Begrippen

Begrippen


Autochtone bomen en struiken

Een plant is autochtoon of oorspronkelijk inheems in een bepaalde streek in Vlaanderen, als deze een nakomeling is van planten die zich sinds hun spontane vestiging na de laatste ijstijd altijd natuurlijk hebben verjongd, of die kunstmatig vermeerderd werden met strikt lokaal materiaal.

Waarom zijn autochtone bomen en struiken belangrijk? 
Autochtone planten zijn beter aangepast aan ziektes, uitzonderlijke vorstperiodes, interacties met andere organismen… dan niet-autochtone. Ze hebben zich immers gedurende vele eeuwen aangepast aan de lokale groeiomstandigheden.

Maar vele autochtone bomen en struiken worden bedreigd door ontbossing, bosfragmentering, intensief bosgebruik en het verdwijnen van kleine landschapselementen.

Verdere info


Beschrijvende nota

De beschrijvende nota is een essentieel onderdeel van de bouwvergunningsaanvraag. De nota dient om de aanvraag te kunnen beoordelen welke effecten de geplande activiteiten zullen hebben op de natuurwaarde.

  • Dit kunnen directe effecten zijn zoals het verlies aan groen, bos, vijvers,…
  • Dit kunnen indirecte effecten zijn zoals verdroging door grondwaterwinning of bemaling, emissies van stikstofoxiden of andere verbindingen,…

De nota toont voldoende aandacht voor:

  • de motivatie voor de aanvraag
  • de milderende maatregelen
  • de compenserende maatregelen
  • de manier waarop het werk uitgevoerd zal worden
  • de mogelijke effecten van de ingreep op het natuurlijk milieu

De aanvrager stelt de beschrijvende nota op.

Voorbeelden

  • Op het perceel van een te bouwen woning ligt een ecologisch waardevolle zone. De vergunningsaanvrager legt in zijn beschrijvende nota uit hoe hij de zone zal voorzien van een tijdelijke omrastering. Zo krijgt zwaar materieel geen toegang tot de zone.
  • Een vergunningsaanvrager wil bomen kappen. In de beschrijvende nota geeft hij aan hoe hij volgens de zorgplicht zal handelen, of hij de bomen al dan niet zal heraanplanten, dat hij de werken niet zal uitvoeren tijdens het broedseizoen…


Biologische Waarderingskaart

De Biologische Waarderingskaart (BWK) is een inventaris van het biologisch milieu en de bodembedekking van Vlaanderen, zie www.geopunt.be.

Op de BWK staan een aantal codes die indicatief aangeven welke vegetaties en kleine landschapselementen op een bepaald perceel voorkomen. Je gebruikt deze kaart en de codes om te weten te komen welke vegetaties je niet mag wijzigen. Aan de hand van verschillende groentinten wordt de biologische waarde van het milieu overzichtelijk weer gegeven. Zo kun je het 'groene' karakter van een bepaald gebied gemakkelijk aflezen.

Vegetaties en kleine landschapselementen die niet gewijzigd mogen worden volgens het Natuurdecreet en uitvoeringsbesluiten.

Verdere info
De Biologische Waarderingskaart, Biotopen en hun verspreiding in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op www.inbo.be


Bomen

De wet omschrijft niet wat een boom is. Voor het Agentschap voor Natuur en Bos is een boom elke meerjarige plant is die minimaal 3 meter hoog kan worden en minstens één verhoute stam heeft. 
Voor meer informatie rond bomen kappen zie de rubriek advies bij bomen kappen.

Verdere info

Bos

Volgens het Bosdecreet zijn bossen de grondoppervlakten waarvan bomen en houtachtige struikvegetaties het belangrijkste onderdeel zijn. Ze hebben ook een eigen fauna en flora, en vervullen als bos één of meerdere functies.

Omdat deze definitie voor interpretatie vatbaar is, heeft het Agentschap voor Natuur en Bos een bijkomende interne richtlijn opgesteld. Daarin staat dat een bos een breedte heeft van minstens 10 meter, gemeten aan de buitenkant van de buitenste boomstammen.

