is.

Zijn er geen 'vaste, erkende gebruiken' dan legt het Veldwetboek volgende algemene plantafstanden op:  

  • hoogstammige bomen worden op (minstens) twee meter en andere bomen en levende hagen op een halve meter van de scheidingslijn tussen twee erven geplant;
  • wanneer een levende haag tot afsluiting dient, moet zij, bij gebreke van een hiermee strijdig gebruik, op ten minste vijftig centimeter van de scheidingslijn staan;
  • fruitbomen mogen als leibomen, aan elke kant van een gemeenschappelijke muur geplant worden (indien de muur niet gemeen is dan heeft enkel de eigenaar dat recht).

Er zijn een aantal uitzonderingen op bovenstaande algemene regels uit het Veldwetboek, nl.:

  • de afstandsregels van het Veldwetboek kunnen niet afgedwongen worden van de overheid wanneer het gaat over bomen die deel uitmaken van het openbaar domein;
  • verkrijgende verjaring: als de bomen er al langer dan 30 jaar onverstoord staan (d.w.z. de buurman heeft er nog nooit over geklaagd) dan kunnen ze blijven staan ongeacht de afstand (burgerlijk recht: erfdienstbaarheid zichtbaar en voortdurend);
  • de bestemming van de huisvader: indien een eigenaar zijn domein splitst en doorspeelt aan zijn kinderen/verkoopt ontstaat de erfdienstbaarheid van plantrecht om beplantingen te hebben op kortere afstand (was latent aanwezig);
  • bij een overeenkomst tussen twee eigenaren (best schriftelijk en notarieel vastgelegd).

Hoogstammige bomen zijn bomen die op een hoogte van één meter boven het maaiveld een stamomtrek van één meter hebben en die geen deel uitmaken van een vegetatie die als bos kan worden beschouwd. In het kader van het Veldwetboek moet het ‘aanplanten van hoogstammige bomen’ begrepen worden als het aanplanten van een boom die later de mogelijkheid heeft om hoogstammig te worden, te weten dus ‘een boom met een dermate omvang dat hij 1 meter omtrek kan bereiken op 1 meter boven het maaiveld’.  

Gevolgen niet respecteren afstandsregels
Werden bomen, hagen, heesters en struiken op een kortere afstand geplant dan in de wet bepaald, dan kan de nabuur de rooiing er van eisen.

Let wel: dit houdt geen automatisch recht in! Bijgevolg is het de vrederechter die in deze kwesties een appreciatiebevoegdheid heeft en hierbij alle belangen van beide partijen zal inroepen.

Bovendien betekent de uitspraak van de vrederechter nog niet dat men een vergunning heeft om de boom te kappen! Deze moeten -indien nodig- ook aangevraagd worden eer de bomen gekapt kunnen worden. Meer info vind je via www.natuurenbos.be/bomenkappen.

Natuurdecreet

Als het planten van bomen zorgt voor een vegetatiewijziging of een wijziging van een klein landschapselement (KLE), dan kan het planten van de bomen verboden zijn of kan een omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie nodig zijn.

Meer info vind je via www.natuurenbos.be/natuurwijzigen.

Wat vegetaties en kleine landschapselementen zijn, kan je nakijken op www.natuurenbos.be/natuurwijzigen/definitie.  

Bomen planten in het Vlaamse Ecologisch Netwerk (VEN)

In de gebieden die behoren tot het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) zijn vegetatiewijzigingen of het wijzigen van kleine landschapselementen (KLE’s ) zoals bomen verboden behoudens ontheffing.

De VEN-ontheffing vraag je aan bij ANB, Entiteit AVES van de provincie waar de boom gelegen is. Dit gebeurt via volgend formulier.

Waar het VEN zich situeert kan je nagaan op geopunt (surf naar www.geopunt.be, kijk bij ‘kaarten en plaatsen’ bij het onderdeel ‘natuur en milieu’, onder het onderdeel ‘natuur’ open je de kaart ‘gebieden van het VEN en het IVON’.

Bomen planten in SBZ

In de Speciale Beschermingszones (SBZ) afgebakend in het kader van Natura 2000 kan voor een vegetatiewijziging een omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie nodig zijn. Bovendien kan het zijn dat een passende beoordeling moet worden opgemaakt indien het planten van de bomen vergunningsplichtig is.

Terugkoppeling met ANB is in deze nodig.

Natuurrichtplannen

In Natuurrichtplannen (NRP) kunnen bepalingen opgenomen zijn rond het planten of het niet mogen aanplanten van bomen. Een screening van de 6 NRP naar de bepalingen rond bomen, kan je hier nakijken.

