LIFE 3n-Stierkikker

Amerikaans stierkikker

De stierkikker is een zeer grote en vraatzuchtige Noord-Amerikaanse kikker. De soort staat bekend voor hun onverzadigbare eetlust en om hun vermogen om zo’n beetje alles te eten wat in hun bek past. Insecten, maar ook kikkers, padden, salamanders, vissen, kuikens van watervogels zoals waterhoen en verschillende eendensoorten, muizen en jongen van kleine zoogdieren staan op het menu. Wanneer stierkikkers in onze contreien terechtkomen bezetten ze snel vijvers waar ze, dankzij hun vraatzuchtige aard, snel de vijvers beginnen domineren. De geïntroduceerde stierkikkers gaan snel over tot het eten van onze inheemse amfibieën zoals padden, groene en bruine kikkers en verschillende salamandersoorten. Bovendien eten de jonge stierkikkers dezelfde insecten als onze inheemse amfibieën, wat nog voor verdere competitie zorgt.

In zijn oorspronkelijk verspreidingsgebied heeft de Amerikaanse stierkikker vijanden zoals alligators, bijtschildpadden, Amerikaanse otters en wasberen. In onze streken komen die vijanden echter niet voor. Stierkikkers die hun weg naar onze natuur vinden, ondervinden dus weinig weerstand en kunnen zich ongehinderd voortplanten. Bovendien zijn verschillende levensstadia van de stierkikker wansmakelijk voor veel van onze natuurlijke predatoren van kikkers, hoewel de kikkervissen soms gegeten worden door roofvissen en watervogels. De impact hiervan op de stierkikkerpopulaties is echter zeer beperkt, aangezien een enkel vrouwtje tot wel 20000 eitjes kan leggen.

De stierkikker is ook drager van verschillende ziekten, waaronder de chyrtide schimmel die verantwoordelijk is voor een groot deel van de werelwijde afname van amfibieënsoorten. De soort is ook drager van het rana virus, die net zoals chytride zich snel kan verspreiden en voor hoge mortaliteit zorgt binnen amfibieën populaties. De stierkikkers zelf hebben weinig last van deze pathogenen maar onze inheemse soorten, zoals de zeldzame vroedmeesterpad en de vuursalamander, raken besmet via het water en sterven door de ziekten. Op deze manier zorgt een introductie van een stierkikker in een vijver voor een snelle afname van de inheemse kikkers tot enkel de stierkikker overblijft.

Vanwege deze redenen is de stierkikker opgenomen op de internationale en Europese lijst van ‘100 ergste invasieve soorten’. 

Ontsnapt uit kwekerijen en privévijvers

De Amerikaanse stierkikker is geïmporteerd in Europa als verstekeling met levende vis voor visbepotingen, maar werd ook vaak ingevoerd voor aquacultuur, tuinverfraaiing of de hengelsport. Begin jaren 1990 waren in veel dierenspeciaalzaken en tuincentra stierkikkerlarven te koop om in vijvers of aquaria te houden. Op deze manier zijn er tienduizenden larven in onze streken terechtgekomen. Maar larven krijgen poten, en omdat de meeste tuinen en vijvers in onze streken ongeschikte habitats zijn voor stierkikkers, zochten de kikkers vrij snel andere waterbiotopen op, die ze dan koloniseren. Vaak gaat het om visvijvers en dergelijke, wateren die typisch sterk door de mens verstoord zijn. Een deel van de kikkers en larven werd wellicht ook door particulieren uit hun vijver of aquarium verhuisd naar de vrije natuur.

Waar zit de Amerikaanse stierkikker?

In Vlaanderen vindt men verschillende stierkikker populaties die zichzelf in stand kunnen houden:

  • In enkele geïsoleerde populaties in Kasterlee, Hoogstraten, Arendonk en Huldenberg
  • Sinds een tiental jaar in een groeiende populatie centraal in de provincie Antwerpen in de Grote Netevallei van Balen tot Nijlen. Van daaruit breidt de soort zich verder uit.

Hoe bestrijden?

De traditionele bestrijding bestaat uit een combinatie van fuiken zetten om kikkers en kikkervissen te vangen, afschot van juveniele en adulte kikkers en het droogleggen van vijvers om hun leefgebied te elimineren. Voor het vangen van kikkers worden vaak enkele schietfuiken gebruikt die verankerd zijn op de oever, terwijl dubbele schietfuiken gebruikt worden voor de larven weg te vangen. Een enkele schietfuik bestaat uit een lang net, genaamd “staand wand” dat uitkomt in een reeks trechters die eindigen in een vangnet. Door het staand wand op de oever te verankeren worden alle kikkers die langszwemmen naar de trechters geleid, waar ze dan vast komen te zitten. Een dubbele fuik heeft dezelfde opbouw, alleen zijn er trechters aan elke zijde van het staand wand. Deze dubbele fuiken worden volledig in de vijvers opgezet om vooral kikkervissen te vangen. Hoewel er met fuiken volwassen kikkers kunnen gevangen worden, is de vangstefficiëntie vrij laag. Natuurlijk is een vijver droogleggen de meest effectieve manier om kikkers uit een vijver te elimineren, maar dit is niet altijd haalbaar of wenselijk.

In dit filmpje kan je zien hoe deze fuiken opgezet en gebruikt worden.

