Toegankelijkheid

Veelgestelde vragen

Ik wil een activiteit organiseren in een bos of natuurreservaat. Wat moet ik doen?

Eerst moet je je ervan vergewissen dat de gekozen activiteit niet strijdig is met de geldende regelgeving. Zo is gemotoriseerd verkeer voor recreatieve doeleinden verboden. Verder bepaalt de wetgeving dat in bossen en natuurreservaten recreatieve mogelijkheden voor wandelaars op de wegen en in bepaalde zones mogelijk zijn en dat er bovendien mogelijkheden kunnen gecreëerd worden voor fietsers, ruiters en bestuurders van gespannen. Die mogelijkheden uiten zich op volgende wijze:

  • Voetgangers hebben steeds toegang tot de wegen tenzij een geldig verbodsbord de toegang verbiedt (= principiële toegankelijkheid).
  • Voor fietsers, ruiters en bestuurders van gespannen is het principe omgekeerd en moet de beheerder via toegankelijkheidsborden, op basis van een ministerieel goedgekeurde toegankelijkheidsregeling (doorgedelegeerd aan de administrateur-generaal van het Agentschap voor Natuur en Bos), aangeven welke wegen toegankelijk zijn voor de desbetreffende groep van gebruikers.
  • Als het bos of natuurreservaat een afgesloten water bevat of een niet-gecatalogeerde waterloop, dan kan de beheerder via de toegankelijkheidsregeling eveneens mogelijkheden creëren voor diverse vormen van watersport.

Als de beheerder de door jou gewenste activiteit al heeft toegestaan via de principiële toegankelijkheid of via een specifieke toegankelijkheidsregeling voor het gebied dan moet je geen afzonderlijke toestemming meer vragen. Voorbeeld: een wandeltocht op niet afgesloten boswegen, een fietstocht op wegen aangeduid als toegankelijk voor fietsers… Uiteraard blijft het altijd raadzaam om als goede organisator vooraf de beheerder op de hoogte te brengen van de geplande activiteit. Zo kunnen ‘verrassingen’ op de dag zelf worden vermeden.

Wat je echter wel altijd moet doen, is controleren of de geplande activiteit geen machtiging vereist van het Agentschap voor Natuur en Bos. Daarvoor moet je eerst bekijken of je activiteit risicovol is of niet. Risicovol is afhankelijk van de aard van de activiteit en de omvang, d.w.z. het aantal geschatte deelnemers en eventuele toeschouwers. Deze machtiging heeft alles te maken met de bescherming van de aanwezige fauna en flora en met de reguliere bezoekers aan het gebied. Deze machtiging is dus onafhankelijk van het eigendomsstatuut van de gekozen locatie.

Ik wens mijn bos of natuurreservaat tijdelijk af te sluiten voor bezoekers wegens jacht, beheerwerken, bescherming fauna en flora of brandgevaar. Kan dat en hoe doe ik dat?

Tijdens sommige periodes kan het noodzakelijk zijn voor de veiligheid van de bezoeker om het gebied tijdelijk af te sluiten. Dit is het geval voor jachtactiviteiten, gevaarlijke beheerwerken zoals het vellen van bomen in de buurt van toegankelijke wegen of bij acuut brandgevaar. Ook kan het nodig zijn voor kwetsbare broedgevallen of populaties of kwetsbare vegetatie om tijdelijk bepaalde delen of volledige gebieden af te sluiten voor bezoekers.

Voor openbare bossen en erkende natuurreservaten vereist deze ontoegankelijkheid een machtiging (toestemming) van het agentschap. Voor jachtactiviteiten kan deze machtiging vanuit praktisch oogpunt jaarlijks of per broedseizoen worden gegeven.

Voor private bossen is hiervoor strikt genomen geen toestemming nodig. Maar, als de privébeheerder subsidies voor openstelling ontvangt van het Agentschap voor natuur en Bos, dan dient hij zich wel te houden aan een aantal maxima. Zo kan om ecologische redenen, na akkoord van het agentschap, het bos maximaal 5 maanden per jaar worden afgesloten. Voor jachtactiviteiten kan de beheerder zijn bos maximaal 30 dagen afsluiten. Op zondagen en feestdagen moet de bostoegankelijkheid echter wel gegarandeerd blijven.

Om deze tijdelijke ontoegankelijkheid aan te kondigen moet de beheerder gebruik maken van de verbodsaffiches V.16 t.e.m. V.19 in de bijlage bij het Besluit Vlaamse Regering van 5/12/2008 betreffende de toegankelijkheid van de bossen en de natuurreservaten.

Deze gebodsaffiches moeten een aantal gegevens bevatten, zoals:

  • De plaats waar het tijdelijk verbod voor bezoekers van toepassing is
  • Het begin en einde van het tijdelijk verbod
  • De groep van gebruikers waarop het tijdelijk verbod van toepassing is (meestal iedereen maar soms beperkt tot bv. ruiters en gespannen of fietsers)
  • De verantwoordelijke voor het plaatsen van de verbodsaffiche

Het is in de regel de beheerder van het gebied die de verbodsaffiches plaatst. Het plaatsen kan wel uit praktische overwegingen doorgedelegeerd worden aan bijvoorbeeld de exploitant of uitvoerder van gevaarlijke beheerwerken of de jachtrechthouder via een soort dienstenovereenkomst waarbij de jachtrechthouder of de exploitant een materiële handeling voor de beheerder verricht. Dit wordt wel best in een overeenkomst gegoten die deel kan uitmaken van de jachtpachtovereenkomst of vervat zitten in de exploitatievoorwaarden. Er moet wel op toegezien worden dat er in de overeenkomst/exploitatievoorwaarden voldoende zekerheden worden ingebouwd indien de jager/exploitant zijn voorwaarden niet nakomt (aansprakelijkheid, sancties…).

Kan via een toegankelijkheidsregeling een buurtweg gelegen in een bos of een natuurreservaat ontoegankelijk worden gesteld voor alle gebruikers (=afgesloten)?

De toegankelijkheidsregeling heeft volgens het Toegankelijkheidsbesluit van 5 december 2008 betrekking op bossen of natuurreservaten en daarbinnen meer bepaald op:

  • wegen die toegankelijk worden gesteld voor voetgangers, fietsers, ruiters en gespannen
  • stilstaande wateren en niet-gecatalogeerde waterlopen en hun oevers die toegankelijk worden gesteld voor vissers, zwemmers, duikers, kajakkers, zeilers, roeiers en surfers
  • andere oppervlakten (speelzone, hondenzone, bivakzone, vrij toegankelijke zone) die toegankelijk worden gesteld voor voetgangers.

Ten aanzien van de genoemde gebruikers (voetgangers, fietsers, enz.) kan telkens de toegankelijkheid worden geregeld, en dus ook worden beperkt.

Maar men kan de gewestelijke bevoegdheden niet op zo vergaande wijze uitoefenen dat de federale bevoegdheden niet meer kunnen worden uitgeoefend. Dus in een toegankelijkheidsregeling een buurtweg die ook een bosweg is, ontoegankelijk stellen voor een categorie gebruikers zoals fietsers, kan, maar hem totaal ontoegankelijk stellen voor alle gebruikers, lijkt juridisch voor kritiek vatbaar. De federale wetgeving inzake buurtwegen, die regelt hoe een buurtweg kan worden afgeschaft, wordt daardoor immers uitgehold.

Is het mogelijk dat na een openstellingsperiode van 30 jaar de boseigenaar niet meer de mogelijkheid heeft om de boswegen af te sluiten door verkrijgende verjaring van een publiekrechtelijk recht van overgang?

Definities ter verduidelijking

Verkrijgende verjaring = middel om, door verloop van een bepaalde tijd en onder de voorwaarden bij de wet bepaald, iets in eigendom te verkrijgen of een bepaald recht te verwerven.

Erfdienstbaarheid van openbaar nut = een erfdienstbaarheid opgelegd ten bate van het algemeen welzijn en niet ten voordele van een erf.

Artikel 10 van het Bosdecreet voert een erfdienstbaarheid van openbaar nut in, namelijk de principiële toegankelijkheid van de boswegen gelegen in (privé)bossen. Hierdoor krijgt het publiek als voetganger het recht op toegang tot de boswegen.

