Jacht

Faunabeheerplan

Een faunabeheerplan is het document dat aangeeft hoe een jager het wildbeheer op zijn jachtterrein wil invullen. Het faunabeheerplan heeft een looptijd van zes jaar voor een WBE en vijf jaar voor een onafhankelijk jachtrechthouder. Een jager moet beschikken over een goedgekeurd faunabeheerplan om op zijn jachtterrein te mogen jagen.


Je kunt het faunabeheerplan elektronisch indienen via het e-loket fauna en flora.

 

Of via het papieren formulier aanvraag goedkeuring faunabeheerplan (doc - 767 KB), dat aangetekend opgestuurd wordt naar de betrokken provinciale dienst van het Agentschap voor Natuur en Bos.

Een faunabeheerplan omvat minimaal volgende vijf onderdelen:

1. Populatiebeheer

Een faunabeheerplan legt per wildsoort vast wat de doelstellingen zijn. Het gaat enerzijds om de doelstellingen die men heeft over de omvang van een populatie en anderzijds om de doelstellingen die men heeft om wild te bejagen. Voor het bepalen van de doelstellingen moet men rekening houden met de wildstand, de oppervlakte en kwaliteit van de aanwezige biotopen, conditie van het wild, afschotcijfers, schade... Zodra men de doelstellingen bepaald heeft, geeft men vervolgens weer welke maatregelen men gaat nemen om die doelstellingen te realiseren. Naast de maatregelen wordt ook de jachtplanning opgenomen. Deze planning doet een algemene uitspraak over waar er wanneer gejaagd wordt. Aangezien de doelstellingen o.a. bepaald worden door de wildstand is het belangrijk dat men in het faunabeheerplan weergeeft hoe men de wildstand opvolgt.

2. Valwild

Een andere factor die de wildstand bepaalt, is valwild. Dit is wild dat sterft door aanrijdingen, slachtoffer is van maaien, verdrinkt in kanalen, sterft door ziekte...

3. Wildschade

Naast een duurzaam populatiebeheer doet het faunabeheerplan ook uitspraken over wildschade. Men geeft aan hoe informatie over schade verzameld wordt, welke doelstellingen nagestreefd worden en welke maatregelen genomen worden om de schade te voorkomen of te beperken. 

4. Overlastsoorten 

Ook andere soorten dan jachtwild kunnen voor overlast zorgen. Men geeft aan hoe informatie over overlastsoorten verzameld wordt en welke doelstellingen nagestreefd worden en welke maatregelen daarvoor genomen worden. 

5. Subsidies

Tot slot kan een wildbeheereenheid nog aangeven welke subsidieprojecten men gedurende de looptijd van het faunabeheerplan wil uitvoeren.

Hieronder vind je een voorbeeld van een Faunabeheerplan voor een WBE en een voorbeeld van een faunabeheerplan voor een onafhankelijke, jachtrechthouder.

Deze documenten zijn voorbeelden van faunabeheerplannen en bevatten alle noodzakelijke elementen zoals bepaald in artikel 43 van het jachtadministratiebesluit.

Ze kunnen als hulpmiddel gebruikt worden om een faunabeheerplan op te stellen voor zover dit inhoudelijk wordt aangepast en voldoende op maat van het terrein wordt uitgewerkt.

6. Natura 2000

Indien het jachtterrein overlapt met het Natura2000-netwerk, dan moet het faunabeheerplan in overeenstemming zijn met de natuurdoelen en inspanningen die voor deze speciale beschermingszone door de Vlaamse regering zijn vastgesteld.