Zangvogels

Zangvogels

Meestal hoor je zangvogels voor je ze ziet. Altijd op zoek naar een lekker hapje scharrelen ze rond in de stad of in het groen. Meer dan de helft van alle vogelsoorten horen bij de zangvogels. Ze bewijzen hun nut als vakkundige insectenverdelgers, maar lusten in de nazomer ook graag een stukje rijpend fruit. Vooral in groep kunnen ze in fruitboomgaarden heel wat schade veroorzaken. 

Soorten zangvogels die schade kunnen veroorzaken

De pimpelmees, de koolmees, de merel en de spreeuw zijn de zangvogels die je het meeste ziet in boomgaarden. Het koolmeesje kan je herkennen aan de zwarte kop, witte wangvlekken en typische gele borst met verticale zwarte streep (de zogenaamde ‘stropdas’). Het kleinere pimpelmeesje heeft een kobaltblauwe kop, vleugels en staart die fel afsteekt bij zijn gele lijfje. De merel gooit wat meer gewicht in de schaal. Een geeloranje bek en gele oogring verraden de identiteit van het mannetje meteen. Helemaal in het zwart, verheft hij insecten verschalken tot een kunst. Getooid in gespikkeld zwart met een hint groen en paars, neemt ook de spreeuw met plezier de insectenpopulatie van je tuin onder handen.

Schade door zangvogels

Hun snavel staat nooit stil. Zingen ze niet, dan eten ze hun buikje rond. Hoewel vooral zaadjes en insecten hun menukaart vullen, wijzen ze een lekker stukje appel, peer of kers zelden af. Pikschade zorgt bij fruittelers voor een pak kopzorgen. Gelukkig bestaan er heel wat mogelijke maatregelen om schade in boomgaarden te voorkomen.

Maatregelen

Hieronder vind je een overzicht van de preventieve basismaatregelen die je kan nemen om zangvogels weg te houden bij je boomgaard. De extra (vrijblijvende) ingrepen kunnen het effect nog versterken.

Bestrijding

Is je boomgaard na het nemen van minstens één van de preventieve basismaatregelen nog niet genoegd beschermd tegen schade door de spreeuw? Dan kun je in bepaalde situaties overgaan tot bestrijding.

Sinds 1 september 2009 is het Besluit van de Vlaamse Regering met betrekking tot soortenbescherming en soortenbeheer (het 'Soortenbesluit') van kracht. Die laat bestrijding toe van spreeuw volgens de bepalingen in bijlage 3.

Wanneer kun je bestrijden?
Bestrijding kan enkel ter voorkoming van belangrijke schade aan professionele fruitteelt, wanneer preventieve basismaatregelen gefaald hebben om schade te voorkomen. Bestrijding mag alleen tussen het officiële uur van zonsopgang en het officiële uur van zonsondergang, vanaf 1 mei tot en met 31 oktober.

Wie kan bestrijden? 
Bestrijding mag worden uitgevoerd door de eigenaar, huurder, exploitant, grondgebruiker(s) of bijzondere veldwachter van het bewuste terrein (alsook door een derde, op voorwaarde van een schriftelijke toestemming van de eigenaar, verhuurder, exploitant of grondgebruiker(s)). Bij de bestrijding moet bijzondere aandacht uitgaan naar de veiligheid, en naar de verenigbaarheid met activiteiten van andere gebruikers van het buitengebied.

Hoe kun je bestrijden? 
De bestrijding mag worden uitgevoerd met volgende middelen:

  • Vuurwapens. Gebruik van vuurwapens voor de bestrijding is enkel toegestaan voor personen die in het bezit zijn van een geldig jachtverlof overeenkomstig de Vlaamse jachtregelgeving.
  • Roofvogels, die op legitieme wijze in bezit worden gehouden

Hoe moet je bestrijding aanvragen? 
De bestrijding wordt bij Natuur en Bos van de Vlaamse overheid aangevraagd via het daartoe bestemde aanvraagformulier. Dit formulier bevat de specificaties omtrent de geplande bestrijding. Het formulier wordt naar Natuur en Bos gestuurd via e-mail of met een aangetekende brief. De bestrijding mag enkel aanvangen nadat een toestemming is verleend door Natuur en Bos, en mag maximaal tot het einde van het betreffende kalenderjaar duren. Tijdens het uitoefenen van de bestrijding moet een bestrijder altijd een kopie van de beslissing kunnen voorleggen.

Hoe moet je bestrijding nadien rapporteren?
Na de bestrijdingsactiviteit of na afloop van de bestrijdingskalender moet het aantal gedode dieren worden gerapporteerd aan de bevoegde provinciale dienst van Natuur en Bos waarin het grootste deel van het terrein of WBE-werkingsgebied is gelegen, via het daartoe bestemde rapportageformulier. Voor erkende wildbeheereenheden en onafhankelijke jachtrechthouders volstaat het om te rapporteren via hun jaarlijkse wildrapport.

Wat moet er gebeuren met de kadavers? 
De dieren die het voorwerp zijn van bestrijding worden op een diervriendelijke manier gedood. Gedode specimens die niet voor consumptie worden genuttigd, dienen op een milieuhygiënisch verantwoorde manier te worden verwerkt.

Voor alle wettelijke bepalingen moet het Soortenbesluit worden geconsulteerd (zie hoger).

Schadevergoeding

Schade door spreeuwen aan de professionele fruitteelt komt niet in aanmerking voor een schadevergoeding. Om een vergoeding te krijgen voor alle andere schade, moet je minstens één verplichte basismaatregel genomen hebben. Indien mogelijk moest je overgaan tot bestrijding. Bovendien moet je de schade kunnen aantonen. Een schadevergoeding kun je aanvragen via het e-loket.


Basismaatreglingen


Extra maatregelingen