Bewaking van Usutu bij in het wild levende vogels

Bewaking van Usutu bij in het wild levende vogels

Het Usutuvirus is een tropisch flavivirus dat wordt overgedragen door muggen. Het virus veroorzaakt ziekte en dood bij merels en andere in het wild levende vogels. Het virus werd tot op heden nog niet geassocieerd met een ernstige ziekte of sterfte bij zoogdieren.

Er zijn wereldwijd slechts enkele gevallen gekend van humane infectie en dan steeds bij patiënten die al zeer verzwakt zijn door andere ziekte. Er bestaat zodoende geen enkele reden tot bezorgdheid voor de volksgezondheid. Als algemene veiligheidsmaatregel is het natuurlijk steeds aangeraden om na contact met dode of zieke vogels goed de handen te wassen en af te spoelen.

Het Usutu-virus werd voor de eerste keer binnen Europa gedetecteerd in 2001 in Oostenrijk. Vervolgens verspreidde het zich naar Hongarije, Spanje, Zwitserland en Italië. De in België aanwezige steekmug Culex pipiens kan optreden als vector voor het virus. Zodoende kan de ziekte zich verspreiden naar in het wild levende dieren in België gelet op  de recente verspreiding van het virus in Europa.


Gegevens over het voorkomen van het Usutuvirus in Vlaanderen

In 2011 heeft de federale overheid een eerste passieve surveillance opgestart waarbij gevraagd werd aan de 353 ornithologen-medewerkers van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen om ongewone sterfte bij merels (Turdus merula)  te melden en eventuele dode merels in te zamelen voor analyse door het Centrum voor Onderzoek in Diergeneeskunde en Agrochemie (CODA). Er werd geen Usutu aangetroffen bij merels.

Een eerste waarschuwing van de aanwezigheid van het Usutuvirus in ons land kwam er in 2012, toen het virus werd geïdentificeerd in een in gevangenschap levende Goudvink (Pyrrhula pyrrhula) en een Grote Bonte Specht (Dendrocopos major), beide afkomstig van de vallei van de Maas tussen Namen en Hoei in het zuiden van ons land.

In september 2016 heeft het Agentschap voor Natuur en Bos in Vlaanderen een passieve bewaking opgestart van het Usutuvirus bij merels en uilen, gezien de geregistreerde abnormale sterfte bij merels bij het eind van de zomer. Dit gebeurde in samenwerking met de Opvangcentra voor Vogels en Wilde Dieren (VOC) van Vogelbescherming Vlaanderen, Diergezondheidszorg Vlaanderen en CODA.

De door het CODA uitgevoerde moleculaire testen op swab-stalen van zieke uilen en hersenstalen van overleden merels en lijsters die werden ingezameld door de vogelopvangcentra waren allen positief. Een overzicht van de Vlaamse steden en gemeenten waar vogels positief voor het Usutuvirus werden gevonden, worden weergeven op de onderstaande kaart. Deze detectie bevestigt de aanwezigheid en circulatie van het virus in het noorden van ons land. Tegelijkertijd werden soortgelijke sterfgevallen voor het eerst waargenomen in Nederland. Op 21 september bevestigde het Nederlands ‘Wildlife Health Centre' (DWHC), verbonden aan het Erasmus MC, de infectie van deze Nederlands merels met het Usutuvirus.

De circulatie van het virus in Vlaanderen in 2016 geeft aan dat naar alle waarschijnlijkheid het virus in de komende jaren af en toe zal opduiken en sterfte veroorzaken. Hopelijk verwerven de merels en andere lijsterachtigen spoedig een vorm van immuniteit, want voorlopig is er geen behandeling voor zieke vogels.

Nadat de uitgevoerde Usutu-monitoring in 2016 bij merels een eerste beeld gaf van de oorzaak, omvang en verantwoordelijke Usutuvirusstam van de merelsterfte, werd in juli 2017 het Usustuvirus opnieuw gedetecteerd in Vlaanderen door het CODA, waardoor het duidelijk is dat de merelsterfte van 2017 opnieuw te wijten is aan het Usutuvirus dat ook in 2016 in Vlaanderen vele merelslachtoffers maakte.

In de zomer van 2017 merkten een aantal VOC’s van Vogelbescherming Vlaanderen echter op dat naast de verhoogde sterfte bij merels op verschillende plaatsen in Vlaanderen er eveneens bij andere in het wild levende vogels een verhoogde sterfte werd waargenomen. Er is onduidelijkheid of het Usustuvirus eveneens de oorzaak is van de verhoogde sterfte bij andere vogelsoorten. Daarom start het ANB in augustus 2017 een (passieve) monitoring op om na te gaan of het Usutuvirus de verantwoordelijke pathogeen is voor de waargenomen verhoogde sterfte bij vogels (andere soorten dan merels).

Gezien het aantreffen van het Usutuvirus in 2016 bij merels en gezien de gekende vatbaarheid voor merels worden in deze bewaking géén merels onderzocht. De bewaking wordt ingesteld vanaf 21 augustus 2017 en totdat er een goed beeld is van de oorzaak, omvang en verantwoordelijke virusstam van de sterfte. De bewaking wordt gecoördineerd en gefinancierd door ANB.

ANB start voor deze bewaking een samenwerking op met de VOC’s van Vogelbescherming Vlaanderen, DGZ en CODA. Zieke en dode vogels kunnen worden afgeleverd bij een VOC, waarna ze vervolgens worden onderzocht op de aanwezigheid van het Usustuvirus. De resultaten van deze monitoring lees je binnen enkele weken hier.