Verdere info


Broedperiode

De broedperiode loopt van 1 maart tot 1 augustus. Tijdens deze periode vermijd je de omgeving te verstoren. Je kunt in de vergunning opnemen dat tijdens de broedperiode geen activiteiten mogen plaatsvinden.

Voorbeelden 
De volgende activiteiten kun je tijdens de broedperiode verbieden:

  • kraanwerken bij oevers
  • verwijderen van houtkanten
  • kappen van bomen
  • werken aan gebouwen die kolonies van zwaluwen herbergen


Cumulatieve effecten

Het Natuurdecreet (Artikel 36 ter) stelt dat bij het bekijken van mogelijke effecten op natuurwaarden steeds moet rekening gehouden worden met alle bestaande of voorgestelde ingrepen.

Zo verdeelt een aanvrager zijn project soms onder in een aantal kleinere projecten, met elk hun eigen vergunningsaanvraag. Als vergunningsverlener moet je kleinere projecten opnieuw in de context van het totale project zien. Ook projecten die al zijn uitgevoerd of andere projecten die in de omgeving liggen maken deel uit van de totale impact en moet je meenemen in de eindafweging. Zo kun je cumulatieve effecten op de natuurwaarden beter inschatten.

Voorbeeld 
Een varkensstal heeft geen duidelijke effecten voor de verzuring en vermesting van een nabijgelegen habitatrichtlijngebied. Bij de bouw van een tweede stal kunnen de effecten wel significant worden. De vergunningsverlener telt dus de effecten van de tweede stal op bij die van de eerste.


Direct werkende normen

DWN zijn supranationale, wetskrachtige, reglementaire of beschikkende bepalingen die op zichzelf volstaan om toepasbaar te zijn, zonder dat verdere reglementering met het oog op precisering of vervollediging noodzakelijk is.


Ecologische compensatie

Doel?
Als een project de natuurwaarde vermindert, zal de aanvrager die opnieuw moeten opbouwen of herstellen. Het principe van de ecologische compensatie ondersteunt het stand-still principe en vind zijn basis in het Natuurdecreet (Artikel 16 over algemene natuurtoets, Artikel 26bis over de verscherpte natuurtoets en Artikel 36ter over de passende beoordeling)

Wat?
Soms is het onmogelijk om schadelijke effecten en aantastingen aan de natuur te vermijden. Volgens het principe van de ecologische compensatie maak je die schade ongedaan door een aantal kwalitatief en kwantitatief evenwichtige maatregelen te nemen. Ecologische compensatie biedt dus mogelijkheden om de natuur te herstellen of te vervangen.

Wie?
Wie schade aan de natuur toebrengt, is daar verantwoordelijk voor. De kosten om de schade te beperken of te herstellen liggen daarom volledig bij de aanvrager.

Voorbeeld
Bij het kappen van een bomenrij wordt een nieuwe bomenrij of houtkant heraangeplant.
Een aanvrager wil een gracht dempen. Hij compenseert het verlies van de gracht door in een nabijgelegen gracht riet aan te planten of een poel aan te leggen.


Integratiebeginsel

Het integratiebeginsel stelt milieuoverwegingen centraal, ook bij de besluitvorming in andere beleidssectoren. Daarom is de gemeente verplicht om bij elke bouwvergunningsaanvraag af te wegen of er geen vermijdbare schade aan de natuurwaarde kan ontstaan.

Wat vermijdbare schade is, is niet wettelijk bepaald. Het Natuurdecreet (Artikel 16) stelt dat de vergunningverlener de aanvrager moet verplichten natuurschade te voorkomen of te herstellen als:

  • de werken op een andere wijze uitgevoerd kunnen worden en
  • de andere wijze gelijkwaardig is aan de oorspronkelijke en
  • er geen aanpassingen zijn in de basismodaliteiten.

Let wel
De vergunningverlener kan geen handelingen verbieden of onmogelijk maken die overeenstemmen met de bestemmingsvoorschriften.

Wie? 
Het integratiebeginsel is er voor elke overheid die machtigingen, toestemmingen en vergunningen verleent voor activiteiten.

Natuurtoets 
De natuurtoets is de aftoetsing van het integratiebeginsel. Bij elke vergunning moet een natuurtoets gemaakt worden.