Kort antwoord

Opdat er sprake zou zijn van verkrijgende verjaring moeten de personen een duidelijk gebruik maken van de boswegen met de wil om zich bepaalde rechten toe te eigenen die ze niet hebben. Vervolgens is het aan de privéboseigenaar om daartegen te reageren en als deze dat gedurende dertig jaar niet gedaan heeft, dan zorgt het systeem van verjaring ervoor dat er bepaalde rechten aan die gebruiker worden toegekend waardoor de toegankelijkheid van de betreffende boswegen is verworven.

Opdat verkrijgende verjaring zou kunnen spelen, mag het dus niet gaan om gebruik waarvoor de eigenaar zijn toestemming heeft gegeven, noch om gebruik waarbij de beoefenaar sowieso het recht heeft tot dat gebruik op grond van bv. een bepaalde overeenkomst of op grond van een reglementaire akte.

In voorliggend geval zijn de boswegen toegankelijk omdat de eigenaar er niet voor geopteerd heeft om ze af te sluiten én omdat de gebruiker in dat geval op grond van de betrokken regelgeving (Bosdecreet en Toegankelijkheidsbesluit) beschikt over een (tijdelijk) specifiek recht van overgang op grond van de betrokken regelgeving. Er is dus geen gebruik dat bepaalde rechten overschrijdt en waartegen de eigenaar niet reageert.

Dit is belangrijk want daardoor is het als het ware niet mogelijk dat de openstelling van de boswegen overeenkomstig de geldende toegankelijkheidsregels kan leiden tot verkrijgende verjaring van een publiekrechtelijk recht van overgang.

Achtergrond

Wat houdt deze erfdienstbaarheid nu concreet in?
De toegankelijkheid van de bossen wordt geregeld in de artikelen 10 tot en met 14 van het Bosdecreet waarbij de huidige regeling werd ingevoerd door het wijzigingsdecreet van 15 mei 1999. Deze artikelen bepalen o.a. dat de boswegen in alle bossen (zowel de openbare als de privébossen) toegankelijk zijn voor het publiek (voetgangers). Wel kunnen de boswegen ontoegankelijk worden gesteld.

Voor openbare bossen is daarvoor een machtiging van het Agentschap voor Natuur en Bos vereist. Dit is echter niet het geval voor privébossen (zie artikel 10, §2, lid 2 Bosdecreet).
Wanneer het gaat om toegankelijke wegen in bossen waarvoor een beheerplan vereist is (alle openbare bossen en alle privébossen van 5 ha of groter) dan wordt de toegankelijkheid geregeld in een toegankelijkheidsregeling die éénzelfde geldigheidstermijn heeft als het beheerplan, namelijk in de regel 20 jaar. (zie artikel 12, §4 Bosdecreet, artikel 1, 8°, artikel 5 en artikel 11 BVR betreffende de toegankelijkheid van de bossen en de natuurreservaten en artikel 6, §1 BVR betreffende de beheerplannen van bossen)

Noch het Bosdecreet, noch de voorbereidende werken ervan stellen dat het de bedoeling is dat wegen die 30 jaar of langer opengesteld zijn (bv. gedurende twee opeenvolgende toegankelijkheidsregelingen met een geldigheidsduur van 20 jaar), definitief opengesteld moeten blijven. Integendeel: in de voorbereidende werken wordt uitdrukkelijk gesteld dat de privéboseigenaar zijn bos steeds kan afsluiten.
Ook kan erop gewezen worden dat aangezien erfdienstbaarheden van openbaar nut een afwijking zijn van het principe van de volheid van eigendom, dat zij beperkend moeten geïnterpreteerd worden. Dit betekent dat bij mogelijke twijfel over de uitgebreidheid van de erfdienstbaarheid, de kleinste beperking van het eigendomsrecht moet verkozen worden.

