Visserij

Het visrecht - bijkomende vergunningen

Rivieren, kanalen en beken, maar ook stilstaande of stromende wateren, die niet degelijk afgesloten zijn van het openbare waterwegennet, vallen onder de wet van 1 juli 1954 op de riviervisserij en het besluit van de Vlaamse Regering van 1 februari 2013. Met een Vlaams visverlof heeft iedereen het recht om te vissen in de waterwegen (bevaarbare waterlopen) waarvan het onderhoud ten laste is van het Vlaamse Gewest. Bij het vissen mag je gebruik maken van de oever over maximaal 1,5 meter breedte vanaf het hoogste peil van het water.

Opgelet: in bepaalde wateren zijn bijzondere toegangsregelingen van kracht en heb je een bijkomende toestemming of een bijkomende vergunning nodig om te mogen vissen.

Een bijkomende toelating is nodig voor het vissen in:

  • De onbevaarbare wateren waar het visrecht aan de eigenaar van de oever behoort. Doe dus altijd navraag of de oevereigenaar toelating verleent om zijn/haar oever te mogen betreden om er te vissen. Sommige oevereigenaars vragen aan de visser een bijkomende vergunning. Meer info over visrechten kun je krijgen bij de Provinciale Visserijcommissies.
  • De kreken en kunstmatige waterwegen waarvan het onderhoud ten laste van Polders en Wateringen valt. Meer info over visrechten in polders en wateringen kun je krijgen bij de Provinciale Visserijcommissies.
  • De visplassen waarop de visserijwet van toepassing is, maar die op privaat terrein liggen.

Een bijkomende vergunning is nodig om te vissen in: