Toegankelijkheid

Principiële toegankelijkheid voor voetgangers

De basisregel of principiële toegankelijkheid betekent dat voetgangers in bossen en natuurreservaten toegang hebben tot alle boswegen en voor het verkeer minder belangrijke openbare wegen in natuurreservaten.

Onder voetgangers verstaan we: wandelaars, joggers, langlaufers, fietsers jonger dan 9 jaar en rolstoelgebruikers. 

Boswegen worden gedefinieerd als alle wegen of gedeelten van wegen gelegen in het bos, met uitzondering van de openbare wegen die ingericht zijn voor het gewone, gemotoriseerde verkeer en die in hoofdzaak bestemd zijn als doorgangsweg. Paden waarop slechts één voetganger tegelijkertijd kan passeren worden niet als boswegen beschouwd, tenzij ze deel uitmaken van het toegankelijke wegennet opgenomen in de toegankelijkheidsregeling. Voor het verkeer minder belangrijke openbare wegen zijn alle wegen of gedeelten van wegen in het bos of natuurreservaat, met uitzondering van de openbare wegen die ingericht zijn voor het gewone, gemotoriseerde verkeer en die in hoofdzaak bestemd zijn als doorgangsweg. 

Elke uitbreiding of inperking op de principiële toegankelijkheid moet geregeld worden door een toegankelijkheidsregeling. 

Gemotoriseerde voertuigen, bedoeld voor recreatief gebruik, zijn niet toegelaten in de bossen en de natuurreservaten. 

Voorwaarden

Aan de principiële toegankelijkheid zijn wel voorwaarden gekoppeld. 
Voetgangers zijn steeds welkom op de wegen in bos of natuurreservaat tenzij: 

  • De wegen op een wettelijke wijze zijn afgesloten op basis van een toegankelijkheidsregeling, op basis van een machtiging van het Agentschap voor Natuur en Bos of op basis van het bord ‘verboden toegang privé-eigendom’ aan de voornaamste ingangen van privébossen. 
  • De wegen ontoegankelijk zijn gesteld en op het terrein aangeduid via de gebruikelijke bebording. Wandelaars mogen enkel de toegankelijke wegen betreden. 
  • De privéboseigenaar zijn bos (of een deel ervan) heeft afgesloten voor het publiek. De bijlage bij het Besluit van 5 december 2008 betreffende de toegankelijkheid van de bossen en de natuurreservaten heeft een signalisatiebord (V.14) vastgelegd waarmee iedere privéboseigenaar zijn bos op een legitieme manier ontoegankelijk kan maken. Privéboseigenaars moeten geen verantwoording afleggen aan derden of aan de overheid wanneer ze dit bord willen gebruiken. Toch spoort de overheid de privébosbezitters zoveel mogelijk aan om dit bord niet te gebruiken en te komen tot een oplossing die voor alle partijen aanvaardbaar is. Zo voorziet de overheid subsidies om openstelling van privébossen en erkende natuurreservaten te stimuleren voor de eigenaars. 

Wat met fietsers, ruiters, zwemmers, schaatsers, roeiers...?

De toegankelijkheid voor deze groepen is mogelijk maar moet wel worden vastgelegd in een goedgekeurde toegankelijkheidsregeling. Zo'n toegankelijkheidsregeling is de enige manier om de toegankelijkheid te regelen in een bos of natuurreservaat:

  • voor de voetgangers, fietsers, ruiters, menners en mushers op de boswegen en de voor het verkeer minder belangrijke openbare wegen
  • voor de surfers, schaatsers, zwemmers, roeiers, kajakkers, duikers, zeilers en vissers op de afgesloten wateren en de niet-gecatalogeerde waterlopen

Als bezoeker moet je rekening houden met volgende verbodsbepalingen:

  • Verbod op het maken van vuur in bossen en tot een afstand van 25 meter tot de bosrand (artikel 99 Bosdecreet) en in natuurreservaten (artikel 35 §2, 8° decreet natuurbehoud)  
  • Verbod op het plaatsen van tenten en andere al dan niet tijdelijke constructies zoals dranghekken en controleposten in bossen (artikel 97 Bosdecreet) en in natuurreservaten (artikel 35 §2, 3° decreet natuurbehoud)
  • Verbod op het verstoren van dieren en hun jongen, eieren, nesten of schuilplaatsen in openbare bossen (artikel 20 Bosdecreet), in bosreservaten (artikel 30 Bosdecreet) en in natuurreservaten (artikel 35 §2, 5°)
  • Verbod op het plukken of verwijderen van vegetatie (bloemen, vruchten , paddenstoelen …) in bossen (artikel 97 Bosdecreet) en in natuurreservaten (artikel 35 §2, 6° decreet natuurbehoud) 
  • Verbod op het verstoren van de rust in bossen (artikel 97 Bosdecreet) en in natuurreservaten (artikel 35 §2, 4°)
  • Verbod op het achterlaten van afval in bossen (artikel 97 Bosdecreet) en in natuurreservaten (artikel 35 §2, 8°)
  • Verbod op het maken van reclame in bossen (artikel 97 Bosdecreet) en in natuurreservaten (artikel 35 §2, 4°) 

Van deze verbodsbepalingen kan eventueel afgeweken worden op basis van een beheerplan en/of op basis van een specifieke machtiging van het ANB. Vergeet hierbij ook niet de eventuele toestemming van de eigenaar! De machtiging kan aangevraagd worden via het formulier 'machtiging risicovolle activiteit'.

Belangrijk om weten is ook dat honden en andere gezelschapsdieren steeds aan de leiband moeten gehouden worden en de wegen niet mogen verlaten tenzij:

  • Bij het scheperen van schaapskuddes die ingezet worden bij het beheer van het gebied
  • Bij deelname aan activiteiten die toegestaan zijn door of krachtens het Jachtdecreet
  • In de hondenzones
  • In het kader van trainingen met speurhonden door politie en operationele diensten van de civiele veiligheid