Privébossen gelegen in het VEN moeten voldoen aan de criteria duurzaam bosbeheer. Dit betekent in principe ook aandacht voor recreatief medegebruik. Anderzijds is het zo dat niet tegelijkertijd aan alle criteria duurzaam bosbeheer moet voldaan worden én kan de eigenaar ervoor kiezen om maar selectief open te stellen. Uiteindelijk geldt dus ook hier dat van zodra het Agentschap voor Natuur en Bos meent dat de (on)toegankelijkheid van een bos in het VEN verdedigbaar is, dat ze kan toegelaten worden. Ook hier gelden geen bijzondere bepalingen als een weg meer dan één twintigjarige periode (meer dan dertig jaar) wordt opengesteld …

Is het mogelijk dat verkrijgende verjaring van een publiekrechtelijk recht van overgang wordt toegepast bij opengestelde boswegen?
In tegenstelling tot bij het privaatrechtelijk recht van overgang wordt in de rechtsleer en rechtspraak al van oudsher aanvaard dat een publiekrechtelijk recht van overgang kan verkregen worden door verkrijgende verjaring. Wel is het zo dat aan deze verkrijgende verjaring ook een aantal voorwaarden worden gesteld opdat ze effectief zou kunnen resulteren in de vestiging van het publiekrechtelijk recht van overgang.

Wat moet worden verstaan onder ‘voetgangers’?

Het begrip ‘voetgangers’ moet ruim worden geïnterpreteerd: wandelaars, joggers, rolstoelgebruikers, fietsers jonger dan 9 jaar, bestuurders van segways die beschikken over een beperkte mobiliteit, oriëntatielopers. Deze opsomming is niet limitatief.

Wat is het verschil tussen een aanvullend reglement, politiereglement en toegankelijkheidsregeling? En in welke omstandigheden moet welk type reglement worden opgemaakt?

Het aanvullend reglement, het politiereglement en de toegankelijkheidsregeling hebben een verschillend toepassingsgebied, dat soms overlapt. De keuze voor het een of het ander zal vooral afhangen van wat men juist beoogt te regelen.

De toegankelijkheidsregeling heeft volgens het Toegankelijkheidsbesluit betrekking op bossen of natuurreservaten en daarbinnen meer bepaald op: a) wegen die toegankelijk worden gesteld voor voetgangers, fietsers, ruiters en gespannen; b) stilstaande wateren en niet-gecatalogeerde waterlopen en hun oevers die toegankelijk worden gesteld voor vissers, zwemmers, duikers, kajakkers, zeilers, roeiers en surfers, en; c) andere oppervlakten (speelzone, hondenzone, bivakzone, vrij toegankelijke zone) die toegankelijk worden gesteld voor voetgangers. Ten aanzien van de genoemde gebruikers (voetgangers, fietsers, enz.) kan telkens de toegankelijkheid worden geregeld, en dus ook worden beperkt. De toegankelijkheidsregeling wordt goedgekeurd door de Vlaamse Minister van Leefmilieu. Een toegankelijkheidsregeling vormt onder meer door het feit dat er een speciaal uitvoeringsbesluit is voor opgesteld, duidelijk de eerste keuze om de toegankelijkheid te regelen. De Vlaamse Regering kan overeenkomstig art. 10, §§ 2 en 3 van het Bosdecreet en art. 13, § 1, 6° van het Natuurdecreet bij uitvoeringsbesluit de toegankelijkheid regelen.

Het aanvullend reglement heeft betrekking op domeinbossen, bosreservaten, natuurreservaten, het VEN en de speciale beschermingszones, en daarbinnen meer bepaald op wegen die worden toegankelijk gesteld (in dat geval worden ze goedgekeurd door de Vlaamse Minister van Leefmilieu) of andere (reeds) openbare wegen (in dat geval worden ze goedgekeurd door de gemeenteraad). Het gebruik van een aanvullend reglement is nodig (ten opzichte van een toegankelijkheidsregeling) indien men de toegankelijkheid op wegen wil regelen voor andere gebruikers dan voetgangers, fietsers, ruiters en gespannen (dit is weinig waarschijnlijk), of de toegankelijkheid op wegen buiten de natuurreservaten (maar wel binnen het VEN of de speciale beschermingszones) wil regelen, of de toegankelijkheid van (reeds) openbare wegen die geen boswegen of voor het verkeer minder belangrijke openbare wegen zijn (in de desbetreffende gebieden) wil beperken. Voor de boswegen en voor het verkeer minder belangrijke openbare wegen in een natuurreservaat of het VEN, is de Vlaamse Regering bevoegd de toegankelijkheid te regelen op grond van art. 10, §§ 2 en 3 van het Bosdecreet en art. 13, § 1, 6° van het Natuurdecreet. De mogelijkheid van een toegankelijkheidsregeling is evenwel beperkt tot de bossen en natuurreservaten.
Het politiereglement tenslotte heeft voor wat betreft het wegverkeer een eerder beperkte betekenis, met name het regelen van tijdelijke toestanden (genomen door het college van burgemeester en schepenen). Het is daarentegen van groot belang voor het regelen van de toegankelijkheid van openbaar groen buiten de bossen of natuurreservaten, zoals een gemeentelijk park of zelfs een park in eigendom van het Vlaamse Gewest (genomen door de gemeenteraad), of een provinciaal park (genomen door de provincieraad).

