Hazelmuis

Hazelmuis

De hazelmuis is met een lichaamslengte van hooguit 10 cm de kleinste slaapmuizensoort van Vlaanderen. Deze oranjebruine pluizige muizensoort is een goeie klimmer en verbergt zich doorgaans in ondoordringbare struwelen. De hazelmuis is te vinden in structuurrijke gevarieerde loofbossen met een goed ontwikkelde ondergroei van bes- en vruchtdragende struiken. De soort leeft dan ook vooral van besjes, nootjes en andere vruchten. Goed ontwikkelde houtkanten zorgen voor de verbinding van de boskernen onderling. Van de lente tot de herfst bewoont de hazelmuis een nest dat ze zelf bouwt in de vegetatie of in oude boomholten. Tijdens de wintermaanden houdt ze een winterslaap in een nest op of onder de grond.

In Vlaanderen komt het voortbestaan van de hazelmuis onder zware druk door het verdwijnen van zonnige bosranden, grootschalig bosbeheer en het verdwijnen van verbindende houtkanten in het landschap. Vroeger kwam de soort verspreid voor over de provincies Vlaams-Brabant en Limburg, maar ze is tegenwoordig op vele plaatsen verdwenen. De grootste populaties bevinden zich momenteel in de Voerstreek, maar ook in de streek rond Hasselt en op enkele plaatsen in Vlaams-Brabant zijn nog relictpopulaties aanwezig.

In de Voerstreek zijn de populaties van deze weinig mobiele soort zodanig gefragmenteerd door het verdwijnen van houtkanten en andere verbindende elementen in het landschap dat er al sprake is van inteelt en genetische verarming. De soort staat bijgevolg op de Rode Lijst van de Zoogdieren in Vlaanderen vermeld in de categorie ‘ernstig bedreigd’.

Het soortenbeschermingsprogramma voor de hazelmuis voorziet acties en maatregelen die de resterende populaties in Vlaanderen uit de gevarenzone moeten halen. Het versterken en uitbreiden van de bestaande populaties door het optimaliseren van hun leefgebied en het verbinden van de verschillende populaties staat in dit SBP dan ook centraal.

In essentie wordt het leefgebied rond de populaties versterkt door het creëren van lichtrijke en gevarieerde loofbossen waardoor er meer bes- en vruchtdragende struiken in de ondergroei zullen groeien. Ook het ontwikkelen van geleidelijke bosranden met dichte struwelen moet de soort meer beschutting en voedsel bieden. Op het bos aansluitende houtkanten bieden naburige populaties dan weer de mogelijkheid tot veilige migratie.

In belangrijke mate richt het SBP zich dus op het hazelmuisvriendelijker inrichten van bestaande bossen en bosranden. Dit zal hoofdzakelijk binnen Speciale Beschermingszones van het Natura 2000-netwerk gebeuren. Daarnaast is het de bedoeling deze bossen met elkaar te verbinden via het herstel van het tussenliggend bocagelandschap of het aanplanten van corridors onder de vorm van brede houtkanten.

Voor de uitvoering van het SBP hazelmuis wordt de komende 5 jaar een extra budget van 372.000 euro uitgetrokken.

Het Agentschap voor Natuur en Bos coördineert de uitvoering van het SBP en werkt daarvoor nauw samen met de verschillende betrokken actoren.