Ter info: natuurrichtplannen waren het centrale instrument binnen het VEN maar na enkele proefprojecten werd beslist de opmaak ervan facultatief te maken. Er zijn er 6 goedgekeurd in de periode 2007-2009:

  • Natuurrichtplan voor de VEN-gebieden, Speciale Beschermingszone, groen-, park- en bosgebieden in de “Duinen van de Middenkust tussen Oostende en Blankenberge” (gemeenten Oostende, De Haan, De Haan, Blankenberge);
  • Natuurrichtplan voor de Specialebeschermingszones (SBZ) en de groene bestemmingsgebieden voor “het Hoppeland van Poperinge en de Zuidelijke IJzervlakte” (gemeenten Poperinge, Vleteren, Ieper);
  • Natuurrichtplan voor de VEN-gebieden, Speciale BeschermingsZone, groen-, park-, buffer- en bosgebieden in de “Dendervallei tussen de gewestgrens en Ninove, evenals het Raspailleboscomplex en Geitebos” (gemeenten Geraardsbergen, Ninove en Galmaarden);
  • Natuurrichtplan voor het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN), de Speciale Beschermingszones (SBZ) en de groene bestemmingsgebieden van de “Demervallei tussen Diest en Aarschot” (gemeenten Aarschot, Scherpenheuvel-Zichem, Diest);
  • Natuurrichtplan voor het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN), de Speciale Beschermingszones (SBZ) en de groene bestemmingsgebieden van de “Heuvelrug-benedenstrooms”(gemeenten Grobbendonk, Herentals, Kasterlee, Lille, Olen, Vorselaar);
  • Natuurrichtplan voor het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN), de Speciale Beschermingszones (SBZ) en de groen-, park- en bosgebieden in de “Hoge Kempen” (gemeenten As, Dilsen-Stokkem, Genk, Lanaken, Maaseik, Maasmechelen, Zutendaal).

Deze planfiguur is nu verlaten en vervangen door de managementplannen.

MER-plicht bij bebossing van meer dan 10 hectare

Bovendien worden bebossingen van meer dan 10 hectare onderworpen aan de MER-plicht. Ontheffing op deze MER-plicht is evenwel mogelijk.

Meer info >

Bomen planten langs wegen

Langs autosnelwegen
Het Koninklijk Besluit betreffende de vrije stroken langs autosnelwegen (4/06/1958) bepaalt dat een vrije strook van 30 meter moet worden vrijgelaten vanaf de grens van het domein van de autosnelweg. Benevens de rijbanen, de stationeerstroken en de als zodanig gerangschikte toegangswegen, omvat het domein van de autosnelweg, gans het Rijksdomein aan weerszijden van de weg, dat met het oog op de behoeften en voor de dienst van de autosnelweg is ingericht.

Bovendien bepaalt art.3 dat het verboden is om langs de aansluitingscomplexen van de autosnelweg, over een diepte van tien meter gemeten van de grens van het domein van de autosnelweg, hoogstammige bomen te planten of enige andere aanplanting met een hoogte van meer dan een meter te doen.

Langs gewestwegen
Hoewel het Koninklijk Besluit van 1934 aangaande bouwvrije stroken langs Gewestwegen opgegeven is, hanteert AWV nog steeds dezelfde regels met betrekking tot het planten van bomen. Bijgevolg moeten hoogstammen of beplantingen hoger dan 1,5 meter op minstens 2 meter achter de grens openbaar domein of rooilijn geplant worden en levende hagen lager dan 1,5 meter op 0,25 meter van zelfde grens – snoeien tot max. die hoogte vereist.

Daarnaast houdt het Agentschap Wegen en Verkeer - uiteraard - ook rekening met andere aspecten zoals de verkeersveiligheid, goede ruimtelijke ordening en beleidsmatige gewenste ontwikkelingen. Rekening houdend met bovenstaande factoren zal het Agentschap Wegen en Verkeer elke aanvraag tot het planten van bomen langs gewestwegen aldus in concreto beoordelen. 

Bomen planten langs waterwegen

Overal
Overal is het planten, maar ook gewoon het laten groeien van zaailingen van naaldbomen op minder dan zes meter van de oevers van bevaarbare en onbevaarbare waterlopen verboden. Dit wordt bepaald door artikel 40 van de wet op het natuurbehoud van 12 juli 1973 - dit is de voorloper van het Natuurdecreet. Onder naaldbomen komt immers minder begroeiing voor waardoor de kans op afkalving van de oevers toeneemt. Bovendien werken naaldbomen verzuring en verdroging van de bodem in de hand.

Langs bevaarbare waterlopen - rivier
De algemene afstandsregels (Ordonnantie van 1669) --> indien er een jaag- of voetpad is: plantverbod ter hoogte van dit jaagpad (9,75 m – 30 voet) of voetpad (3,25 m).

Daarnaast zijn er bijzondere afstandsregels die bepaald worden per waterloop in de respectievelijke bijzondere reglementen bij het Algemeen Scheepvaartreglement of in de eigen reglementen die voor een aantal waterwegen zijn uitgevaardigd (KB 15/9/1950).  

Langs bevaarbare waterlopen - kanalen
Hier gelden de afstandsregels uit het Veldwetboek

Langs onbevaarbare waterlopen
Er zijn verschillende regels van toepassing naargelang de categorie en de ligging (binnen of buiten polder/watering) van de onbevaarbare waterloop.