Kan ik als eigenaar of beheerder van een bos aansprakelijk worden gesteld voor schade aan de bezoekers?

De eigenaar of beheerder kan in bepaalde gevallen aansprakelijk worden gesteld voor schade aan de bezoekers in de bossen of natuurreservaten, dit onder meer op basis van art. 1382 B.W. (fout of nalatigheid, bv. scheefstaande bomen niet tijdig gesnoeid hebben), art. 1384, lid 1 B.W. (gebrek in de zaak, bv. onverwachte putten in de wegen), of zelfs art. 1385 B.W. (bewaarder van een dier, bv. door grazers die wandelaars verwonden).

Het Vlaamse Gewest heeft echter een polis B.A. Vlaamse bossen afgesloten met Ethias die de aansprakelijkheid van de (eigenaars en) beheerders van Vlaamse bossen (bedoeld wordt bossen in Vlaanderen) dekt. Het maakt niet uit of het private of openbare eigenaars betreft. In principe is de burgerlijke aansprakelijkheid gewaarborgd die ten laste kan vallen van bosbeheerders van bossen gelegen in het Vlaamse Gewest, uit hoofde van schade veroorzaakt door een ongeval aan het publiek dat gebruik maakt van het bos in overeenstemming met de wetgeving of dat gebruik maakt van de wegen die zich bevinden langs de openbare bossen en private bossen. Het is een polis B.A., wat inhoudt dat enkel indien de bosbeheerder aansprakelijk is, het slachtoffer zal vergoed worden. Zij betreft uiteraard enkel de aansprakelijkheid van de bosbeheerder (en zijn aangestelden, bv. iemand die signalisatie aanbrengt) jegens bezoekers, maar niet deze van een bezoeker (bv. leider van een jeugdbeweging) ten opzichte van andere bezoekers (bv. de jongeren van de jeugdbeweging), of deze van een bezoeker jegens de bosbeheerder (bv. een bezoeker die schade aanricht aan de bomen of vuilnis achterlaat). Indien de schade wordt veroorzaakt door motorvoertuigen van de bosbeheerder (of bij het ongeval motorvoertuigen of vaartuigen betrokken zijn, bv. kinderen vallen van de tractor in een beheersweekend), dan komt de verzekering niet tussen. Ook indien de schade voortvloeit uit brand of ontploffing komt de verzekering niet tussen. Met het oog op de uitbreiding van de toegankelijkheid tot natuurreservaten zal de polis met Ethias worden uitgebreid tot de Vlaamse en erkende natuurreservaten.

Kan de beheerder zijn aansprakelijkheid (die niet gedekt wordt door de polis B.A. van Ethias) afwijzen (exoneratie)?