Voorbeelden

  • De gemeente laat de inplantingsplaats van nieuwe woningen verschuiven om waardevolle elementen zoals bomen te ontzien.
  • Na de natuurtoets adviseert het ANB om bij een wijziging van oeververdediging een natuurvriendelijk alternatief te gebruiken. Het alternatief heeft een gelijke kostprijs en is even duurzaam als de standaardoplossing.  


Kleine landschapselementen: vergunningsplicht en verbod op wijzigen

Kleine landschapselementen 
Kleine landschapselementen zijn de lijn- of puntvormige elementen waarvan het uitzicht, de structuur of de aard deel uitmaken van de natuur. Deze elementen kunnen het resultaat zijn van menselijk handelen.

Voorbeelden

  • houtkanten, struwelen, hagen, perceelsrandbegroeiingen
  • sloten, poelen, veedrinkputten, waterlopen, bronnen
  • bermen, holle wegen, graften, dijken
  • bomen, hoogstamboomgaarden 

Let wel
Bossen behoren niet tot de kleine landschapselementen. Zij vallen onder een afzonderlijke reglementering van de ruimtelijke ordening. Zie het begrip bos.
Wijzigen van kleine landschapselementen 
De aanvrager wil soms bestaande kleine landschapselementen wijzigen. De vergunningsverlener kan die wijziging toestaan, weigeren of aan voorwaarden onderwerpen.

Wanneer is een natuurvergunning verplicht?
Om minder kwetsbare kleine landschapselementen in gele en groene bestemmingen te wijzigen is een natuurvergunning verplicht, tenzij het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) adviseert bij de beoordeling van een stedenbouwkundige aanvraag voor dezelfde ingreep. Indien er advies is van het ANB geldt de stedenbouwkundige vergunning namelijk als natuurvergunning.

Advies vragen aan het ANB in dergelijke gevallen is dus aangeraden. Zo voorkomt de vergunningverlener dat de aanvrager twee vergunningsaanvragen moet indienen.

Niet te wijzigen kleine landschapselementen en vegetaties
Kwetsbare kleine landschapselementen en zeldzame vegetaties mag niemand wijzigen, tenzij via een ontheffing van dit verbod:

  • holle wegen
  • graften
  • bronnen
  • historisch permanent grasland gelegen in groene gewestplanbestemmingen en andere specifiek omschreven gebieden
  • beschermingsgebieden Poldercomplex en Het Zwin + krekengebied

De aanvrager kan de vraag tot ontheffing indienen bij het Agentschap voor Natuur en Bos. 
Er zijn wel uitzonderingen waar dergelijke wijziging wel mogelijk is zoals op huiskavels en bij het uitvoeren van normale onderhoudswerken conform de code goede natuurpraktijk.

Biologische waarderingskaart
Onder het begrip biologische waarderingskaart sommen we alvast enkele verboden te wijzigen vegetaties en kleine landschapselementen op.


Monumentale bomen

Doel?
Een boom beoordelen volgens de criteria van ‘monumentale bomen’ helpt ons die bomen te beschermen die we het meest waardevol vinden. Vaak gaat het om solitaire bomen of bomen in een groep. Bomen die op een lijn staan horen hier ook bij, maar bomen in bossen niet.

Wat?
Een boom wordt als monumentaal beoordeeld als hij voldoet aan één of meerdere vooraf bepaalde belangrijke kenmerken. Afhankelijk van onder andere de soort en de plaats kan het aantal belangrijke kenmerken verschillend zijn.

  • Minimale leeftijd: de boom is minstens 80 jaar oud.
  • Beeldbepalende rol: hij is bepalend voor het karakter van de omgeving.
  • Cultuurhistorische waarde: bomen kunnen een bepaalde rol hebben in het landschap. Bijvoorbeeld: herdenkingsbomen, markerings- of grensbomen, bakenbomen langs rivieren, kruis- en kapelbomen, bomen met een bijzondere snoeivorm.
  • Dendrologische waarde: de boom is van een zeldzame soort of variëteit. Ook bijzondere, natuurlijke groeivormen zoals twee- of meerstammigheid horen hier bij.
  • Natuurwaarde: de boom heeft een bijzondere betekenis door bijvoorbeeld de zeldzame planten of dieren die erin leven.
  • Zeldzaamheid: de boom is de dikste, oudste, of hoogste in de gemeente, regio, of provincie. Ook kan het een soort zijn die in andere delen van Vlaanderen veel voorkomt, maar niet in de betreffende stad of gemeente.
  • Standplaats en levensverwachting: een boom met bijvoorbeeld een hoge levensverwachting is ook betekenisvol voor onze kinderen.

Als vergunningverlener schenk je extra aandacht aan de monumentale bomen. Je zoekt eerst naar mogelijkheden om de boom te beschermen.


Natuurtoets

Doel?
Geplande werken of activiteiten mogen geen vermijdbare schade aan de natuur veroorzaken. Het integratiebeginsel verplicht de vergunningsverlener om de aanvraag te bekijken volgens de aanwezige natuurwaarden:

  • Je gebruikt de natuurtoets om na te gaan of er schade zal zijn aan de natuur.
  • Je bekijkt welke maatregelen kunnen opgelegd worden om de schade te voorkomen, te beperken of te herstellen.

Hoe werkt de natuurtoets? 
De aanvrager moet een beschrijvende nota opstellen die hij samen met de aanvraag indient . Aan de hand van deze nota, bijkomende informatie (biologische waarderingskaart,..) en eventueel een plaatsbezoek maak je als vergunningsverlener een afweging. Dat is de natuurtoets. 
De basisvoorwaarde van de natuurtoets is het stand-still principe, dat inhoudt dat de natuur in geen geval achteruit mag gaan. De algemene zorgplicht en de ecologische compensatie ondersteunen dit principe. 
Volgens de zorgplicht moet iedereen zorg dragen voor de natuur zodat die geen onherstelbare schade lijdt. Is er toch schade, dan moet de natuur volgens de ecologische compensatie hersteld worden.

Effecten 
Nadat je de natuurtoets hebt gemaakt, kan het nodig zijn om maatregelen op te leggen die de natuurwaarden behouden. Deze zijn dan een bindende voorwaarde voor het uitvoeren van de vergunning.


Normaal onderhoud

Voor normale onderhoudswerken van de vegetaties en kleine landschapselementen die door het Natuurdecreet beschermd zijn heb je geen natuurvergunning nodig. Normale onderhoudswerken vernietigen of beschadigen de natuurelementen niet, maar laten ze toe om zich voluit te ontwikkelen. 
De omzendbrief code van goede natuurpraktijk beschrijft wat onder een normaal onderhoud wordt verstaan.


Ontbossing en compensatie

Alle informatie over ontbossing en compensatie vind je onder www.natuurenbos.be/ontbossen.


Passende beoordeling

Vlaanderen wil beschermde habitats en soorten in de Europese natuurgebieden in standhouden. Dat is een vereiste om de Europese natuurdoelente halen. Bij elke vergunningsplichtige activiteit toetst men dus af of er een mogelijke impact is op de Europese natuur. Dat gebeurt in twee stappen: de voortoets (onderzoek op hoofdlijnen) en indien nodig de passende beoordeling (grondig onderzoek). Alle informatie over de passende beoordeling vind je op de Natura 2000 website.


Snoei en snoeivorm

De snoei en de snoeivorm houden rekening en/of zijn aangepast aan de boom en zijn verschijningsvorm. Het is perfect mogelijk dat door verkeerde snoei ofwel de dendrologische waarde (wijze van groeivorm) verloren gaat of dat de snoeimethode niet in overeenstemming is met de dendrologische vereisten van de boom op zich. 
Onder de definitie van “dendrologische waarden” kan verstaan worden: “Bomen of bomengroepen die ten aanzien van de zeldzaamheid van de soort, of de groeivorm waarin ze voorkomen, bijzonder zijn.”


Soorten

De soorten opgenomen in bijlage 1 van het Soortenbeschermingsbesluit hebben een beschermde status.

Een soort kan beschermd worden tegen:

  • opzettelijk doden, vangen, of verstoren
  • vernietiging van de nestplaats of rustplaats
  • vervoeren, verhandelen,..

Advies van het Agentschap voor Natuur en Bos
Vraag altijd advies aan het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) als uit openbaar onderzoek, of na advies van de gemeentelijke groendienst, blijkt dat een soort van de bijlage 1 mogelijk getroffen wordt door de aangevraagde ingreep. Zonder dit advies moet je een aparte toelating aanvragen bij het ANB.

Verdere info
Alle info over soortenbeleid


Speciale Beschermingszone

De Speciale Beschermingszone groepeert de habitat- en vogelrichtlijngebieden. Zij hebben een bijzondere status.

Voor een stedenbouwkundig ambtenaar is het soms niet eenvoudig om voor deze gebieden de nadelige effecten op de natuurwaarde in te schatten, zeker als de ingreep niet in de speciale beschermingszone zelf plaatsvindt, maar in de omgeving ervan.

Vroeger trachtte men dit op te lossen met een aandachtzone. Deze regel was echter niet waterdicht, zo kan de aanleg van een huis op tien meter van een vogelrichtlijngebied minder effect hebben op dat gebied dan de aanleg van een windturbine op een kilometer afstand.

Advies van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) 
Advies van het ANB voor werken of activiteiten:

Vergunningsaanvraag Advies ANB                                  
Binnen deze gebieden Verplicht
Buiten deze gebieden Verplicht als de werken of activiteiten een mogelijk negatief effect hebben voor deze gebieden


Raadpleeg bij twijfel steeds het ANB.

Voorbeelden

  • Bij de ontwikkeling van een bedrijventerrein net buiten een speciale beschermingszone ontstaat licht- en lawaaihinder. Advies van ANB is zinvol.
  • Een tuinbouwbedrijf dat naast een lager gelegen Habitatgebied ligt, , wil een grote oppervlakte afdekken. Hierdoor kan mogelijk minder water infiltreren naar de beschermde zone. Advies van ANB is zinvol.

Verdere info


Stand-still principe

Het Vlaamse natuurbeleid is gericht op de bescherming, de ontwikkeling, het beheer en het herstel van de natuur.

Het stand-still principe is het uitgangspunt. Dit principe stelt dat de kwaliteit en de kwantiteit van de natuur in Vlaanderen er niet op mag achteruit gaan.

Ondersteuning 
Twee instrumenten ondersteunen dit beginsel:

  • Zorgplicht: iedereen moet zorg dragen voor de natuur, zodat er geen schade aan toegebracht wordt. Dit principe voorkomt dat de natuurwaarde er op achteruit gaat.
  • Ecologische compensatie: als schade onvermijdbaar is, dan moet zij worden gecompenseerd.

Natuurtoets 
De natuurtoets komt voort uit dit beginsel. De vergunningsverlener gaat na of er door de geplande werken schade zal zijn aan de natuur, en of deze voorkomen kan worden.

Maatregelen 
Als vergunningverlener moet je maatregelen opnemen in de vergunning om het behoud van de natuurwaarden te verzekeren.

Verdere info
Samenhang tussen de belangrijkste begrippen


Vegetaties: vergunningsplicht en verbod op wijzigen

Vegetaties 
Vegetaties zijn de natuurlijke en half-natuurlijke begroeiingen, met alle spontaan gevestigde kruid-, struweel- en bosbegroeiingen. Het water, de bodem en de lucht (het abiotische milieu) waarin zij voorkomen, kan door de mens beïnvloed of gevormd zijn. Ook bossen behoren tot de vegetatie, ook als de bomen aangeplant zijn. Cultuurgewassen behoren niet tot de natuur.

Voorbeelden

  • Vennen, heiden, moerassen, schorren, slikken, duinvegetaties.
  • Niet recent omgeploegde en ingezaaide graslanden.
  • Loofbossen, houtachtige beplantingen.
  • Wijzigen van vegetaties 
  • De aanvrager wil de aanwezige vegetaties soms wijzigen. De vergunningsverlener kan de aanvraag toestaan, weigeren of aan voorwaarden onderwerpen.

Wanneer is een natuurvergunning verplicht? 
Om minder kwetsbare vegetaties in gele, groene en geelgroene bestemmingen te wijzigen is een natuurvergunning verplicht, tenzij het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) in de stedenbouwkundige aanvraag adviseert.