Onbevaarbare waterlopen - 1e categorie
De aanpalenden hebben de plicht doorgang te verlenen voor de machines, de werklieden en personeelsleden van het bestuur die moeten instaan voor die werken.

Zij moeten op hun gronden, binnen de vijf meter van de beek, ook het uit de waterloop gehaalde slib en andere voorwerpen aanvaarden, indien die niet schadelijk zijn (Art. 17 van de wet betreffende de onbevaarbare waterlopen van 28 december 1967).

VMM legt daarom op dat voor hoogstambomen een minimale tussenafstand van 12 meter verplicht is voor waterlopen van 1ste categorie.

Buiten polders en watering, waterlopen van 2e en 3e categorie
Het aanbrengen van beplantingen en constructies of het herstellen daarvan, binnen een afstand van drie meter van een waterloop, is verboden zonder schriftelijke vergunning van het gemeentebestuur.

Bij het verlenen van die vergunning moet de gemeente erover waken dat het onderhoud van de waterloop in kwestie niet in het gedrang komt.

De aanpalenden hebben immers de plicht doorgang te verlenen voor de machines, de werklieden en personeelsleden van het bestuur, die moeten instaan voor die werken. Zij moeten op hun gronden, binnen de vijf meter van de beek, ook het uit de waterloop gehaalde slib en andere voorwerpen aanvaarden, indien die niet schadelijk zijn (Art. 17 van de wet betreffende de onbevaarbare waterlopen van 28 december 1967).

Binnen polders en waterigen: waterlopen van 2e en 3e categorie en polderwaterlopen
Het aanbrengen van beplantingen en constructies of het herstellen daarvan, binnen een afstand van drie meter van een waterloop, is verboden zonder schriftelijke vergunning van het polder- of wateringbestuur. Bij het verlenen van die vergunning moet dit bestuur erover waken dat het onderhoud van de waterloop in kwestie niet in het gedrang komt. Ook hier bestaat de plicht om doorgang te verlenen voor de machines, de werklieden en personeelsleden van het bestuur, die moeten instaan voor die werken. Deze voorschriften vind je in Art. 2 en 6 van het Koninklijk Besluit houdende algemeen politiereglement van de polders en de wateringen van 30 januari 1958 en de provinciale reglementen.

Bomen langs spoorweg

Langs spoorwegen
Langs spoorwegen geldt de regel dat men geen bomen mag behouden op een grotere hoogte dan de afstand tussen de voet van de boom en de vrije rand van de spoorweg (indien verhoogde berm of ingegraven = steeds bovenrand) (Wet 25/6/1891, gewijzigd 21/03/1991).

Bovendien heeft men een schriftelijke toestemming van NMBS/Infrabel nodig om bomen te behouden op minder dan 6 m van de vrije rand van de spoorweg en minder dan 20 m van de uiterste rand van de spoorweg in bochten met een straal kleiner dan 500 m.

Bomen in de buurt van tramleidingen
Uit een reactie van De Lijn halen we dat er inzake het planten of snoeien van bomen en planten geen specifieke richtlijnen zijn uitgeschreven. In de realiteit vraagt De Lijn om traag groeiende planten te gebruiken zodat er niet te veel gesnoeid moet worden. Aan particulieren wordt gevraagd om regelmatig te snoeien zodat er geen schade aan de tramvoertuigen gebeurt.

Bomen in de buurt van leidingen

Electriciteitsleidingen
Het gewest, de gemeente of vergunninghouder heeft de bevoegdheid boomtakken af te hakken, de bomen te vellen en wortels te rooien die te dicht bij bovengrondse of ondergrondse elektrische leidingen hangen en die kortsluitingen of andere schade aan de geleiding zouden kunnen veroorzaken.

Behoudens dringende gevallen, wordt het recht te hakken, vellen of rooien afhankelijk gesteld van de weigering van de eigenaar. Indien de eigenaar een maand niets onderneemt dan kan de overheid zelf kappen.

Hoogspanningsleidingen
Er worden geen aanplantingen van meer dan 3 meter hoog getolereerd in een strook van 20 meter langs beide kanten van de as van de hoogspanningslijn. Men is wettelijk verplicht het technische secretariaat van Elia te contacteren!

Gasleidingen
Binnen de voorbehouden zone van 5 meter aan weerszijden van de as van de Fluxys-aardgasvervoerinstallaties is het planten van bomen verboden, met uitzondering van deze vermeld in een lijst opgemaakt door Fluxys.

Enkel bomen en/of struiken zijn toegelaten die op de volgende lijst van Fluxys voorkomen.

Bij bomen en struiken uit die lijst, moet er evenwel voor gezorgd worden dat de planten binnen de voorbehouden zone niet hoger worden dan 2,5 meter en een stamdiameter van 10 cm op een hoogte van 1,5 meter niet overschrijden.