Jammer genoeg zijn de bestaande technieken zoals fuiken plaatsen en vijvers leeglaten niet meer voldoende om de verspreiding van de stierkikker in te dijken. Het LIFE-project 3n-Stierkikker combineert de traditionele bestrijdingstechnieken met een nieuwe methode om zo de verspreiding van de Amerikaanse stierkikker in Vlaanderen te stoppen.

Voor de geïsoleerde populaties in Kasterlee, Hoogstraten, Arendonk en Huldenberg kiezen we voor de traditionele bestrijding met fuiken. In de jaren nadien is nazorg essentieel opdat de voortplanting niet opnieuw begint en om individuen te kunnen verwijderen die misschien zijn achtergebleven.

        

In de vallei van de Grote Nete, waar de populaties van Amerikaanse stierkikker verbonden zijn door een netwerk van vijvertjes, is die traditionele bestrijdingstechniek niet meer voldoende. Hier zal het Life-project experimenteren met het uitzetten van steriele mannelijke kikkers in enkele omheinde vijvers. Het loslaten van steriele mannetjes is een techniek (zeer toepasselijk sterile male release technique of SMRT genoemd) die momenteel reeds toegepast wordt voor de bestrijding van insecten zoals muggen . Dit project is echter de eerste poging om deze techniek toe te passen bij invasieve amfibieën. Na jaren onderzoek zijn de wetenschappers van Hogeschool PXL er in geslaagd om steriele exemplaren te kweken met fertiele kikkers, die gevangen werden met fuiken. Hoe dit gebeurt, kan je hier bekijken. Om de triploïde kikkers te krijgen, worden bevruchte eitjes van de gevangen kikkers kort onder hoge druk gezet. Dit zorgt ervoor dat de ontwikkelende embryo’s triploïd worden. Een triploïde kikker heeft drie sets van chromosonen in elke cel in plaats van de normale twee. Omdat deze kikkers een abnormaal aantal chromosonen hebben, kunnen ze zich niet voortplanten en zijn ze dus effectief steriel. De steriele embryos ontwikelen zich dan tot stierkikkerlarven, die vervolgens worden uitgezet in speciale kooiconstructies in de vijvers aan de Straalmolen in Balen. Hier kunnen de kikkervissen zich verder ontwikkelen tot jonge kikkers, waarna ze worden overgebracht naar enkele afgesloten vijvers in het Scheps natuurgebied in Balen. Hier kunnen ze opgroeien tot volwassen kikkers die dan in competitie kunnen gaan met de aanwezige verwilderde vruchtbare kikkers. Deze techniek is momenteel de meest duurzame en diervriendelijk optie die we hebben om de Amerikaanse stierkikker in Vlaanderen te bestrijden. De steriele mannetjes zullen namelijk proberen om legsels te bevruchten, wat natuurlijk mislukt. Daardoor komen er elk jaar minder kikkervissen bij en groeien minder kikkers op tot volwassen exemplaren. Als er voor meerdere jaren genoeg legsels op deze manier mislukken, dan is het mogelijk dat er zelfs geen nieuwe kikkers meer bijkomen. Op die manier stopt de verspreiding van de populatie.

Heb je een Amerikaanse stierkikker gezien of gehoord? Meld het!

Bestrijdingsacties of herstel van het natuurlijk evenwicht in bepaalde leefgebieden, zijn echter nutteloos als er tegelijkertijd nieuwe stierkikkers in de natuur terechtkomen. Nieuwe ‘introducties’ verhinderen is altijd beter en goedkoper dan de soort bestrijden.

Het is belangrijk om nieuwe locaties met Amerikaanse stierkikker direct aan te pakken.  Heb je een Amerikaanse stierkikker gezien of gehoord? Geef het dan door op  www.waarnemingen.be.

Hoe kan je de Amerikaanse stierkikker herkennen?

Links een stierkikker, rechts een inheemse kikker

  • De Amerikaanse stierkikker is vooral aan het geluid goed te herkennen. De mannelijke stierkikker loeit als een rund, zijn naam is dus niet gestolen. Het geluid wordt ook wel eens beschreven alsof er iemand het woord “rum” in een lege ton roept. Let wel op: ook ‘groene kikkers’ zoals de bastaardkikker en de meerkikker kunnen veel lawaai maken. Zij worden daarom al eens met stierkikkers verward;
  • Stierkikkers zijn forse (22 cm, in Vlaanderen tot 560 g) bruingroene kikkers;
  • Met een groot trommelvlies (zo groot als oog bij vrouwtjes, dubbel zo groot bij mannetjes);
  • Mannetjes hebben een enkele grote keelkwaakblaas (inheemse kikkers hebben twee wangkwaakblazen);
  • Stierkikkers hebben een olijfgroene tot bruine rug, zonder lengtestreep midden op rug en zonder ruglijsten;
  • De kikkervissen van Amerikaanse stierkikker worden zeer groot, tot 16 cm lang. Het duurt normaal twee tot drie jaar voor een kikkervis zich tot volwassen stierkikker ontwikkelt. Ze overwinteren in het water nabij de bodem. Ook hier is het belangrijk om stierkikkervissen niet te verwarren met de kikkervissen (larven) van de groene kikker, die er ook twee jaar over kunnen doen om een kikker te worden. Raadpleeg de herkenningskaart >

 

        

(foto links: stierkikkerlarve - foto rechts: groene kikker)

Meer info over de Amerikaanse stierkikker: