Vegetaties en KLE's

Vegetaties en KLE's

De natuurbescherming in Vlaanderen volgt verschillende sporen en loopt via bescherming van soorten, vegetaties en kleine landschapselementen (KLE). De natuur wordt beschermd door diverse wetgeving. Dit zorgt ervoor dat activiteiten in, bij of aan natuur - die de natuur wijzigen of schaden -  verboden of vergunningsplichtig kunnen zijn. 

Onder vegetaties verstaan we natuurlijke en halfnatuurlijke begroeiingen met alle spontaan gevestigde kruid-, struweel- en bosbegroeiingen. Het doet er niet toe of de omgeving waar de vegetaties voorkomen door de mens gevormd of beïnvloed is en of die begroeiingen in het water dan wel op het land voorkomen. Voorbeelden van vegetaties zijn: vennen, heiden, moerassen, schorren, slikken, duinvegetaties, niet recent omgeploegde en ingezaaide graslanden, loofbossen (ongeacht of de boomlaag is aangeplant of niet) en houtachtige beplantingen.

Graslanden zijn bijzonder waardevol. Ze genieten een specifieke bescherming, zowel vanuit natuurbehoud als vanuit het beleidsdomein landbouw. Meer over de (bescherming van) graslanden lees je op www.natuurenbos.be/natuurwijzigen/graslanden.

Voor houtachtige beplantingen, zowel spontaan gevestigd als aangeplant, die als bos kunnen worden gedefinieerd werd ook een aparte regeling uitgewerkt. Alle handelingen in bossen worden geregeld door het Bosdecreet. Meer info over wijzigingen in bossen vind je op www.natuurenbos.be/natuurwijzigen/inbos.

Kleine landschapselementen (KLE) is de verzameling groene punten en lijnen in het landschap met inbegrip van de bijhorende vegetaties. De KLE’s maken deel uit van de natuur maar hun bestaan en uitzicht is vaak het resultaat van menselijk handelen. Onder de KLE’s rekenen we de bermen, bomen, knotbomen, bomenrijen, bronnen, dijken, graften, houtkanten, hagen, holle wegen, hoogstamboomgaarden, perceelsrandbegroeiingen, sloten, struwelen, poelen, veedrinkputten en waterlopen. De KLEs vormden vroeger een hecht netwerk dat ondertussen sterk verschraald is.

De Biologische Waarderingskaart (BWK) kan je helpen bij de bepaling of een begroeiing een vegetatie dan wel een KLE is.

De karteringseenheden van de Biologische Waarderingskaart van België die overeenstemmen met elk type klein landschapselement of vegetatie en het normale onderhoud van deze natuur(elementen) worden beschreven in omzendbrief LNW/98/01.

Bij een voorgenomen wijziging aan een klein landschapselement of een vegetatie dient men wel telkens op het terrein na te gaan met welke karteringseenheid het element of de vegetatie in realiteit overeenstemt! Gezien het schaalniveau en de specifieke omstandigheden van de vegetatieopname staan immers niet alle begroeiingen op de bladen van de Biologische Waarderingskaart gekarteerd.

Wetgeving
De wettelijke bepalingen rond de bescherming van vegetaties en KLE’s zijn te vinden in het Decreet van 21/10/1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu (het Natuurdecreet), artikel 13.

De bescherming van vegetaties en KLE’s is verder uitgewerkt in het Besluit van de Vlaamse Regering van 23/07/1998 tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu (het Vegetatiebesluit).

De beschermingsprocedures en de beschrijving van vegetaties en KLE’s is opgenomen in Omzendbrief LNW/98/01 van 10/11/1998 betreffende algemene maatregelen inzake natuurbehoud en wat de voorwaarden voor het wijzigen van vegetatie en kleine landschapselementen betreft volgens het besluit van de Vlaamse regering van 23 juli 1998 tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.