Het is belangrijk dat de bosbeheerder zich in een toegankelijkheidsregeling exonereert voor die aansprakelijkheid jegens bezoekers die niet gedekt is door de polis. Een exoneratiebeding is een contractueel beding waarbij een partij stipuleert geheel of gedeeltelijk bevrijd te zullen zijn indien zijn contractuele of (zoals in casu) buitencontractuele aansprakelijkheid in het gedrang komt. Er zijn volgens de rechtspraak vier geldigheidsvoorwaarden: kennis en aanvaarding, geen strijdigheid met dwingend recht, geen exoneratie voor eigen opzet of zware fout (zij het dat dit laatste betwist is), en geen uitholling van de overeenkomst1. In geval van exoneratie, handelt de bezoeker op eigen risico. Sommige van de geldigheidsvoorwaarden stellen in casu problemen. Vooreerst is er de vereiste van de kennis en aanvaarding door de bezoekers. Het hangen van bordjes met een exoneratie aan de voornaamste ingangen van het bos of natuurreservaat, impliceert op zichzelf geen aanvaarding door de bezoekers. Men vindt in de rechtspraak voorbeelden waar een uitbater van een carwash of een speelterrein ondanks een bordje met een exoneratie toch wordt aansprakelijk gesteld2. Op de vraag of een overheid zich bij reglement kan exonereren antwoordt de rechtspraak ook al verdeeld. In sommige rechtspraak3 worden exoneratiebedingen in gemeentelijke reglementen aanvaard, in andere rechtspraak en door de Raad van State4 niet; zo wordt in een bepaald een exoneratiebeding in een gemeentelijk politiereglement buiten toepassing gelaten wegens de strijdigheid met een hogere rechtsnorm, met name de art. 1382 e.v. B.W. Het is juridisch zeker aanvechtbaar in een exoneratie zonder meer te verwijzen naar de polis B.A. in de zin van “behoudens eigen bedrog of opzettelijke fout, kan de bosbeheerder niet aansproken worden voor de vergoeding van schade die niet gedekt is door de polis B.A. Vlaamse bossen”. Het probleem is immers dat de bezoekers de inhoud van die polis niet (behoren te) kennen, zodat dit mijns inziens geen duidelijk en ondubbelzinnig kenbaar maken is van (de omvang van) de exoneratie, laat staan dat de exoneratie zou aanvaard zijn door de bezoekers.

Uit de polis vloeit reeds voort dat indien de bezoeker de toegankelijkheidsregeling (of andere wetgeving) niet volgt, eventuele schade niet gedekt is door de polis. Aangezien de bezoeker door de regels niet te volgen een zware fout maakt, zal hij wellicht ook de beheerder niet met succes kunnen aanspreken. Volledig zeker is dit laatste echter niet, want de rechter zou gebeurlijk ook tot een gedeelde aansprakelijkheid kunnen besluiten (b.v. ingeval de fout van de bosbeheerder zwaar doorweegt), zodat de beheerder dan toch een deel van de schade zou moeten vergoeden. Dit moet absoluut worden vermeden door in dit geval ook uitdrukkelijk in een exoneratie te voorzien. Voor de rest kan worden gedacht aan een exoneratie bij het betreden van verwilderde gedeelten met bos, het betreden van bos bij krachtige wind, het gebruik maken van de waterpartijen om te zwemmen, enz. Het hangen van bordjes met een exoneratie aan de voornaamste ingangen van het bos of natuurreservaat of aan de betrokken plaats is aan te bevelen. Men moet echter voor ogen houden dat een dergelijke exoneratie juridisch niet volledig onaanvechtbaar kan zijn. Er moet ook goed overwogen worden of die dingen waarvoor de beheerder zich wil exonereren, niet best worden verboden aan de bezoekers, in plaats van dat aan de bezoekers wordt toegelaten ze te doen op eigen risico.

  1. N. CARETTE, “Exoneratiebedingen in het gemeen recht”, Jura Falconis 2004-05, afl. 1, 17p.
  2. Rb. Marche-en-Famenne 8 januari 1987, J.T. 1987, 688; Kh. Brussel 16 september 1987, De Verz. 1989, 488; Vred. Sint-Niklaas 18 december 1985, Jur. Liège 1986, 91; Vred. Sint-Jans_Molenbeek, 15 april 1986, T.Vred. 1987, 101.
  3. Cass. 24 november 1967, R.W. 1967-68, 1314; Bergen 9 november 1982, J.T. 1983, 100; Antwerpen 16 november 1988, R.W. 1988-89, 1307.
  4. Rb. Brussel 31 januari 1973, R.G.A.R. 1973, n° 9011; Kh. Antwerpen 23 mei 1990, R.W. 1990-91, 1411; Advies van 25 mei 1988 over ontwerp K.B. houdende politiereglement van de Beneden-Schelde; H. VANDENBERGHE, “Exoneratie- en vrijwaringsbeding bij onrechtmatige daad. Samenloop en coëxistentie”, in: J. HERBOTS (ed.), Exoneratiebedingen, Brugge, Die Keure, 1993, (69) 85.

Ben ik als eigenaar van de grond zelf gevat door de regelingen die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met de recreatie en die voorzien zijn in het Bosdecreet, Natuurdecreet en het Toegankelijkheidsbesluit?

Deze wetgeving bevat daaromtrent geen algemene bepalingen vooraan daar waar het toepassingsgebied of het doel van de wetgeving wordt bepaald. Daaruit kan worden afgeleid dat aangezien activiteiten van eigenaars niet uitdrukkelijk worden uitgesloten, deze er in principe onder vallen.

De (hiervoor besproken) verbodsbepalingen in het Natuurdecreet, Bosdecreet en hun uitvoeringsbesluiten die onrechtstreeks van belang kunnen zijn voor de recreatie gelden alleszins ook voor eigenaars; daarover kan niet de minste twijfel bestaan: zo b.v. het verbod in het Bosdecreet om paddenstoelen te plukken of om met motorvoertuigen te rijden. Dit kan onder meer worden afgeleid uit het feit dat in die verbodsbepalingen wordt bepaald dat ervan kan worden afgeweken, voor het beheer of in het beheerplan, of met een machtiging van het Agentschap.

Voor wat de regelingen inzake toegankelijkheid zelf betreft, is een genuanceerd antwoord op zijn plaats. In sommige bepalingen (bv. van het Toegankelijkheidsbesluit) wordt vermeld dat bepaalde activiteiten (van bezoekers?) slechts mogen mits machtiging of toestemming van de beheerder. Daaruit blijkt dat die bepalingen niet tot doel hebben de activiteiten van de eigenaar zelf te regelen. Maar daarmee blijft de vraag of men dit laatste mag doortrekken naar andere bepalingen. Het antwoord lijkt ontkennend. Met name indien voor bepaalde activiteiten (van bezoekers ?) machtiging van het Agentschap nodig is, dan lijken daar ook de activiteiten van de eigenaar onder te vallen. Overigens indien dit niet zo zou zijn, zou de regeling een vanuit redenen van natuurbehoud of bosbeheer niet te rechtvaardigen inbreuk op het gelijkheidsbeginsel inhouden, want waarom kan de hoedanigheid van de aanvrager (eigenaar of niet) beslissend zijn vanuit redenen van natuurbehoud of bosbeheer om een machtiging van het Agentschap te vereisen ? Voor zover echter geen machtiging van het Agentschap (of een andere overheidsinstantie) nodig is, of de activiteit niet uitdrukkelijk verboden is in een andere regeling dan een toegankelijkheidsregeling zelf – die immers bedoeld is als instrument voor de eigenaar om de toegankelijkheid voor bezoekers te regelen – , mag de eigenaar zelf deze activiteit doen: zo bv. de paden verlaten bij het wandelen in zijn bos. Deze stelling kan mede steunvinden in de bescherming van het eigendomsrecht van art. 16 G.W. en art. 544 B.W.

Ik wens mijn bos af te sluiten voor bezoekers: kan dat en hoe doe ik dat?

Als privéboseigenaar heeft u de mogelijkheid om onvoorwaardelijk uw privé-eigendom af te sluiten voor bezoekers. U dient dit wel te doen via het wettelijk vastgestelde verbodsbord: V.14. U kan ook zelf instaan voor de productie van deze borden indien u de modaliteiten met betrekking tot kleur, formaat en afmetingen zoals vastgelegd in de bijlage bij het BVR van 8 december 2008 betreffende de toegankelijkheid van de bossen en de natuurreservaten respecteert.

Het ontoegankelijk stellen van openbare bossen is slechts toegestaan na een machtiging van het Agentschap. Voor natuurreservaten dient de ontoegankelijkheid vastgelegd te worden via het beheerplan.