Het is dus raadzaam om in dit geval altijd advies in te winnen bij het ANB. Zo voorkomt de burger dat hij twee aanvragen moet indienen.

Vegetaties die je niet mag wijzigen
Kwetsbare vegetaties mogen niet gewijzigd worden, tenzij met een ontheffing. De aanvrager kan de vraag tot ontheffing indienen bij het ANB.

Het is verboden de volgende vegetaties te wijzigen, ongeacht hun ruimtelijke bestemming (op graslanden na):

  • Historisch permanent grasland met inbegrip van het daaraan verbonden microreliëf en poelen, indien deze gelegen zijn in groengebieden, parkgebieden, buffergebieden, bosgebieden en de met deze gebieden vergelijkbare bestemmingsgebieden aangewezen op de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen van kracht in de ruimtelijke ordening of indien deze gelegen zijn binnen de perimeter van beschermd landschap of van de beschermingsgebieden Poldercomplex en Het Zwin + krekengebied.
  • Vennen en heiden
  • Moerassen en waterrijke gebieden
  • Duinvegetatie

Biologische waarderingskaart
Op de biologische waarderingskaart (BWK) staan een aantal codes die indicatief aangeven welke vegetaties en kleine landschapselementen op een bepaald perceel voorkomen. Je gebruikt deze kaart en de codes om te weten te komen welke vegetaties je niet mag wijzigen. Onder het begrip biologische waarderingskaart sommen we alvast enkele verboden te wijzigen vegetaties en kleine landschapselementen op.


VEN en IVON

Het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) en het Integraal Verwevings- en Ondersteunend Netwerk (IVON) behoren tot de belangrijke instrumenten van het natuur- en bosbeleid. Ze vormen de mooiste plekjes natuur in Vlaanderen waar de natuur extra beschermd wordt en gebruikers en eigenaars bijkomende middelen en mogelijkheden krijgen om mee te bouwen aan een natuur- en mensvriendelijke omgeving.

Het VEN vormt met haar grote aaneengesloten gebieden de ruggengraat van de toekomstige natuurlijke structuur in Vlaanderen. Het bestaat uit de Grote Eenheden Natuur (GEN) en Grote Eenheden Natuur in Ontwikkeling (GENO). De uitvoering van activiteiten in VEN is onderworpen aan een bijzondere afwegingsprocedure, de verscherpte natuurtoets (Artikel 26bis Natuurdecreet).

Verdere info


Vermijdbare schade

Vermijdbare schade is schade die kan vermeden worden door de activiteit op een andere wijze uit te voeren. Dit kan bijvoorbeeld met andere materialen of op een andere plaats binnen het perceel waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft.


Voortoets

Vlaanderen wil beschermde habitats en soorten in de Europese natuurgebieden in standhouden. Dat is een vereiste om de Europese natuurdoelente halen. Bij elke vergunningsplichtige activiteit toetst men dus af of er een mogelijke impact is op de Europese natuur. Dat gebeurt in twee stappen: de voortoets (onderzoek op hoofdlijnen) en indien nodig de passende beoordeling (grondig onderzoek). Alle informatie over de voortoets vind je op de Natura 2000 website.


Zorgplicht

De zorgplicht bepaalt dat iedereen die iets wijzigt zodat er een effect is op de natuur alle maatregelen moet nemen om schade te voorkomen, te beperken, of indien dat niet mogelijk is te herstellen. 
De zorgplicht is een instrument dat het stand-still beginsel ondersteunt. Door iedereen zorg te laten dragen voor de natuur, mag de totale natuurwaarde er niet op achteruit gaan.

Voor wie? 
De zorgplicht is er voor iedereen die handelingen verricht of er de opdracht toe geeft waardoor schade aan de natuur in de omgeving kan ontstaan. Het gaat dus om zowel natuurlijke personen en privaatrechtelijke personen, als overheden. 

Vermoed je als vergunningsverlener dat de geplande activiteiten de omliggende natuur zullen beschadigen of vernietigen? Leg dan alle mogelijke maatregelen op om schade te voorkomen, te beperken of te herstellen. De manier waarop de vergunningsverlenende overheid dit doet is via de natuurtoets.

Verdere info